Tagebuch 23-6-2017

Mijn laatste blog vanuit Welsum. Meldde ik vanochtend nog dat ik nog nooit zo ontspannen verhuisd ben, nu is de puut wel leeg. Mijn kop loopt me om en ik geef het op. We hebben morgen een prima verhuisploeg en ze vergeven me vast wel dat ik de schuur niet aangeveegd heb. Ik heb geen puf meer en mijn rug doet zeer. S zit er ook wat door, maar ook zij heeft alles knap op orde.

Gister waren we in Vierhuizen. S heeft het keukenblok geschilderd en ik plafond en een wandje van onze beoogde slaapkamer. Vroeger zou ik met een Godverdomme de hele kamer gedaan hebben en daarna instorten, maar ik weet inmiddels dat wilskracht niet meer werkt. Niet met zo’n wrak lichaam. Over wrak gesproken: ik deed nietsvermoedend een raampje open en zag dat het kozijn eigenlijk alleen nog met splinters vast zat. Maar er is niets wat je niet kunt maken met ducttape.

Ook kennis gemaakt met de buurman. Dat akkedaaierde direct goed, hij bood zijn kettingzaag al te leen aan voor als mijn buks het niet meer doet. En ook voor het opschot snoeien achter aan de slootkant. Ik hou van een wilde tuin, maar soms moet je toch een beetje ingrijpen om woekeren te voorkomen en een beetje licht in huis is ook wel fijn.

Het internetprobleem is waarschijnlijk al opgelost. Maandag komt een monteur een aansluiting aanleggen. Toegang voor iedereen, maar vooral voor ons! Ik wil nooit meer een andere provider. Okay, het is niet de goedkoopste, maar de service is bovengemiddeld goed. (Zit ik hier verdomme nou ook al reclame te maken?)

Ondertussen lees ik nauwelijks nog kranten en kijk nauwelijks televisie. Vergaat de wereld nog steeds binnenkort? Het zal mijn tijd wel duren, vermoed ik. Ik heb mijn pillen ingepakt, mijn tandenborstel staat op de lader en heb momenteel weinig last van aambeien. Die verhuizing gaat helemaal goed komen morgen.

© Lammert Voos

 

 

 

 

Tagebuch 16-6-2017

Zelden hebben we ons ergens meer welkom gevoeld als gisteren in Vierhuizen en omstreken. Het was een vroegertje, want de officiële overdracht was reeds om kwart over negen en het is twee uur rijden vanuit Welsum. De overdracht was snel gepiept en toen wachtte ons een sloot koffie bij onze nieuwe overburen en vorige eigenaar van ons huis, tevens eigenaars van de camping. Daarna was het bij de notaris in Leens ook nog maar een formaliteit.

De rest van de ochtend scharrelden we nog door het huisje in afwachting van de ongediertebestrijder, die ’s middags ging inspecteren hoe erg de wormvraat in de dakbalken was en wat daar aan te doen. Er moet best nog veel gebeuren, bijvoorbeeld qua schilderwerk, maar zelfs al zouden we niets doen en zo onze meubels er in pleuren, dan zou het voor mij goed zijn. Voor S trouwens ook. Het huis voelt gewoon goed. Ja, dat klinkt vaag, maar toch is het zo.

Kleine tegenvaller was dat er geen telefoonaansluiting blijkt te zijn, ondanks mijn vraag aan de makelaar of die er was en de bevestiging daarvan. Niks, naks, nada, niet te vinden. Dus heb ik vanochtend bij het krieken van het eerste ochtendlicht (leugenaar) onze provider gebeld. Die maakte zijn goede naam weer meer dan waar en de meneer die sprak liep zelf ook tegen het gebrek aan soepelheid van de KPN op. Maar hij zette door en met een beetje mazzel zijn we slechts een dag of drie internet, televisie en telefoonloos.

Terug naar gister. Ik lag op mijn rug in de keuken naar de lichtkoepel te kijken en dromen. Naast vogelzang en het nu en dan kraaien van een haan –die heeft ook niet het eeuwige leven- was het doodstil.  Als mijn lichaam niet zo had geprotesteerd was ik nooit meer opgestaan. Maar dat deed het wel en we gingen weer naar de overkant, alwaar we een bosbessensorbet verorberden. We mochten niet eens betalen.

