Tagebuch 11-10-2018

We hebben een toilet, maar toen de loodgieter de douchekraan wilde bevestigen knapte de leiding. Goedkope messing koppelingen is de verklaring. Nu kan er nog maar één kraan kapot en eigenlijk ga ik er klakkeloos vanuit dat dit ook gaat gebeuren. Vooralsnog is het wachten op nieuwe onderdelen en kunnen we niet verder. Ik (en onze bankrekening) zit inmiddels zo aan de lat dat we geen nieuw project oppakken. Daarom een middagje recreëren.

Ik kwam een leuk stuk over mezelf op het net tegen en daarin had ik het over een kerkhof vol Vozen in Eenrum. Dus op naar mijn geboorteplaats. Controleren of ik uit mijn nek geluld had of niet. Er lagen meer Vozen dan ik me herinnerde.

Ik heb jaren elders in het land gewoond en ik was altijd the only Voos in the village en hoorde tot uit den treuren de originele grapjes over mijn achternaam aan. Het plichtmatig beleefde lachje heb ik al jaren geleden achter me gelaten. Maar hier, in het noorden, wordt me gevraagd of ik familie van die en die ben en welke Voos ik dan ben? Nou, dat zijn dus allemaal neven en nichten en achterneven en nichten en dan hebben we het nog niet eens gehad over de familie die hier woont die een andere achternaam heeft.

Het thuiskomen heeft twee gezichten. In ons gezin werd Gronings gepraat en zo’n beetje ieder weekend gingen we naar Zuurdijk, Wehe of Eenrum waar familie woonde. Bij de familie was het naast alle drank-ellende vaak gezellig, maar ons eigen gezin was allerminst veilig. Mijn pa was onvoorspelbaar en explosief, mijn moeder deed nauwelijks voor hem onder en er woedde een koude oorlog die soms uitmondde in openlijke veldslagen, meestal na een verjaardag of visite, als er drank op tafel was geweest. Ik was constant bang. Bang voor mijn beide ouders die het geen enkel probleem vonden om mij als buffer te gebruiken.

Terug in het noorden drukt deze paradox stevig op me. De nabijheid van familie, de taal, het gevoel hier te horen, het landschap; allemaal zaken die ik als prettig ervaar. Daarnaast de grauwsluier die deze afkomst eveneens behelst. Het geweld, het alcoholisme, het gebrek aan perspectief van al die familieleden die het niet gered hebben, en dat zijn er nogal wat. S zegt dat ik het boek van de mislukkingen al geschreven heb, dat ik nu nieuwe en positievere herinneringen moet maken. En dat doe ik. Al helpt die badkamer niet erg mee.

Terug naar het kerkhof van Eenrum. Ik wist van het graf van mijn overgrootouders Kobus en Siet, ooit heb ik een lied over hen geschreven.

Veur de duuvel waas r nait bang, mor wel veur dat wief!

Opa Kobus was riet(dak)dekker en als hij naar beneden sodemieterde klom hij direct weer naar boven, is me verteld. Hij was wel bang voor opoe Siet, een grote kwaadaardige vrouw waar zo’n beetje het hele dorp bang voor was. Opoe Siet had een zogenaamd voorkind, dat geëcht werd door Kobus. Dat voorkind is onze opa. Mijn zus en ik grappen altijd dat wij geen Vozen zijn, maar Reitsema’s.

IMG_20181010_134821424_HDR

Toen ik twee decennia geleden met genealogie bezig was, kon een mevrouw Voos uit een ander stamboomreeks het niet nalaten om mij dat te vertellen: jullie zijn geen echte Vozen. Niet veel later kon ik haar melden dat de hele Vozen-clan uit Eenrum afstamde van Willem, eveneens een bastaard die werd geëcht door een Jacobus Voos, maar dan een halve eeuw eerder. Deze Willem zat bovendien geregeld in het cachot vanwege openbare dronkenschap en geweldpleging. Wat is het soms toch bevredigend om in archieven te sneupen.

