Tagebuch 12-12-2017

Goed beschouwd heb ik momenteel weinig te klagen. De nieuwe kozijnen en ramen zitten er in, dus ik kan achter mijn bureau zitten zonder dat mijn oren me bijkans van de kop waaien. Met mijn gezondheid gaat het beter dan in jaren, er liggen leuke dingen in het verschiet, ik lijd geen armoede en voor zover ik weet zijn er geen mensen met een noemenswaardige hekel aan mij. Bovendien, als die er wel zijn, zal het me aan mijn welgevormde reet roesten.

Toch ben ik kribbiger dan normaal. Hoewel. Ik ben altijd kribbig in december. Ik heb niet zozeer een hekel aan de feestdagen als wel aan het gezeik er omheen. De spontane gezelligheid kan niet meer plaatsvinden zonder dat de agenda’s op elkaar afgestemd zijn. De spontane gezelligheid kan niet meer plaatsvinden zonder bloedbaden in abattoirs  en bij poeliers. De gulzigheid en hebzucht kent deze maand geen grenzen.

Daarbij wordt er in reclames een beeld geschetst van een land dat alleen gelukkig kan zijn als men als one happy family gezamenlijk aan de maaltijd zit. Ja, het gezin als hoeksteen, als veilig anker, als de natte droom van Buma en ander christentuig.  Voor het gemak wordt er vergeten dat er hele volksstammen niet aan dit fijne feest kunnen meedoen. Ze komen uit het verkeerde land, hebben de verkeerde religie, geen familie of vrienden, geen geld, zijn ziek of hebben onlangs iemand verloren. December is niet alleen een feestmaand, maar ook een maand van eenzaamheid en verdriet.

Bij mij ging het al mis toen ik een jaar of zes was en we in Marum woonden. Hoewel mijn vader kon vloeken als een dragonder, vond mijn moeder dat ik naar de zondagschool moest. Zondag was een saaie rotdag, maar nu werd het nog rottiger, nu ik de hele ochtend moest luisteren naar een of ander bevlogen jong mens dat zijig leuterde over Jezus en Onze Lieve Heer. Dat die laatste die eerst had geofferd begreep ik wel, want mijn pa verklaarde ook geregeld dat wij de nagels aan zijn doodskist waren.

Afijn, ik moest dus kerst vieren met de zondagschool in de kerk en daar stond een gigantische opgetuigde kerstboom met tientallen kaarsjes erin. Bij het tweede lied ging de hele zaak in de hens en vluchtte men in dolle paniek de kerk uit, waarbij de volwassenen nog net niet de kinderen vertrapten. Daarna hoefde ik van pa niet meer naar de zondagschool.

Nog steeds vind ik het kerstbomen verbranden bij de jaarwisseling het enige leuke van december.

© Lammert Voos

kerstboom

Advertenties

Tagebuch 7-12-2017

Eigenlijk ben ik maar een heel middelmatig mannetje en blink nergens erg in uit, daar kan ik ook best mee leven, want ik weet het wel heel leuk te brengen allemaal en daar genereer ik precies genoeg aandacht mee om mijn ego nog een beetje prettig te houden. Ik bedoel maar, een laag zelfbeeld is voor niemand leuk, zeker niet voor diegenen die er mee moeten samenleven, zoals S.

Waar ik dan weer wel heel erg goed in ben is in verslaafd raken en ik doe dat dan ook regelmatig: speed, wiet, alcohol, sigaretten; been there, done that. Ik ben ook best goed in afkikken, al zeg ik het zelf, zie ook bovenstaande genotsmiddelen. Tegenwoordig heb ik een aantal ietwat onschuldiger verslavingen zoals koffie en pindakaas, maar ik voel geen enkele behoefte om daar iets aan te doen.