Toen diende zich de tweede kleine tegenvaller zich aan: de wormenbestrijder constateerde dat er toch behoorlijk vraat aan de dakbalken zat en rekende even voor wat dat geintje kostte. Ik had daar al op gerekend, dus daar zat niet de pijn. Nee, de zolder moest stofvrij gemaakt en de steenwolisolatie moest verwijderd worden. ‘Nee schat, de stofzuiger hoeft niet mee…’ Ik hoor het me nog zeggen. Maar in Leens zit een bouwmarkt en we hoopten daar een industriële stofzuiger te kunnen huren. Die hadden ze niet te huur, alleen te koop. Maar….

Die mensen zochten hun hele pand af, de verkoopster suggereerde dat haar vader er een had, maar die bleek niet bereikbaar. Een andere man kwam aankakken met hun eigen grote stofzuiger en zette die gedecideerd in onze auto. ‘Bruuk dei mor. Kom hom vanoavend mor terugbrengen.’ We kochten mondkapjes, witte overalls en handschoenen. Ik hoef nooit meer naar een andere bouwmarkt. Prijzen zeggen mij geen bal, dit was een verademing vergeleken bij de bouwmarkt van Epe.

Nadat S me een kwartier uitgelachen had omdat de overall me nogal strak in het kruis zat, togen we aan het werk. S rolde de steenwol op en ik tilde het van boven naar de achterste slaapkamer (volgende week mag dat in omgekeerde richting). Een beste klus en ik was kleddernat van het zweet. S moest daarna echter nog de zolder stofvrij maken, want die was niet echt beloopbaar voor zwaargewichten en bovendien trok mijn lichaam weer aan de noodrem. S is een noeste werker en buffelde een dik uur stevig door. We waren blij met de douche. We brachten de stofzuiger terug en ik stopte wat geld in de fooienpot.

Vandaag worden de wormen geliquideerd en dan mag er achtenveertig uur niemand in het huis komen, dus gaan we pas maandag weer die kant op. Uiteraard aten we in Zoutkamp aan de haven. Hoewel er iets over Deens ijs op de gevel stond, at ik vis en S een salade. Ach ja, Vikingen onder elkaar, hè? Toen kwam de grote domper van de dag: we moesten zon, zeebries, stilte en weidsheid achter ons laten en terug naar de rand van de Veluwe. Nog een week hier en dat zullen we ook nog wel overleven, maar daar in het noorden, daar ligt toch echt ons hart.

© Lammert Voos

 

 

 

 

 

 

Tagebuch 13-6-2017

In mijn werkzame leven als chauffeur, kok en begeleider bij vakanties voor verstandelijk gehandicapte mensen heb ik regelmatig mensen met een autistische stoornis mogen ervaren. Ik nam hun drang tot wiegen, angst voor veranderingen en naar binnen gerichtheid voor kennisgeving aan, maar snappen deed ik het niet. Nu valt ook niet alles te snappen en hoef je ook niet alles te weten om respectvol met mensen om te gaan, dus dat zat me niet in de weg. Ik paste me gewoon aan. Mits dat binnen bepaalde grenzen kan, lukt me dat doorgaans heel aardig.