Ik werd destijds geholpen door mijn neef Folkert Voos, die toen nog in het archief van de gemeente De Marne werkte. Er was nog een achternicht die verdere gaten in het verhaal dichtte, maar ons spoor loopt dood in Maastricht. Mijn nicht denkt dat we uit België komen, maar zelf hou ik het op Duitsland, omdat daar eveneens de namen Josephus, Cornelius en Jacobus voorkomen, ook bij huidige Vozen rond Münster, Düsseldorf en Solingen.

IMG_20181010_134714921_HDR

Gezamenlijk kwamen wij dus uit bij de oudste Voos die begin negentiende eeuw samen met zijn vrouw van Maastricht naar Eenrum kwam wandelen. Zij waren Inlandse Kramers. In de akten konden we vinden dat ze een kind verloren in Eenrum en dat die daar begraven werd. Ben ik te romantisch als ik veronderstel dat ze daarom in Eenrum zijn blijven hangen?

Er kwamen meer zoons. Eentje trok naar stad Groningen en werd daar groenteboer. De ander bleef in Eenrum als dagloner, dwz landarbeider zonder vaste dienstbetrekking. Er volgt een lijn van armoede en ontbering. De Eenrummer tak splitst zich in tweeën: onze tak en een tak die van zichzelf beweert wél heel keurig te zijn, middenstanders. Maar ook zij hebben hun geheimen. Er was een gehandicapte dochter die zomaar een kind kreeg. Dochter en kind werden snel gedumpt in Gelderland in een internaat.

IMG_20181010_140007133_HDR

Ik weet dit omdat ik tijdens mijn zoektocht met die baby gesproken heb, inmiddels een verbitterde vrouw die een jaar of tien ouder is dan ik. Ze heeft geen behoefte aan contact met haar stam van de familie. Nu is die er ook niet meer. Er is alleen nog een zoon naar de inpoldering van het Wieringermeer getrokken, en dus vind je in de kop van Noord-Holland nog een aantal Vozen.

S en ik vonden op het kerkhof de graven van beide takken, die heel voorspelbaar, ver uit elkaar lagen. De gehandicapte dochter mocht bij genade van de Heer kennelijk toch nog bij haar ouders begraven worden. In de urnenmuur vond ik een neef en oom en tante terug. Ik neig weleens te denken dat Zuurdijk mijn bakermat is, want daar ligt mijn opa Lammert, maar als ik dan hier loop, tussen zoveel familie, dan is het toch zonder twijfel: hier ben ik geboren, hier mag mijn urn eventueel in de muur.

Toch best wat cru: de keurige middenstandsvozen zijn er niet meer en wij, de bastaards, de aso’s, wij doen het goed. Met al mijn neven en nichten aan onze kant van de familie gaat het goed. Wij hebben het gered en zijn alive and kicking!

En verdomd, ik ben er trots op Voos te heten.

© Lammert Voos

Advertenties

Tagebuch 2-10-2018

Ons leven speelt zich momenteel op slechts enkele vierkante meters af. Ik lees alleen de koppen van de kranten en allerlei leed en wereldnieuws gaat aan me voorbij. Ik dacht altijd dat het heel belangrijk was om alles bij te houden, maar nee hoor, mijn gebrek aan belangstelling doet de wereld helemaal niet langzamer draaien. Zo gaat dat dus; je houdt jezelf geregeld voor dat je mening er toe doet en dan blijkt dat helemaal niet zo te zijn. Eigenlijk wist ik dat ook wel.

Die paar vierkante meter behelzen de badkamer. Weken geleden begon ik de oude douchecabine te verwijderen om te vervangen door een nieuwe en toen volgde de ene ramp op de andere. De tegeltjes vielen spontaan uit de muur en alles achter die tegeltjes bleek verrot. In paniek belden we aannemer J. Die oordeelde dat de muur gestript moest worden, waarna hij er waterdicht gips op zou plaatsen en wij de zaak opnieuw konden betegelen.