Ik heb er echter ook nog een paar die iets lastiger liggen. Bijvoorbeeld Seroxat (Paroxetine) zal ik nooit meer zonder kunnen en eerlijk gezegd wil ik dat ook niet, want sinds ik dat slik heb ik geen noemenswaardige depressies meer gehad. Wie ooit een depressie heeft gehad, een echte, weet wat zoiets kost. Ik wil niet al te pathetisch doen, maar ik heb lang geen sociaal leven gehad en omdat niemand je snapt als je als een zombie rondloopt en zich er ook niet in kan inleven heeft het me ook veel vrienden gekost, want denk niet dat een depressie alleen betekent dat je somber bent.

Nee, je valt in een zwart gat, waarin niets nog functioneert, al je zintuigen blokkeren, je hele gevoelsleven gestremd is, je totaal geen energie meer hebt en in mijn geval betekent het dat ik er eigenlijk niet meer wil zijn (zie ook lemma’s wiet en alcohol). Een depressie betekent voor mij passiviteit tot in het extreme en erg vrolijk ben ik dan inderdaad niet. Bovendien komt er dan geen zinnig woord uit mijn bek. Nu zullen er grappenmakers zijn die denken of zeggen dat dit nu eveneens niet het geval is, maar geloof me, dan is het nog veel erger. Dan valt er niets meer te lachen en als ik niet meer kan grappen en lachen, schiet me dan maar kapot.

maxresdefault

Sinds vorig voorjaar heb ik er nog een hele komische verslaving bij genomen. Ik had vreselijk last van nachtmerries en pijn in mijn gewrichten en een psychiater schreef me bij wijze van slaapkuur Zolpidem voor. Aanvankelijk was dat zalig, zes tot acht uur goddelijke vergetelheid zonder dromen. Na die kuur van drie weken mocht ik nog maar twee à drie nachten per week een pilletje nemen.

Maar weet u wat een glijdende schaal is? Dat je er steeds stiekem een meer per week bij neemt en je de stress van een verhuizing en verbouwing als excuus gebruikt om er iedere nacht eentje te nemen. En dat dan je gevoelsleven afstompt en je steeds kribbiger wordt. Nu zullen er grappenmakers zijn die denken of zeggen dat dit nu eveneens het geval is, maar geloof me, met Zolpidem is het nog veel erger. Dus ik besloot af te kikken (voor de zoveelste keer), maar dit keer gaat het moeizamer.

De eerste nachten deed ik natuurlijk geen oog dicht en de nachten die daarop volgden had ik weer de nodige heftige dromen, maar er is iets veranderd. Ik ben niet meer met iedereen aan het vechten. Wel mislukt nog steeds alles en kan ik nergens komen, maar dat compenseer ik overdag, want dan lukken me heel veel dingen wél.

Wat echter nog steeds blijft is het holle en knagende gevoel in je binnenste. Er zit een zwart gat in me. Ik ben een partner in crime kwijt en ik moet een nieuwe zoeken. Meestal voldoen boterhammen met pindakaas, maar soms moet ik het gat in mij gewoon ondergaan. Gelukkig ben ik niet alleen. Gelukkig heb ik een sterke wil en gelukkig heb ik niet de code van de brandkast waar de resterende pillen in liggen.

Langzaam maar zeker word ik weer fitter en wordt mijn geest weer wat helderder, misschien kom ik zelfs binnenkort weer tot substantieel schrijven. En het poept trouwens ook een stuk fijner zonder die spierverslappers. Eigenlijk ben ik in mijn kern best een positief mens.

© Lammert Voos

 

 

Tagebuch 5-12-2017

S en ik hebben samen een guilty pleasure: we kijken graag naar huizen zoek en verbouwingsprogramma’s op de televisie. Vaak zitten we samen aangenaam te gruwen van andermans wansmaak en onkunde. Dat is direct ook de reden dat we zelf nooit in zo’n programma zouden willen acteren. Wij worden niet graag de maat genomen.

De verbijsterende naïviteit van de verbouwers verbaast ons telkens opnieuw. Veel mensen denken dat ze alles wel kunnen regelen zonder architect, aannemer en deugdelijk verbouwingsplan en stuiten daardoor op veel hogere kosten dan begroot, omdat ze niet aan alles denken wat er bij zo’n onderneming komt kijken. Toch is dat precies zoals het nu bij ons gaat. Ter verdediging wil ik aanvoeren dat dit ons overkomen is omdat de aannemer die oorspronkelijk alles zou regelen een enorme nitwit en luchtballon bleek en we hem beleefd verzocht hebben in de stront te zakken.