Wat ik wel al snel begreep was dat de weergave van de stoornis in bespottelijke film Rainman nergens op sloeg. Niet ieder autist heeft een savantsyndroom. Wikipedia zegt daar het volgende over: De term savantsyndroom is een label voor iemand met een autistische stoornis en/of mentale retardatie die zeer bijzondere geestelijke vermogens heeft op één bepaald terrein. De term idiot savant, geleerde dwaas, is verlaten vanwege de onaangename bijklank. Vaak hebben deze mensen een wiskundig vermogen dat niet-rationeel lijkt, ze kunnen razendsnel zeer gecompliceerde berekeningen in hun hoofd uitvoeren. Overigens is het wel zo dat hoe complexer de berekeningen zijn, hoe trager het antwoord wordt gegeven. Andere mensen met het savantsyndroom hebben een zeer sterk ontwikkeld geheugen voor bepaalde dingen. Ze kennen bijvoorbeeld een hele boekenkast uit het hoofd of kunnen een stuk muziek dat ze jaren geleden hebben gehoord feilloos naspelen. De Schotse schilder Richard Wawro kon uit het geheugen zeer gedetailleerde tekeningen maken en kon zich ook al zijn tekeningen herinneren, terwijl hij verder ernstig geretardeerd en autistisch was. Als er sprake is van autisme spreekt men wel van een autistische savant. De algemene naam die men voor het verschijnsel gebruikt is savantsyndroom. Deze benaming was bijvoorbeeld van toepassing op wijlen de Amerikaan Kim Peek, die model heeft gestaan voor het personage Raymond in de film Rain Man. Peek had een verstandelijke handicap door een hersenbeschadiging, maar was niet autistisch. Ik wil daar aan toevoegen dat Raymond bovendien zo’n beetje alle talenten heeft van bovenstaand stukje.

Er zijn meer autisten zonder het syndroom, dan met. Ik heb overigens zelf mogen meemaken dat een magere blinde jongen mijn stem zodanig wist te imiteren, inclusief slepende tongval, dat ik een wijle sterk twijfelde aan mijn verstandelijke vermogens. De jongen kon overigens iedereen imiteren. Nee, ik zeg dat verkeerd, het was geen imiteren, het was letterlijk kopiëren. Gisteravond zag ik de film Life, Animated over de autistische man Owen en hij kopieerde de hoofdfiguren uit Disneyfilms. Daarover later meer. Ene Pauline Kleijer schreef in de Volkskrant dat de film een feelgoodstemming had en frustrerend oppervlakkig is. Kennelijk heb ik een andere film gezien. Akkoord, de Amerikaanse toon van de film –u moet zelf maar bedenken wat ik daar mee bedoel- dien je in het begin even aan te wennen, maar veel feelgood heb ik niet gezien. Wel een worstelende jongeman, een worstelende familie en heel veel twijfel en verdriet.

Owen veranderde op driejarige leeftijd van een vrolijke peuter plotseling in een jongetje dat zijn spraak en fijne motoriek verliest. De ouders weten niet wat hen overkomt als de diagnose autisme gesteld wordt. Ze doen er alles aan om hun zoon bij het gezin betrokken te houden, maar dat lukt hen nauwelijks. Tot de vader ontdekt dat Owen hele films van Disney uit het hoofd kent en op die manier beginnen ze moeizaam te communiceren. Disneyfilms zijn overzichtelijk zwart-wit in emotioneel opzicht en gezichtsuitdrukkingen worden sterk uitvergroot. Op die manier creëert Owen voor zichzelf een referentiekader waarmee hij op een zeker niveau kan functioneren, maar het blijft een wankel evenwicht.

Hoogtepunt van de film is de toespraak van Owen voor een conferentie over autisme in Frankrijk. Hij blijkt een aantal zinnen in het Frans te hebben geschreven en vertelt over zijn verlangen naar een normaal leven, maar dat hij zo’n moeite heeft met alle prikkels om zich heen en met het contact maken met andere mensen. Dat hij vaak de wereld niet begrijpt. Daar kan ik me heel veel bij voorstellen, want dat heb ik ook, zij het dat ik niet autistisch ben en in een andere mate.

De film heeft geen happy end. Zijn ouders maken zich ernstig zorgen over de toekomst van Owen en zijn oudere broer ziet met angst en beven de dag tegemoet dat hij de volledige zorg over zijn broer moet overnemen. De angst is de angst die ik ook zag bij vaak al bejaarde ouders van de autisten op onze vakanties. Wie zorgt er straks voor ons kind dat nooit beter wordt? Een gedachte die je een dikke strot bezorgt, zelfs als je niet weet van de bezuinigingen op de zorg. Net zoals de film je een dikke strot bezorgt. Ik weet nog steeds niet wat autisme precies is, maar ik weet wel dat het leidt tot extreme eenzaamheid. Feelgood? Flikker toch op.