Eén muur, werd twee, werd drie, werd vier. De leiding van de kraan lekte. De leiding van de wc lekte. De leiding van de kachel lekte. Iedere keer werden we gered, maar iedere keer moest ons plan aangepast worden. Ook financieel. Nu ben ik zo flexibel als een baksteen, dus het was een stevige aanslag op mijn teer zenuwgestel.

Ik vind slopen best leuk, want ik ben ook niet erg subtiel, maar nee, de moker moest in de kast blijven, want er zat immers nog een muur van de pas verbouwde keuken achter. Decimeter voor decimeter moest ik de laag oude tegels weg krabben. Ik deed dit met slijptol, cirkelzaag en Multi-tool en moest nog donders uitkijken voor verstopte elektriciteitsdraden en waterleidingen. Geen idee waar die zaten.

IMG_20180907_191049

Ondertussen ging alles me pijn doen. Ik heb immers spier en gewrichtspijnen en ik was overdekt met stof. Vijf dagen ploeterde ik voort en kreeg het toch voor elkaar. Daarna was J. twee dagen bezig wanden te plaatsen. S. smeerde voorstrijk op de muren, de wc-pot moest eruit en we douchen kakken sinds anderhalve week op de camping tegenover ons. Uiteraard met toestemming.

Na nog eens een week ploeteren hadden S. en ik de tegels er in. Het is heel mooi geworden, maar het schiet nog steeds niet op. Na iedere stap moet alles vierentwintig uur drogen. Vandaag konden we niets, morgen gaan we de tegels voegen en dan mogen we weer vierentwintig uur wachten. Op zijn vroegst kan ik de wc donderdagnamiddag of avond plaatsen en ik verwacht dat het wel weer vrijdag zal worden. Als ik dit weekend de douchecabine erin krijg ben ik blij.

Na het harde fysieke werken was het raar om vandaag zo passief te zijn. Was ik daarom zo chagrijnig? Zo chagrijnig dat een grote herdershond die op mijn honden afkwam terugdeinsde toen ik er alleen nog maar aan dacht wat ik met hem zou doen als hij mijn honden zou aanvallen. Hij bleef op afstand en dat was maar beter ook voor iedereen. Ik weet al van jongs af aan dat ik die nare vechtreflex in me heb, maar schrik er toch nog iedere keer van.

Een aantal weken geleden attendeerde mijn oudste dochter me op de band IDLES en die zag ik vanavond zowaar op televisie. Een postpunkband die op een mij vertrouwde manier politieke teksten uitschreeuwt. In een interview zei de tamelijk zachtaardige zanger dat hij twijfelde aan zijn intellectuele vermogens. Het aloude cliché: intelligente mensen twijfelen aan zichzelf en dombos weten alles zeker.

Het enige dat ik zeker weet is dat ik die verbouwing spuugzat ben, vanavond koppijn heb, graag op mijn eigen pot zou schijten en niet weet hoe ik dit epistel elegant moet afsluiten. Misschien gewoon met het aloude THE END.

Of Wordt Vervolgd?

© Lammert Voos

Tagebuch 10-9-2018

IMG_20180907_003910Dit wordt een stukje over rommel opruimen, slopen en dromen. Ik verwacht dat het weer zoiets wordt waarvan ikzelf de enige ben die de verbanden ziet. The fool on the hill. Een roepende in de woestijn, ware het niet dat ik nergens voor waarschuw en het hier om uiterst particuliere gedachten gaat.