De afgelopen drie weken zijn er een nieuwe cv-ketel, zonneboiler, zonnepanelen en nieuwe kozijnen met HR-glas geplaatst. Uiteraard vielen alle kosten tegen en moest ik het verbouwingsplan en de budgettering weer aanpassen, wat leidde tot vertraging en veel stress. Het is sowieso al een hele verzoeking voor me, drie weken achter elkaar mensen over de vloer, ik ben immers snel overprikkeld en word doodmoe van sociaal doen. Ik ben nou eenmaal niet sociaal, ik ben meer van het stille zolderkamertje.

We hebben drie hele goede redenen om ons huis zo klimaatneutraal mogelijk te maken: we houden van comfort, van onze portemonnee en we zouden graag zien dat er iets zorgvuldiger met het milieu omgesprongen wordt. Ons volgende grote project volgende zomer zal worden dat we het dak van onze aanbouw gaan vervangen. Dat moet ook van de overheid, want er zit asbest in. Hier en daar hebben we nog recht op wat subsidies, maar dat is peanuts vergeleken bij de investeringen die we doen.

En toen zagen we gister de documentaire Beerput Nederland. https://www.2doc.nl/documentaires/series/2doc/2017/december/beerput-nederland.html Nou, het lachen en de goede zin verging ons toen wel. De Nederlandse overheid blijkt dus actief mee te werken aan milieucriminaliteit en mijn stokpaardje dat we niet bestuurd worden door politici, maar door het bedrijfsleven werd weer eens bevestigd. Het meest cynisch is nog wel dat veroordeelde bedrijven nu meeschrijven aan nieuwe wetgeving. Ik vraag me echt af waarom we eigenlijk nog stemmen. Wat nou democratie? Schrale troost is dat wij in de uithoek van Nederland wonen waar de luchtkwaliteit het beste is, maar hebben onze milieumaatregelen eigenlijk wel zin? Nu blijven twee van onze drie argumenten om deze investeringen te doen fier overeind, maar ik moet sterk de neiging onderdrukken om niet uit pure frustratie met mijn moker het dak op te klimmen en alle panelen aan diggelen te slaan.

Gelukkig heb ik hoogtevrees.

© Lammert Voos

 

 

Tagebuch 2-12-2017

c16dd296938034866b564af93caa682a8f04c0960b05ea002d97a117e828fdea

 Ik heb nooit veel voorgesteld als vredesactivist. In de eerste plaats keerde ik nooit mijn andere wang toe (hoewel ik aanhanger van de PSP was) en in de tweede plaats dacht ik toen al te weten hoeveel macht de burger had, namelijk niets, nihil, nada, zero. Ik was al jong beroofd van illusies over een rechtvaardige wereld en best heel cynisch. Ik wilde wel een betere wereld, echt wel, daarom deed ik wel eens wat halfslachtige pogingen tot actie voeren, maar het bleef bij braaf met een spandoekje mee hobbelen met de massa. Nu hield en hou ik niet van massa’s, dus dat was ook niet al te vaak.

Ik had wel veel vrienden die wel deugden, die echt iets deden, zoals weken in de kou bivakkeren bij de vliegbasis van Woensdrecht om te protesteren tegen de kernwapens die daar zouden zijn opgeslagen of zouden worden opgeslagen.

Zojuist zag ik bij Andere Tijden op de televisie een aflevering over die vredeskampen. Geen van mijn toenmalige vrienden kwamen op die beelden voorbij. Wel iemand die erg op één van hen leek, eigenlijk best angstwekkend veel. Ik kom daar zo op terug. Wel zag ik Evelien.