© Lammert Voos

la-vida-de-un-nino-autista--jpg_626x0

 

 

Tagebuch 12-6-2017

20150801_161141Vanochtend zag ik in de NRC van afgelopen zaterdag staan dat Herman Posthumus Meyjes  op 89-jarige leeftijd overleden is. Hij was mijn opvolger als stadsdichter van Deventer en een aimabel mens. Daarvoor is hij ambassadeur in Japan geweest en Directeur-Generaal Europese Samenwerking. Hij ontdekte laat zijn talent als dichter en debuteerde pas vorig jaar met een bundel. Toch staat er boven de overlijdensadvertentie die het Deventer Dichterscafé geplaatst heeft: Helaas ben ik nooit geweest wie ik had willen zijn noch werd ik ooit wie ik in diepste wezen was. Ik weet niet of die regels van hem zelf waren, maar ik heb een ander beeld van hem.

De eerste keer dat ik hem ontmoette was op een feestje van nouveaux riches die ook nog iets cultureels wilden doen, want dat doe je nou eenmaal als je gearriveerd bent. Er was net bekend geworden dat ik stadsdichter zou worden en men had mij uitgenodigd om voor te dragen. Ik geef toe dat ik dat niet onbezoldigd deed. Herman – ik mocht Herman zeggen- was daar ook om voor te dragen. Net als ik dwaalde hij wat onwennig door de vertrekken, we kenden daar beiden niemand en we hadden beiden niet veel op met de hautaine en pedante houding van de meeste mensen, dus het was onvermijdelijk dat we in gesprek raakten. Hoe ik dan stadsdichter was geworden? Ik antwoordde dat ik dat niet wist, dat ik gewoon deed wat ik zelf wilde, en dat sommige mensen dat leuk vonden en anderen niet. Hij vond dat interessant. Ik heb het idee dat hij eigenlijk alles interessant vond, dat hij ondanks zijn hoge leeftijd open stond voor nieuwe ideeën en kennis. En dat hij van dat laatste al overliep, dat hij een klassieke intellectueel was.

Klassiek was hij ook in zijn poëtica, iets dat mij minder aansprak. Ik denk dat mijn poëzie hem ook niet aansprak, maar dat gaf niet, er was sprake van wederzijds respect. Ik kwam eens per toeval terecht aan een terrastafeltje in Deventer waar hij en twee andere ex-stadsdichters zaten en dat werd een zeer genoeglijke uitwisseling van standpunten en grappen.

Herman was vaak bij mijn optredens, zoals ook tijdens de presentatie van mijn laatste bundel Rigor.  Daar werden beelden van Heleen Simons vertoond, de illustraties in de bundel, onder begeleiding van zware industriële metal, gemaakt door Goos Veldman.  Je zou kunnen veronderstellen dat Herman, immers een man op leeftijd, dit een beetje veel van het goede zou vinden, maar nee, hij vond het prachtig. Hij gaf me op de valreep nog het compliment dat ik een van die zeldzame mensen was die zijn eigen poëzie ook nog prachtig wist voor te dragen.

Of Herman was wie hij wilde zijn, kan ik niet beoordelen, maar volgens mij was hij wel degelijk wie hij in diepste wezen was: warm, open, belangstellend en verre van verwaand.  Een voorbeeld en mooie man.

© Lammert Voos

 

 

 

 

 

Tagebuch 8-6-2017

216860Onrust ien de pokkel. Gister ben ik voor het laatst wezen zwemmen in het reumabad te Twello. Vandaag is S voor het laatst op stap met haar pupil met verstandelijke uitdaging. Ik leen even een anekdote van haar: ze reed met haar pupil langs de roodverlichte ramen van Deventer, de werkende dames stonden grotendeels buiten. Zegt haar pupil: ‘Die winkels staan allemaal leeg hier.’

Vanochtend heb ik de Kosten Koper betaald. Wat een klap geld zeg, het deed gewoon een beetje zeer om het uit te moeten geven. Ja, ik ben net zo’n knieper en uitvreter als mijn pa. Zonet belde de aannemer over de planning en beloofde die vanmiddag in orde te maken, net als twee weken geleden. Het zal er wel bij horen.