Eerst over het slopen. Ergens vorige week besloot ik dat ik weleens aan de badkamerrenovatie kon beginnen. Fluitje van een cent, dacht ik. Oud douchescherm eruit, oude wasbak eruit, nieuwe wc-pot erin en nieuwe tegeltjes over de oude plakken. Maar toen ik het scherm verwijderde kwamen die oude tegeltjes mee. Bleek alles wat erachter zat nat en verrot. Hout, gips en isolatiemateriaal was door lekkage ernstig aangetast. Lichtelijk in paniek belden we aannemer Jaap, die ook al onze kozijnen heeft vervangen en waar we goede ervaringen mee hebben. ‘Alles moet eruit,’ was zijn oordeel. ‘Er moeten nieuwe waterwerende gipswanden in en pas daarna kun je tegelen.’

Nu was alles tot een halve meter hoogte zat eruit halen een fluitje van een cent, maar daarboven zat het wél goed vast. Het werd een epische klus waar ik een week over deed. We liepen tegen tegenslag na tegenslag op zoals lekkende kranen en verwarmingsbuizen. Maar S hield de moed erin en sleurde me door de moeizame momenten. Ondanks de pijn in mijn spieren en botten zette ik iedere dag opnieuw op pure wilskracht door. En ik werd sterker en ging me ook mentaal sterker voelen. Afgelopen vrijdag was ik klaar: het voelde als een bevrijding. Zaterdag was ik moe en stijf, maar kon het toch nog opbrengen om met S en de honden een stuk te gaan wandelen.

Nu ga ik vaag doen. Ik realiseerde me gister dat ik al een tijd niet meer over mijn vader gedroomd had. Veel van mijn nachtmerries gingen over mijn vader, over die keer dat ik hem tegen de vlakte sloeg, maar doodsbenauwd bleef, hij was immers enorm onvoorspelbaar en ik nog maar veertien jaar oud toen dat gebeurde. Ik herinnerde me dat ik een tijdje geleden droomde dat ik niet meer bang voor hem was na dat incident, maar hij juist voor mij. Hij had geen macht meer over me, ik had me bevrijd.

Leeswaarschuwing: ik ga nog vager doen. Vannacht droomde ik over het café van opoe (eigenlijk van oom Abel). Samen met wat neven en nichten braken we een deur open die dichtgetimmerd was. Daarachter lag rommel van mijn opa, die op zijn zachtst gezegd niet zo’n jolig figuur was. We mieterden al zijn rommel in een container en lieten frisse lucht naar binnen.

Ik droomde vannacht nog iets. Ik was op een feest en er was iemand die vlak achter me liep en me in mijn nekvel vasthield. Op een gegeven moment was ik het zat. Ik heb nooit judo geleerd, maar was vroeger wel een straatvechter en weet hoe je iemand zijn gewicht tegen zichzelf kunt laten werken. Dus ik nam mijn achtervolger in een heupzwaai, werkte hem tegen de grond en met een klap op zijn polsgewricht maakte ik me los. Teerbeminde S wist in de bovenwereld maar net mijn klap te ontwijken . Toen werd ik wakker.

Ik ben nu best heel moe. Maar ook wel opgewekt. Mijn pa hangt me niet meer op mijn nek, ik heb hem definitief verslagen. Ik heb mijn eigen zwarte steen ook verslagen. Ik heb vroeger verslagen. Ik kan er nu onbekommerd akelige boekjes over schrijven. Graham Greene zei het al: an unhappy childhood is a writer’s goldmine. En anders kan ik altijd nog badkamersloper worden.

Of goeroe.

©Lammert Voos

Tagebuch 8-9-2018

Uiteraard moeten twee Armeense tieners, vermomd als Nederlandse tieners, ons land uit. U als weldenkend mens snapt toch ook wel dat iedere asielzoeker en vluchteling de Nederlandse staat, en daarmee de hardwerkende burger, geld kost.

Zoals het vertrek van een aantal multinationals uit ons land diezelfde burger eveneens geld kost. Maar in dit geval worden die multinationals op voorhand beloond met een klap belastinggeld als ze in ons land blijven. Hoewel ik er de logica niet van inzie, vinden de regeringspartijen bovenstaande prima te verdedigen.