Evelien ken ik uit Deventer. Evelien is hardcore, zo hardcore dat ik altijd enig wantrouwen tegen haar koesterde. Ik vind idealisten namelijk bijna net zo eng als gereformeerden. Maar Evelien is altijd verdomde consequent geweest in wat ze deed en daar heb ik veel bewondering voor, want haar leven is vast niet gemakkelijk (geweest). Ze woonde altijd in koude kraakpanden en had geregeld mensen die onderdak en hulp nodig hadden bij haar wonen.

Evelien was er destijds dus ook al bij. Jezus, wat een volharding en uithoudingsvermogen, en ze zei zelf nog dat ze nooit een winnaar zou zijn. Dat ze ondanks die tamelijk nuchtere kijk tóch die volharding heeft. Ze mogen van mij een standbeeld voor haar oprichten, haar idealisme is niet die van online petities tekenen, want heeft haar echt iets gekost.

De man die zo op mijn vriend leek was ronduit irritant. Gedragen, gezwollen, ja natuurlijk had zijn protest bijgedragen en blablabla. Blabla, ook daarin leek hij op mijn vriend. Mijn vriend wilde voor Artsen Zonder Grenzen gaan werken, maar werd door deze organisatie afgekeurd vanwege zijn psyche. Dat kon hij niet verdagen, wat eigenlijk hun gelijk bewees. Hij paste nergens, want was uiterst betweterig, niet realistisch en als je met hem in de kroeg zat had je na een uur de neiging om hem te wurgen vanwege zijn eindeloze gedragen oreren, lees: geouwehoer. Ik vraag me weleens af waarom ik bevriend met hem was en eigenlijk weet ik het antwoord wel: uit ijdelheid, want hij bewonderde mij. Hij noemde mij sociaal (haha), een doener (haha) en een intellectueel (lachen, gieren, brullen).

Maar toen de UWV hem vertelde dat hij best kon werken, dat er geen aanleiding was hem af te keuren, omdat hij gewoon niet zulke extreme eisen moest stellen werd hij pas echt verbitterd. Zo verbitterd dat hij zich een dag later ophing. Hij moest en zou gelijk hebben. Ik was eerst kapot en daarna heel lang heel boos op hem. Nu niet meer. Ik denk nu dat de UWV iets gemist heeft, namelijk dat mijn vriend, net als de man in Andere Tijden, altijd in een andere realiteit geleefd heeft.

Tenzij ik ernstig ziek zou zijn, zou ik geen een einde aan mijn leven maken, maar ik vind het ook niet zo belangrijk meer om altijd gelijk te krijgen. En cynisch ben ik nog steeds, maar dat is de rest van de wereld ook.

© Lammert Voos

 

 

Tagebuch 28-11-2017

Wij wonen nu dus in een lief klein romantisch oud arbeidershuisje. Dat is versie één. Versie twee rept over verrotte kozijnen en tocht en chronische verkoudheid. Het nieuwe dubbel glas staat al achter ons huis, maar het wachten is op de fabriek die de kozijnen leveren zal. Eén raam en kozijn waren zo slecht dat ik die dichtgemaakt heb met spaanplaat en hout dat ik nog had. En met ducttape natuurlijk.

Ik realiseer me dat ik niet mag klagen. Nog in 1969 woonden mijn opa en opoe Van der Wal in een nog slechter en kleiner huisje op Zuurdijk.  Een riool was er niet en bij mijn weten ook geen gas. Electra en water weet ik niet. Er stond een hut met ton in de tuin en nu en dan werd de stront opgehaald door een man met een paard en wagen.

Wij hebben CV, sinds kort zonnepanelen en een zonneboiler, wasmachine, droger, afwasmachine (hosanna!), koelkast, vriezer en veel, heel veel luxe spullen die we eigenlijk niet echt nodig hebben, zoals een computer waar ik semi-interessante stukjes op schrijf om mijn ego te bevredigen.

Mijn opa Lammert is in 1969 overleden. Hij had het aan hart en longen. Hard werken (hij wel), slecht eten, slechte levensomstandigheden, een koud en tochtig huis; het was een optelsom.