Ik heb de bovenverdieping op orde. Alles van de muren gehaald en alle gaten gedicht. Zeil van de overloop getrokken, net als in de hal beneden. Als ik maar doorga merk ik mijn koppijn en vermoeidheid niet zo. Dat klinkt als klagen, maar dat doe ik niet. Ik tel juist mijn zegeningen. Mijn neef wordt na een maand bestraling volgende week geopereerd. Ook iemand anders die me niet koud laat ligt momenteel op de Intensive Care met hartritmestoornissen. Ik knijp echt mijn handen in elkaar met de pillen die ik nu heb. De chronische ontstekingen zijn over en de bijwerkingen lullen we niet over. Zo ben ik vijf kilo aangekomen, maar we zeggen gewoon dat het vijf kilo meer liefde en schoonheid is.

Het is vandaag nog precies een week tot de overdracht en twee tot de verhuizing. Volgens mij hebben we alles aardig op de rit. We gebruiken vooral van die handige wijndoosjes en dat heeft twee voordelen: in de eerste plaats tillen die handig en de plaatselijke dorpsroddelaar van Vierhuizen heeft direct ook munitie. S drinkt nauwelijks en ik al negen jaar niet meer, dus dat is best grappig.

Inmiddels is de onrust over, dus ik kan nu wel weer ophouden. Ik ga maar eens douchen, geloof ik. Ook leuk. Wat een blog van niks is dit geworden. Mor ja…

©Lammert Voos

 

 

 

 

Tagebuch 4-6-2017

Chaos in mijn hoofd, chaos in mijn huis, chaos op de wereld. Ik kan me er maar moeizaam toe zetten iets te schrijven. Het is zo veel en waar te beginnen? Laat ik klein beginnen met het huis, misschien dat het wat ordent. Er is een mevrouw geweest die het huis gaat bewonen. Ze is net gescheiden en heeft niets. Ze wilde alles wel overnemen, maar ik proefde dat ze geen cent te makken had. Maar de ene hand wast de andere. Zij mocht alles van ons voor niets hebben, als ze dan ook alles nam en wij hoeven er geen laminaatvloer uit te breken, geen raambekleding, luxaflex, zelfbouwkastje en inbouw gasstel weg te halen. Anders was het naar stort en kringloop gegaan, want het past niet in ons nieuwe huis. Ik hoef nu alleen nog wat lampjes weg te halen en wat gaten in de muur op te vullen. En inpakken natuurlijk.

Mijn hoofd. Slecht slapen. Nachtmerries. Het oude liedje. Spleen. Weltschmerz. Waar heb ik al adreswijzigingen naartoe gestuurd en waar niet? Heb ik genoeg medicijnen om een paar maanden door te komen? Geen overzicht, geen controle. Het gebeurt allemaal en ik heb me er maar bij neer te leggen. Controleverlies leidt bij mij tot angst en stress. Mijn vorige verhuizing had ik zo’n last van stress dat mijn bloeddruk zo hoog werd dat ik letterlijk plat ging. Ik dacht dat ik dood ging. Nu lachen we er om. Daarom ga ik nu op de dag van de verhuizing eerder naar Vierhuizen, want anders word ik zo’n knaagdier dat maar blijft rennen in zijn tredmolen tot hij dood is. Gelukkig ben ik niet alleen.

Vannacht zat ik slapeloos te zijn achter de computer en zag dat er weer een aanslag was geweest. Nu in Londen. Je denkt aan je kinderen en geliefden. Je denkt aan Trump met zijn stompzinnige redeneringen. Aan alle haat en onverdraagzaamheid. Ik ben blij dat we naar de rand van de wereld gaan, maar ons aan alles onttrekken zal waarschijnlijk niet gaan. Ik zou dat wel willen. Ik zou niet willen piekeren en niet bang willen zijn. Onbekommerd blij willen zijn. Maar zo zit ik niet in elkaar en de wereld helaas ook niet.