Ooit is er een kinderpardon ingesteld in dit land, dit om ons humanitaire gezicht te bewaren, zodat we met droge ogen kunnen beweren dat we de rechten van het kind beschermen en iedere Nederlander ’s nachts rustig in het volle besef van zijn of haar morele superioriteit kan gaan slapen. De werkelijkheid is dat we een zoveelste bureaucratische monster gecreëerd hebben en er slechts een paar honderd kinderen gebruik hebben kunnen maken van dit pardon. De duizend anderen mogen verzuipen in procedures en vervolgens alsnog opsodemieteren.

Want zo doen we dat in Nederland: de mens is de vijand, de ondoorzichtige regelgeving de norm. De Groningers weten er alles van. Mensen die conflicten hebben met gemeentes, met het UWV, met de Belastingdienst, met Defensie enz. enz. weten er alles van.

Niets mag geld kosten, behalve het bedrijfsleven. Nee, dat is inmiddels zo blasé dat het subsidie eist als men hen aanspreekt om de schade te herstellen dat het aangericht heeft. Banken zijn overeind gehouden met overheidsgeld om vervolgens ongestraft grootscheeps te kunnen frauderen. Overigens vind ik de misleidende reclame van de Rabobank eveneens een ernstige vorm van fraude. Suggereren dat je bezig bent met het stimuleren van groene landbouw, maar ondertussen de megavarkensstallen financieren, wat een gotspe.

En het ergste is nog wel dat het kennelijk went. Ik word zelf niet eens meer kwaad. Ik accepteer dat ik het niet kan veranderen en zo zal het een hoop mensen vergaan. De Romeinen hadden dat al goed bekeken; geef het volk brood en spelen en het mort niet. Voetbal en vreten. En zo gaat dat tot het je zelf overkomt, dan piep je wel anders. Maar dan is er niemand die je hoort.

Of wil horen.

© Lammert Voos

brood-en-spelen

Tagebuch 19-8-2018

Ik ben op een leeftijd gekomen dat ik zoveel herinneringen heb dat ik niet meer weet welke echt zijn en welke ik verzonnen heb.  Mijn moeder, daarentegen, weet zich onrecht van zestig jaar geleden nog haarscherp te heugen. Ze kan echter niet meer onthouden wat ze me drie minuten eerder verteld heeft.

Een gedachte die me momenteel nogal bezig houdt: hoe moreel zuiver te blijven in een moreel onzuivere wereld? Bij het kijken naar het tv-programma Kijken in de Ziel over religieuze leiders moest ik denken aan de uitspraak van Voltaire: ‘Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen.’

Die zin hangt vaker in mijn achterhoofd. Een niet erg originele gedachte van me is hoe zich dat verhoudt tot levensfilosofieën en ideologieën die intrinsiek onverdraagzaam zijn en oproepen tot intolerantie en repressie? Winston Churchill zei: ‘Democratie is geen goede staatsvorm, maar ik ken geen betere.’

Ik gedenk de gisteren overleden oud secretaris-generaal van de VN Kofi Annan, die nagenoeg hetzelfde zei en zijn hele leven lang vocht voor de rechten van de mens.

Ik ben zelf ook een held, want ik heb een schaap uit de sloot gered. Een schaap dat te water raakt verdrinkt onherroepelijk omdat zijn vacht zich volzuigt met water en het dier loodzwaar maakt. Ik zag op mijn rondje met de honden het dier aan de oever worstelen, bedacht me niet –ADHD’ers zijn heel impulsief- bond de honden aan een boom en stapte in de sloot. Met moeite kreeg ik het beest op de kant. Uiteraard moest ik dit met de nodige zelfgenoegzaamheid melden op FaceBook. Lof was mijn deel en dat was de bedoeling ook.

Vannacht had ik een openbaring: als het geredde schaap straks volledig volgroeid is gaat het naar de slacht.