Hoewel mijn gezondheid niet best is, zal ik zonder twijfel ouder worden dan opa Lammert, van een beetje snot ga je immers niet dood. En belangrijker nog: ik heb perspectief, ons huis wordt steeds een beetje beter.

In 1969 had mijn grootvader geen ducttape.

© Lammert Voos

IMG_20171128_095918

Tagebuch 27-11-2017

Vrouwen. Sommige van mijn beste vrienden zijn vrouw. Ik weet van Joke Smit, Wilhelmina Drucker en Dolle Mina. Ik weet door mijn werk met vluchtelingen dat vrouwen veel sterker zijn dan mannen. Ik weet dat ik zonder mijn teerbeminde echtgenote hulpeloos zou zijn, dat ik op de wereld ben om decoratief te zijn en nutteloze feitjes te spuwen om haar te helpen met haar krantenpuzzels.

wilhelminadrucker_t0885

Ik ben een workshop creatief schrijven aan het voorbereiden die ik in december zal geven aan een middelbare school te Leeuwarden. Ik heb besloten om die toe te spitsen op het korte verhaal. Ik graas door mijn boekenkasten naar mijn helden: Hemingway, Bukowski, Snijders, Tennessee Williams, Jan Arends, Isaak Babel, Aleksandar Hemon, James Salter.

Er staan wel vrouwen in mijn boekenkast, maar qua kort verhaal schiet ik schromelijk te kort. Sterker nog, ik loop dit hele weekend al te peinzen over vrouwen die korte verhalen schrijven en kom niet verder dan Annie Proulx, maar ik vind haar romans veel beter dan haar verhalen.

De onontkoombare conclusie is dat ik qua kort verhaal een male chauvinist pig ben, want aan mijn geheugen kan het niet liggen. Zo herinner ik mij de droom van vannacht: ik was aan het tongzoenen met een bejaarde vrouw die het gebit nogal los in de mond had liggen. Ik ben nog steeds een beetje misselijk.

En ik deug niet.

© Lammert Voos

 

 

Onnut

dat ik nooit iets zeg over anderen hun uiterlijk,
komt omdat ik wel eens in de spiegel kijk

aangezien het nu echt herfst wordt, heb ik een nieuwe trui gekocht
ik begon de dag met het aanschouwen van een Grote Bonte Specht in de achtertuin

er zijn mensen die vinden dat ik weer moet gaan zingen
maar ik heb daar zelf ernstige twijfels over

op de pier van Lauwersoog stond een hele rij vogelaars
maar zij, zij waren allemaal te laat

welk een tragiek op deze fraaie zondagmiddag
…lachen

© Lammert Voos

Tagebuch 25-11-2017

Ik lees een boek. Dat doe ik wel vaker. Dit boek lees ik al anderhalve week. Dat overkomt me bijna nooit. Niet alleen is het een heel dik boek, het boek is opgetrokken uit verschillende lagen, wordt verteld vanuit meerdere perspectieven, hangt aan elkaar van details, is een coming of ageverhaal, een essay over moderne kunst en toneel, een liefdesgeschiedenis en een familietragedie ineen. Volgens mij gaat het ook nog over verkeerde keuzes, het verloop van de geschiedenis en hoe die ons beïnvloedt en over verzandende vriendschappen. Het gaat over een obsessie voor de Vietnamoorlog en een film daarover. Het is, kortom, een complex boek.

Ik heb zelden dat zulke dikke boeken mij van begin tot einde boeien. Niet voor niets zijn een aantal van mijn favoriete boeken dunnetjes. Heart of Darkness, Titaantjes, Kaas, Bint, De ondergang van de Familie Boslowits/Werther Nielant, Het glazen meisje, De Rode Ruiterij. De auteurs mag u er zelf bij zoeken.