© Lammert Vooschaos-en-orde

 

 

 

 

 

 

Tagebuch 30-5-2017

Ik zou hier op de boerderij van schoonzus en zwager eindelijk de door Jan de Jong gecorrigeerde versie van Canisius uitwerken, maar ik kom er niet aan toe. Het is niet dat ik nou zo vreselijk veel doe, maar ik ben de constante interactie met andere mensen duidelijk niet meer gewend en dat trekt me leeg. Vandaag vertelde mijn lichaam dat ik pas op de plaats moet maken middels een jichtaanval. Dus gooi ik er maar weer Colchicine in, puur gif dat je laat schijten als een wielrenner.

Gister zijn we met de pleegdochter van schoonzus en zwager een dagje naar het strand geweest. Volgens het KNMI zou de wereld zo’n beetje vergaan, maar we hadden er gelukkig mooi weer bij. Op het terras van een strandtent in Noordwijk verbaasde ik me weer over het totale gebrek aan gene van sommige mensen. Mensen die hun kinderen en beesten maar lieten aanrotzooien tussen de tafeltjes.

Ik begrijp best dat je in de zon, op het strand, zo weinig mogelijk kleren aan wilt hebben, maar de uierparade op het terras stuitte me toch lichtelijk tegen de borst. Ik drink mijn koffie graag zwart en zonder flauwekul. Ik zit toch ook niet met ontblote geslachtskenmerken op een terras? Ben benieuwd hoe lang het zou duren als ik dat wel deed.

We aten later in Bloemendaal, bij een restaurant dat ’t Eindpunt heet. Prima bediening, aardig eten voor weinig geld. De honden waren vreselijk tekeer gegaan op het strand en de hond van zwager en schoonzus had veel te veel zeewater gedronken, waardoor ze misselijk en dorstig was. Maar als ze dronk begon ze direct te braken, dus moesten we haar remmen. Daarom zat ze onder het eten nogal te jeuzelen. Een man een tafeltje verder zat zich duidelijk te ergeren. In plaats van dat hij vroeg of we de hond wilden remmen zat hij passief agressief moeilijk te kijken. Tot ik me toevallig omdraaide. Ik deed niks, keek niet moeilijk, had het eerst niet eens door, maar de man schrok zichtbaar en bleef daarna braaf met zijn aandacht bij zijn tafeldame.

Die tafeldame was een jongedame van een jaar of vijfentwintig, meneer zelf was een vijftiger. Ik hou er erg van om gesprekken af te luisteren, nieuwsgierig als ik ben en hoorde dat het meisje niet al te nozel was en eigenlijk niets wilde weten van de voorstellen van de man, maar de zachte dwang was onmiskenbaar. Ik overwoog nog even onze hond over zijn voeten te laten kotsen, maar al snel stapten ze in zijn auto. Een Audi natuurlijk.

Thuisgekomen bleek de boerderij nog steeds niet weggevaagd door de apocalyptische stormen van het KNMI en dus kon ik gewoon mijn mail lezen. Eentje van de woningbouwvereniging. De vorige kandidaat bracht haar vruchtwater elders en er was een nieuwe kandidaat die vanochtend al belde. Zij kondigde aan de woning sowieso te nemen en ze wilde alleen komen kijken om te zien wat ze over kon nemen. Zo mag ik het graag horen. Misschien geven we haar wel geld toe als we die verrekte laminaatvloer er niet uit hoeven te halen, maar dat gaan we haar mooi niet vertellen. Morgenavond gaan we naar huis, donderdag komt ze kijken. Afgelopen zaterdag was ik even thuis om de post te halen en vluchtte na vijf minuten weer weg vanwege de krijsende buurvrouw. Hopen dat die donderdag even haar bek houdt. Nog drie weken tot de verhuizing, het schiet lekker op.

© Lammert Voos

tractor

 

 

 

 

 

Tagebuch 26-5-2017

Hemelvaartdag. Nog een maand tot de verhuizing. We passen op de (zorg)boerderij van zwager en schoonzus, op hun pleegdochter, op de hond, boerderijbeesten en vliegen. S en pleegdochter houden zich bezig met de menagerie en ik ben er vooral als sfeermaker. Verder kan ik niet te veel vertellen, want voor je het weet heb je van de bond van boerderijvliegen een claim tot schadevergoeding voor privacyschendingen aan je broek.