© Lammert Voos

6a00d8341bf80c53ef00e54f7ae3408834-800wi

Tagebuch 21-7-2018

IMG_20180719_201429Caravans willen helemaal niet op vakantie. Vandaar dat die auto’s zo hard moeten trekken. Dat schreef Kees van Kooten ooit. Deze vakantie in Noord-Limburg heb ik geregeld van die typische Kees van Kooten momenten ervaren.

We bivakkeerden aan de rand van een camping in een tot vakantiewoning omgebouwd kippenhok en hadden een vorstelijk uitzicht op het montere campinggebeuren. Het was weer eens wat anders dan de stilte rond ons eigen huis in het noorden.

Kent u dat verhaal van Kees van Kooten die zijn chemisch toilet wil legen in een hotel en zijn koffertje met poep laat vallen op de trap? Zag men vroeger de mensen naar het toiletgebouw slenteren met een wapperende rol closetpapier, tegenwoordig doet men dat met een rolkoffertje. Een rolkoffertje met poep.

De regelneef is ook zo’n klassieker van Van Kooten. Iedere camping heeft zijn eigen regelneef, zo’n baasje die zich met alles en iedereen bemoeit tot hij onvermijdelijk afgezeken wordt. De tragiek van de regelneef op deze camping was dat hij inderdaad alles moest regelen voor zijn demente vrouw die lusteloos tien meter achter hem aan sjokte. Hij oogde vermoeid. Hij oogde teleurgesteld. Hij was geen echtgenoot meer, hij was een sleeptouw. Van mij mocht hij op gegeven moment zo irritant zijn als hij maar kon.

De schaamteloosheid van mensen…Ik hoorde ergens op een terras ongewild een gesprek aan van een zestal pronte jongedames die luidkeels de gevoeligheid van hun tepels bespraken. Ze dachten zeker dat de batterijen van mijn gehoorapparaten leeg waren. Op een terras in Roermond had een serveerster zo’n klein broekje aan dat ik daar nooit zou willen eten. Ik hou niet van schaamhaar in mijn voedsel.

Ik ben een hondenman. Heel erg. Maar als ik op de camping een mevrouw de tanden van haar troeteltje zie poetsen stik ik bijna van het lachen en moet ik maken dat ik ons huisje binnen kom. Uitlachen is niet leuk.

Het was de hele week warm, heel warm. De camping werd voornamelijk bevolkt door bejaarden. Ik heb ooit eens een artikel gelezen over de toenemende alcoholproblemen van de oudere medemens, nu mocht ik zelf aanschouwen hoe deze campingsenioren liters wijn weg slempten in de schaduw, onder de bomen. Geen wonder dat die lui massaal op Henk Krol stemmen.

Maar goed, genoeg pret over bejaarden. Je aanschouwt immers je voorland. De zorgende regelneef, zijn vermoeidheid. Zijn vrouw die viel en er een open beenwond aan overhield. Een andere vrouw die over een scheerlijn viel, niet ten gevolge van drank trouwens, buiten bewustzijn raakte en naar het ziekenhuis in Venlo moest om röntgenfoto’s van haar sleutelbeen te moeten maken. Hoe ze geholpen werd door één van die oergezellige mannen die plots een heel andere rol aannam. Die niet leuterde maar handelde. De gevallen vrouw in stabiele zijligging legde, eerste hulp verleende en zorgde dat ze bij een dokter kwam. Later vernam ik dat hij vrijwilliger was in een hospice voor palliatieve zorg. Ik zal die man niet snel vergeten.

We zijn dus weer thuis, hebben een week niet aan verbouwen gedacht en hoeven dat voorlopig verder ook niet te doen, want ons geld is gelukkig nagenoeg op. Mij hoor je niet klagen. Niet daarover tenminste.

©Lammert Voos

Nieuws!