Mijn eigen boeken zijn ook niet zo dik. Dat is onvermogen. Ik ga meestal zonder omwegen op mijn doel af, zonder al te veel opsmuk en dat is mijn kracht en zwakte tegelijkertijd. Vaak ziet men opsmuk voor literatuur aan. Gebruik een beetje wollige taal, maak het wat geheimzinnig, laat de hoofdpersoon aan zeldzame bloemetjes ruiken en beschrijf dat uit den treuren, lardeer dat met romantiek, tragiek en desnoods wat tragische kinky seks, et voilà…als de auteur dwars is, aan de drank, of een mooie jongedame of een combi van die drie en bovendien een beroemde sporter of actrice, dan is de bestseller gegarandeerd, schijnt men te denken.

In mijn boeken dien je door sloten vol stront, bloed, alcohol, frustratie, onmacht, woede en absurde verhalen te worstelen, maar ik drink niet, ben wellicht een ietsiepietsie dwars, verre van aantrekkelijk of sporter, dus best een marginale schrijver. En dat bevalt me wel. Bij mij kan er tenminste nog vrij ongestoord een lijk uit de kast sodemieteren. Bovendien ben ik momenteel niet al te productief. Mijn energie gaat momenteel vooral zitten in het bedenken hoe verder te verbouwen en dat te betalen en het is op mijn werkkamer stervens koud. Ik lijd wel, maar de kunst komt mondjesmaat.

9200000072172149

Tijdens het lezen van het briljante boek, Max, Micha & het Tet Offensief van de Noor Johan Harstad, kwam ik tot een inzicht. Of dat pijnlijk is valt nog te bezien en of dat inzicht nog nut zal hebben, valt eveneens te bezien. In het boek vliegen de twee lijnvluchten Twin Towers binnen, met alle gevolgen van dien. Zoals bij zoveel van dit soort schokkende gamechangers weet je vaak  nog precies waar je was. De moord op JFK is me even ontschoten, want ik was nog een kleuter. Maar de landing van Apollo 11 op de maan weet ik nog, ik zat voor de buis met pa, broer en zwagers. Alsof Ajax moest spelen. Van de zeventiger jaren kan ik me vooral de rode terreur en de gijzelingen herinneren. Toen waren we nog voor de doodstraf. En de BH-verbrandingen, maar dat had meer met ontluikende hormonen dan met politieke bewustwording te maken, In de tachtiger jaren waren we overal tegen, deden aan kunst en hadden we niemand nodig, behalve als we geld konden verdienen.

De muur viel. Weer nachten voor de buis en we herademenden, geen koude oorlog meer, ons leven kon beginnen en we kregen kinderen en banen enzo. En toen werden we wakker geschud door die vliegtuigen in het World Trade Center en op het Pentagon. Nine-Eleven. Ik zat bij iemand op de bank naar CNN te kijken en ik kon er niet af komen en dat kwam dan een keer niet van het blowen. Zo zag ik op CNN hoe een standbeeld van Saddam Hussein omver getrokken werd door tanks en hoe ze later een angstige man die op hem leek uit een kuil groeven. Allemaal mijlpalen in de geschiedenis, dacht ik.

Maar volgens mij ligt het anders. Die zogenaamde mijlpalen zijn slechts de uitvergroting van kleingeestigheid, jaloezie, onverdraagzaamheid, eigenlijk uit de hand gelopen burenruzies met enorme implicaties. Want leidt niet iedere stap, ieder gedachte van een mens, iedere actie veel directer tot verandering? Is wat jij zelf besluit niet veel belangrijker? Maken jouw besluiten en gedachten jou niet tot wie je bent? Want jij woont in Kathmandu, Helsinki, Vierhuizen, Borger of Goes en verdomd, het leven gaat gewoon door, ook na al die schokkende geschiedenis in de maak. En ook als men elders besluit jouw leven om te gooien met een nieuwe wet, dat gaat dat leven gewoon door. Op een andere manier. Maar het gaat door. En het blijft doorgaan tot je pech krijgt en/of je er geen zin meer in hebt.

Als je niet in die gebouwen of vliegtuigen zat, als er geen familie of geliefden inzaten, maakt het helemaal niet uit waar je was. En het is onzin dat ons leven radicaal veranderd is. Het militair industrieel complex maakte de dienst altijd al uit en doet dat nog steeds met op de tweede plaats de oliegiganten en daarna de andere multinationals. En dat gaat tijdens mijn leven niet meer veranderen.