Afgelopen maandag waren er mensen om ons huurhuis te bezichtigen. We waren daar best blij mee, zo zouden we weten wat we uit de woning moeten slopen en wat mag blijven zitten, zoals de laminaatvloer. S had een strategie bedacht voor de verkoop van de spullen en het leek mij raadzaam om even te wieberen, aangezien ik vaak zo slecht mijn mond kan houden. Ik ben een soort steigerladder gaan kopen. Dat lijkt ons handig omdat er in het nieuwe huis plafondbalken geschilderd moeten worden en na het schilderavontuur van vorig jaar bij jongste dochter op de boerderij weet ik hoe moeizaam het is om boven je hoofd te werken.

Toen ik thuis kwam was S tamelijk chagrijnig. De bezichtigers waren misprijzend door het huis gelopen. Niets leek goed genoeg en er was met geen woord gerept over overnames. We weten nu niet eens of ze het huis geaccepteerd hebben. De vrouwelijke helft van het stel, een meisje van een jaar of twintig, was hoogzwanger en stond op knappen, dus het leek ons dat ze niet veel te kiezen hadden. Maar niet goed genoeg? Prima. Sloop ik alles er uit. Ze hadden het gratis mogen hebben, maar nu niet meer. Ik had geen zin om mijn humeur te laten bederven.

’s Avonds hadden we het er nog over en langzaam maar zeker gebeurde het toch. Teringlijers! Over schenden van de privacy gesproken. Over het binnendringen van je persoonlijke ruimte gesproken. S is heel resoluut: we laten niemand meer bezichtigen, ze komen maar terug als we weg zijn. Dat is ook precies wat ik denk.

Ik ben wel blij dat we even een week weg zijn, kunnen we volgende week weer met frisse tegenzin verder. In ons hoofd wonen we al in Vierhuizen. We zijn die ruis die de woningbouwvereniging veroorzaakt goed zat. Wat wel relativeert is de bomaanslag in Manchester. Mijn God, wat bezielde die daders? Hoe ziek kan je universum zijn? Al die kinderen en hun ouders, het snijdt me door de ziel. Het zou trouwens eerder nieuws zijn als dat niet zo was.

Gisteravond met de pleegdochter Manchester United- Ajax gekeken. Lang geleden dat ik een hele voetbalwedstrijd zag en ik snap ook weer waarom. Al dat theater en verwende gezeur op het veld. Nee, doe mij maar wielrennen. Hoewel er veel minder stierenpoep geleuterd wordt,  worden daar tenminste mijn scabreuze voorkeuren nog bevredigd. En ik wil ook best eerlijk toegeven toe dat ik heel kinderachtig en voorspelbaar ben.

© Lammert Voos

DAh2WyWXgAEQXCp

 

 

 

Afhandig

ver weg, daar de lucht gebroken

in rood, ver weg van kommer

en in de slootkant zoemt stilte

laat ik alles zijn, wat het is

wat het was, ver weg is alles

 

schoon en stil de ademhaling,

de lucht ver weg, het gebroken zijn

zit ik in het riet, kwaakt daar

de haast, laat ik in het water,

laat het gaan, het is ver

 

de bergen, de sneeuw,

de regen, de kiezels onder

geschonden blote voeten

en iedere opwelling laat ik,

blaas ik achteloos weg

 

ver weg waait de smart,

de gruzelementen,

heelt het hart in stilte

wuift het riet heen en terug,

kijk ik naar de lucht, gebroken

 

mag er pas morgen

weer verlangen zijn,

ben ik nu

afhandig en voort

ver weg

© Lammert Voos

lauwersmeer3239

 

Tagebuch 19-5-2017

Nu en dan slik ik slaappillen om bij te tanken. Die pillen hebben als fijne bijwerking –niet ironisch bedoeld dit keer- dat mijn geheugen slechter wordt. Helaas doet het niets op dat vermaledijde ongebreidelde associëren en zaken die flink de hersenen ingebrand zijn worden ook niet uitgewist. De afgelopen week televisie kijken riep dus weer het nodige op en de niet chemische slaap was tamelijk onrustig, met dromen vol faalangst en mislukkingen.