Eind december 2018
paperback
geïllustreerd
ca. 96 pagina’s
ca. 19,50

Nieuwjaarsgeschenk

Lammert Voos Malterfoske

Van de Groningse auteur Lammert Voos verscheen eerder bij AFdH Abdou en de anderen, een geëngageerd essay over de hypocriete wijze waarop Europa met het migrantenvraagstuk omgaat. In Voos’ novelle Malterfoske beschrijft hij op een overtuigende, naturalistische wijze de verwikkelingen in een denkbeeldig Gronings dorp. Rauw en confronterend. AFdH brengt Malterfoske als Nieuwjaarsgeschenk voor zijn abonnees. Het boek komt ook in de vrije verkoop terecht.

37032505_1714153491995175_9198071191967891456_n

Tagebuch 9-7-2018

Ik ben omringd door idioten, denk ik vaak  Was dat maar zo. Ik ben geneigd te gaan geloven in pure intrinsieke slechtheid.  Oliebedrijven sturen olie en benzine met giftige stoffen daarin, zo giftig dat het hier niet verkocht mag worden, naar West-Afrika. Afrikanen mogen niet naar Europa komen, want wij wensen onze welvaart niet te delen. Afrikanen mogen verzuipen in de Middellandse Zee, van uitputting sterven in de woestijn, verhongeren, verdorsten, vermoord worden door hun slechte leiders of kapot gaan aan de giftige lucht die wij ze leveren.

Ik ben omringd door idioten. Idioten die aardbevingen hebben veroorzaakt in Groningen die nu vergoedingen willen voor gederfde inkomsten en vrolijk gaan fracken aan de grenzen van de provincie, in Friesland, Noord-Holland, Brabant, Twente, Achterhoek en ga zo maar door. Hiermee verpesten die idioten het grondwater en veroorzaken ook daar aardbevingen. Niemand zit erop te wachten, behalve de idioten van de oliemaatschappijen en de regering die vrolijk en dubbelhartig vergunningen blijft afgeven. Na ons de zondvloed.

Ik ben omringd door idioten. Vorige week waren S en ik het verbouwen even helemaal zat en we togen naar het midden van het land. We zaten op een terras aan de Vecht bij een hotel dat Mooirivier heet. Het klinkt bijna als een gospel. De bediening bestond uit jongedames met attitude, zeg maar. Recht van de hotelschool. De crème de la crème van de serveersters, zeg maar. Allemaal rijzig en slank, met regelmatige trekken, lang haar in een paardenstaart; volstrekt inwisselbaar en net zo min van elkaar te onderscheiden als dames in een burka. Wat is het verband nu met onze bestuurders en topmensen van oliebedrijven?

Niets zo dom als misplaatste arrogantie.

©Lammert Voos

aardbevingen_frackingschaliegas

Tagebuch 21-6-2018

Last van een opkomende koppijn. Ik heb me vandaag dan ook weer eens ouderwets geërgerd.  Het begon met nieuws over een af te sluiten klimaatakkoord. In de eerste plaats komt dat akkoord veel te laat en in de tweede plaats ligt zo als gewoonlijk het bedrijfsleven dwars met stuitend slachtoffergedrag. Met name de Shell maakte het weer heel bont. De topvrouw van de Shell – haar naam ben ik kwijt, wat zou Freud daar over te zeggen hebben?- vond dat de overheid dan Shell tegemoet moest komen om investeringen in schonere bedrijfsvoering te kunnen doen.

Pardon? Had Shell niet een slinkse en waarschijnlijk hoogst illegale miljardendeal met de belastingdienst gesloten? En heeft de regering dan niet besloten de dividendbelasting af te schaffen voor Shell en Unilever? Wie zijn toch de mensen die bij dat bedrijf werken? Hebben die dan helemaal geen moreel kompas? En waarom moet ik eigenlijk pillen tegen krankzinnigheid slikken terwijl deze hele samenleving knettergek is?