Haalde ik dat uit dat boek? Nee, maar het boek zette me wel op het spoor van een andere manier van denken en dat is wat goede boeken doen, iets op gang brengen. Dus als je morgenvroeg koffie gezet hebt en daarna een dikke scheet laat, onthoudt dat dan, dat zou heel goed het moment kunnen zijn dat je leven definitief veranderd is.

© Lammert Voos

 

 

Tagebuch 19-11-2017

IMG_20171117_100121.jpg

 

Wie schreef dat toch? ‘Zit er in een gezin of familie een schrijver, dan is dat gezin en die familie dood.’ Dat kun je op twee manieren opvatten. Het is al gebeurd of het is een voorspelling. Ik noem mijzelf schrijver. Ik hoefde in de familie niet veel aan te richten, dat deden de geestelijk armoede en de alcohol al. Met de overlevenden, neven en nichten heb ik een leuk contact.

Binnen ons gezin heb ik inderdaad schade aangericht, maar niet uit wraaklust of ambitie. Alleen uit zelfbescherming. De processen die ik als zeer schadelijk voor mijn psyche ervoer heb ik afgebroken, daar werk ik niet meer aan mee. Dat daar personen aan verbonden zijn is pijnlijk, maar voor mijn welzijn is het noodzakelijk.

Ik heb geen leuke jeugd gehad, gebruik die voor het schrijven, maar wentel me niet in slachtofferschap. Het was zoals het was: niet leuk. En nu is het zoals het is: vaak wel leuk. Klaar.

Ik zal dus niet ontkennen dat ik dingen uit mijn familie gebruik om mijn boeken en gedichten op te leuken. Maar die verhalen zijn dan wel van de vorige generatie en als ze al herleidbaar zijn, gaat het om overleden personen. Ik zie er namelijk het nut niet van in om mensen te beschadigen en doden kunnen zich bovendien niet verdedigen.

Nu ben ik iemand die doorgaans zijn sores zonder gene uitgebreid op dit blog dondert, maar er zijn tijden dat ik dat juist niet doe. Dan zijn de gebeurtenissen te pijnlijk, te vers, te dichtbij, word je overweldigd door het verdriet van je dierbaren. Ik zit nu in zo’n week dat de machteloosheid over het verdriet van dierbaren me in een beklemmende wurggreep houdt. Ik ga er verder niets over zeggen, maar dat feit op zich, betekent eigenlijk dat ik zeg dat er veel leed om me heen is, ik daar last van heb en dat een mens vooral nooit moet denken dat hij of zij het leven onder controle heeft, want pech, domme, domme pech alleen al, kan aardig roet in het eten gooien.

Dat onze verbouwing op bepaalde punten afwijkt van onze oorspronkelijke plannen, zal me een zorg zijn. Dat regelt zich wel en anders maar niet. Ik kan me er niet echt druk om maken. Dezer dagen huil ik om zaken die niet materieel zijn.

© Lammert Voos

IMG_20171117_100129.jpg

 

 

Tagebuch 31-10-2017

‘Als ik aan de huidige tijdsgeest denk kom er steeds één woord bovendrijven: overkill!’ schreef ik op FaceBook. Dat is samen met Twitter dan ook bij uitstek de plaats van de overkill. Plekken waar iedere scheet tot uit den treuren uitvergroot wordt, waar iedereen fantastisch, briljant, interessant is of juist het slachtoffer van de wereld, waar weltschmerz en spleen welig woekert en het activistendom zich voornamelijk afspeelt door middel van petities waar geen mens warm of koud van wordt.

Mijn eigen social mediagedrag is niet anders dan dat van anderen, maar ik bespeur bij mezelf een groeiende irritatie over mijn eigen gedrag en dat van sommige anderen. Steeds vaker verwijder ik mijn eigen posts, steeds vaker druk ik mensen weg uit mijn tijdlijn. Steeds vaker denk ik: get a life, ook over mezelf.