We zagen Goede Hoop, over de invloed van Nederlanders in Zuid-Afrika. Apartheid is een wereldwijd bekend Nederlandse woord. Volgens sommige mensen in ons land en ook daar moet de Nederlandse cultuur als onaantastbaar gelden, ik schaam me er echter voor. De aflevering van gisteravond ging over jaren zeventig tot en met het heden, over bloedbaden in Soweto, de repressie, de blanke moordcommando’s, de moeizame transitie naar een multiculturele staat, de teleurstelling en de ambivalentie van de ANC, over gebroken beloftes. De les was dat macht hoe dan ook corrumpeert.

Ik herinnerde me ineens dat ik ook eens iemand ontmoet heb die bij de Special Forces gewerkt had. Dat was nota bene in het jaar dat Mandela vrijkwam, in 1990. Ik liep op proef een dagje mee als groepsleider in het gesloten jeugdinternaat van Harreveld, bij Lichtenvoorde, in de Achterhoek. De man die me begeleidde was een Zuid-Afrikaan van twee meter groot. Een beer van een kerel, met enorme handen, armen als boomstammen en schouders als de pijlers van een betonnen brug. De jongens op de afdeling hadden een heilig respect voor hem, maar niet voor mij.

Er was een jongen die met een riotgun tijdens een overval het been van zijn slachtoffer afgeschoten had. Een andere jongen, een roodharig spichtig ventje, liep me steeds te provoceren en uit te dagen. Mijn onderbuik maande me tot voorzichtigheid. Ik was bang. Echt heel bang. Ook voor mijn collega. Er hing een ongrijpbaar air om hem heen, iets dat voor mij onbenoembaar was. Toen ik later met vluchtelingen ging werken, zag ik dat vaker, voornamelijk bij mannen die hadden gevochten. Er was iets kapot wat niet te herstellen was en de oorzaak was niet alleen wat deze mannen ondergaan hadden, maar ook wat ze zelf gedaan hadden.

Na die dag liet ik Harreveld voor wat het was, niet iets voor mij, maar ik werd alsnog groepsleider op een minder zwaar internaat in Amersfoort. Ik was nog geen dertig, ik dacht toen nog dat ik alles kon en de wereld in mijn zak had. Uiteindelijk werd me vooral duidelijk dat ik zelf nog de nodige onverwerkte problemen had en totaal niet geschikt was voor dit werk. Het enige dat ik de kinderen te bieden had was branie en dat overlevingsmechanisme maakten ze zelf al tot uit den treuren gebruik van en was vaak ook de oorzaak van hun problemen.

We zagen onlangs nog een documentaire: Ik ben geen probleemkind, ik ben een uitdaging. Ik hoop dat die titel ironisch wel bedoeld was. Het ging over kinderen in een internaat in Noord-Holland. Ook bij hen was al iets kapot en de totale onmacht van die kinderen maakte de nodige tranen los bij S en mij. Het is zo oneerlijk: de ouders schieten te kort –ook vaak uit onmacht- en de kinderen zijn er het slachtoffer van. Sommige kinderen redden het, maar de meesten niet. Dat worden in veel gevallen zelf te kort schietende ouders.

Ik kon het niet helemaal los zien van het proces dat een vader voerde tegen zijn eigen zoon om hem te dwingen een chemokuur te ondergaan. Los van allerlei rationele argumenten voer je als ouder geen proces tegen je kind, als ouder dien je te allen tijde een veilige en beschermende haven te zijn. Overigens was ik dat zelf ook niet altijd, wellicht dat het me daarom zo stak. Splinter en balk, maar ik denk dat het proces vooral iets zei over de strijd tussen de ouders van het zieke kind.

Het valt niet mee kind te zijn. De wereld is onzeker en er wordt van alles van je verwacht. Iedereen heeft een mening over je, over wat je mankeert en wat je daar al dan niet voor moet slikken. En dan hoor je ook nog dat de wereld binnenkort vergaat. Dat is altijd al zo geweest, maar dat wil niet zeggen dat het niet zo is.

© Lammert Voos

46b66c5a217f607f0bbbda04a14cf544