Zojuist zagen S en ik een aflevering van de detectiveserie George Gently. Het ging over een bedrijf dat bewust de veiligheidsvoorschriften rond asbest overtrad en de kankerslachtoffers intimideerde of afkocht. We werden er beiden verdrietig van. Hoewel fictie lag deze aflevering het wel heel dicht bij de waarheid.

S komt uit Diepenheim, vlakbij Goor, en daar staat de asbestfabriek van Eternit, een bedrijf dat lang dezelfde praktijken uithaalde. De gevallen van asbestkanker in die regio zijn veel hoger dan in de rest van het land, met name onder oud-personeel. Er is al sinds de jaren dertig bekend hoe schadelijk asbest is, maar geen mens die er om maalde.

Nu moeten wij als armzalige particuliertjes voor 2020 de Eternitplaten van onze aanbouw verwijderen en vervangen door een nieuw dak. Dat is een dure grap. En subsidie aanvragen is alleen zinvol als je een enorm dak hebt, anders zijn de mensen die alles moeten beoordelen nog duurder dan het hele dak bij elkaar. De vervuiler betaalt, maar niet in Nederland, daar wordt de vervuiler beloond met een dividendkwijtschelding.

Ik weet het, ik vergelijk appels met peren, maar ik heb nu dan ook schele koppijn en ergens diep van binnen kan ik me niet aan het gevoel onttrekken dat Eternit en Shell uit dezelfde giftige vaatjes tappen. Maar ja, daar slik ik dus ook die pillen voor.

© Lammert Voos

d609ddbcd28d8bb4fad7dcaa2615467fd5b62509

 

 

 

Tagebuch 14-6-2018

Het is weer eens zover: ik moet zoveel dat ik tot niets kom. Van wie moet dat dan? Ja, van mezelf. Hoe kan een mens zich toch zo vreselijk zelf in de weg zitten? Vorige week had ik een explosie van energie en verstouwde bergen werk, deze week is het compleet tegenovergestelde het geval. Ik ben extreem besluiteloos en mijn lichaam protesteert mee:  pijntje zus en pijntje zo en zere handen.

Ik zou tevreden moeten zijn, ik heb immers een deur gerestaureerd die zo’n beetje uit elkaar viel en hij ziet er nu prachtig uit. Ik heb bovenlichten gerestaureerd die zo verrot waren dat het glas er bijkans uitviel. Op de ladder. Ondanks mijn hoogtevrees.

Maar waarom dan dat klotengevoel van deze week ernstig tekort schieten? Een mens is zijn eigen ergste vijand. Hoge verwachtingen leiden onvermijdelijk tot teleurstellingen. Ik weet dat best. Ik weet ook best dat ik zowel lichamelijk als geestelijk zo mijn beperkingen heb. Ik zou me rekenschap moeten geven van wat mijn zwager tegen me zei: zelfs als je niets doet staat dat huis er over twintig jaar nog wel.

De zaken die je gelukkig maken zijn ook de zaken waar je dood aan gaat: vreten, consumeren, hard rijden in de auto, dingen presteren, status, aanzien en bewondering opwekken, veel drinken, pindakaas. Je ziet het overal, mensen stellen zich steeds dezelfde vragen. Waar doen we het allemaal voor? Voor seconden van bevrediging, vingerhoedjes geluk en voor de rest wentelt men zich in verveling en zelfhaat die weer leidt tot haat voor anderen, want die anderen zijn onze spiegels. Wij wensen onze verveling niet te delen met vreemden. Wij mogen klagen, maar zij niet. Want wij kennen die momenten van ultiem genot en dan wordt dat genot ons weer afgenomen en zijn we diep ongelukkig tot de volgende tien seconden van genot.

U ziet, ik ben in een hele jofele stemming. Misschien moet ik maar eens een blog schrijven opdat iedereen daar met instemming op kan reageren en ik me weer wat voldaner voel. Oh, dat heb ik net gedaan.

Shit.

© Lammert VoosIMG_20180611_170659.jpg