Ook op televisie en in kranten worden de meest ridicule feitjes uitvergroot, wordt de smakeloosheid tot norm verheven en draait alles alleen nog om consumeren. Ik zal met die gedachtegang wel weer wat stappen overslaan, maar bedenk maar eens wat de invloed van verkoopcijfers en kijkcijfers zijn. Zonder kijkers geen reclame, zonder advertenties geen kranten. We zijn simpelweg doordrenkt door ons eigen corrumperende kapitalisme.

Reclame is de meest debiliserende uitvinding die er ooit gedaan is. Vrouwen worden neergezet als rolbevestigende niet nadenkende objecten. Zolang het getolereerd wordt dat men ons voorspiegelt dat aantrekkelijke vrouwen in lingerie hun jurkje staan te strijken terwijl er drie kwijlende mannen voor de voordeur staan te wachten, wat heeft een actie als Metoo dan eigenlijk voor zin? De implicaties van zo’n spotje heeft een reikwijdte die veel verder gaat dan de verkoop van ondergoed, maar geen mens die daarover wenst na te denken.

Ik zou uren kunnen doorgaan over reclame, maar het is allemaal zo zinloos. En hypocriet. Ik wil echter een spotje van een grote bank die reeds menig agrariër aan de bedelstaf heeft geholpen middels spiralen van verplichte investeringen om leningen af te kunnen lossen niet onvermeld laten. Deze bank presteert het nu zich op te werpen als de oplosser van het wereldvoedselprobleem, terwijl ze er juist een oorzaak van is door de overproductie in Europa te stimuleren en bovendien de grootste financier van de Bio-industrie.

Onze zeer bonafide en solide hypocriete bank heeft nu een spotje gemaakt waarin het zichzelf aanprijst als de stimulator van innovatieve landbouw. Dat is op zich al om te lachen, maar het mooiste is nog wel dat men allerlei mensen uit de Derde wereld laat zien als zijnde die innovatieve landbouwers. En daar zit dus een nomadische veehouder uit Oost-Afrika tussen: een Masai of Samburu. Zij worden door corrupte overheden die projectontwikkelaars helpen gedwongen heel innovatief van hun geboortegrond af te staan. En een groot deel van hun vee is toch al stervende vanwege de aanhoudende droogte en verwoestijning, want die projectontwikkelaars bouwen grote toeristenresorts op de drinkplaatsten voor vee en wild.

648df3e91b39ab7ee4c7b2aa0329cd6f--face-photography-african-beauty

Maar kennelijk is het volk zo stom dat ze in dit soort spotjes trappen. Ik word er woest van. Hou je ouwe moer voor de gek! Ouderdom is niet te stoppen met spul uit potjes op je bek te smeren. Incontinentie zul je nooit stoppen, is gewoon de leeftijd. Normale mensen komen niet fris gewassen en opgemaakt hun bed uit. Ongestelde vrouwen gaan niet bergbeklimmen terwijl jij uitgebreid in hun kruis mag kijken.  Als je geld leent kom je niet uit de problemen en word je niet gelukkiger. En die Nissan ziet er precies zo uit als je één jaar oude Renault. Van cola word je niet slank. Barbecue is niet lekker, dat is een misvatting. En echt, je hoeft niet voor iedere feestje een nieuwe garderobe aan te schaffen en je hoeft niet mee te doen aan al die rages, zoals Halloween nu weer. Dat is gewoon verzonnen door de middenstanders om jou geld uit je zak te kloppen.

En zo ben ik weer terug bij de overkill. Alles wordt eindeloos uitgemolken, iedere mening, iedere trend, iedere gebeurtenis tot je er echt schijtziek van bent. Het zou fijn zijn als mensen weer terug op aarde landden, gewoon weer met de voeten op de grond. Want uiteindelijk is dat de plek waar je eindigt, op of in de grond, dus maakt het allemaal heel weinig uit. Get a life.

© Lammert Voos