Tagebuch 1-8-2017

 

 

Vanavond is onze nieuwe aannemer langs geweest en nu kan ik natuurlijk weer niet slapen. Hij had een offerte voor een aantal kozijnen en dubbel glas en dat zag er goed uit. Er viel van ons beiden een last van de schouders. Het gaat goed komen. We hebben inmiddels ook een offerte voor de zonnepanelen en een nieuwe ketel en ook dat lijkt goed te gaan komen.

Verbouwingen vallen altijd tegen, weet ik inmiddels, zowel financieel als qua tijd. Ik zag het bij mijn dochter, ik zie het regelmatig op televisie en ik zie het nu ook bij ons gebeuren. Complicerende factor is wel dat ik na de buikgriep weer een fijne ontsteking kreeg en dus nauwelijks kan lopen. Ik wil niet klagen, nou ja, eigenlijk wel, dus ik doe het toch: maar de stevige klussen liggen nu weer stil.

Maar dat geeft ook niet, je moet niet alles tegelijk willen aanpakken, want dat leidt alleen maar tot chaos. Beetje jammer dat mijn hoofd niet mee wil, die doet wel alles tegelijk en laat zich niet remmen. Dat komt nu ook wel van de prednisonkuur die onrust als bijwerking heeft.

Het heeft ook wel voordelen, die onrust. Ik ben tijdens de slapeloze nachten weer aan het werk gegaan aan ‘Canisius’ en ook aan een novelle waar ik nog geen titel voor heb. Als het ratelt, dan ratelt het ook goed en laat ik daar maar gebruik van maken. Ik hoop ooit nog eens een boek uit te geven met een schilderij van Malevich als omslag. Zoals The Reaper on Red of Three-Woman- figures.

U ziet, mijn literaire ambities zijn beperkt, het boek moet er mooi uitzien en dan ga ik ervoor. Zo doe ik het ook met ons huis: als er ramen in zitten en we bovendien een dak hebben, dan gaan we ervoor.

Dan ga ik nu om 00 uur59 weer mediteren om in slaap te komen. Ik herhaal: i have nothing to do, have nowhere to go, noone to be. Dat laatste lukt me doorgaans vrij aardig. Maar mooi dat ik toch niet slaap.

© Lammert Voos

 

 

 

 

 

Advertenties

Tagebuch 28-7-2017

Ziek en niet zo’n beetje ook. Ik dacht aanvankelijk dat het oververmoeidheid en stress was, maar nee, er heerst buikgriep en ik heb het. Ik zal u de leegloopdetails besparen, maar nu, op de vierde dag, de dag dat de verbetering inzet, hou ik eindelijk weer wat voedsel binnen. Ik heb leukere diëten gevolgd.

Ben zojuist even bij mijn overbuurman, de campinghouder, geweest. Dat is een gouden kerel, die altijd alles voor je over heeft. Ook mijn buren links en rechts zijn een verademing vergeleken bij die in onze vorige woonstede. Het zijn gewoon ontzettende aardige mensen. Helaas gaat het jonge stel naast ons in het najaar weg. Ze zijn een huis aan het bouwen in Stad Grunnen, ook met het idee dat hun dochtertje het daar wat gemakkelijker zal krijgen qua school. Ik snap dat wel. Er zijn hier niet veel openbare scholen (meer) en hoewel ik Zoutkamp erg leuk vind, is het ook een erg rauw dorp. Ik weet nog dat mijn pa vertelde dat hij en mijn ooms, ook van moeders kant, vanuit Zuurdijk gingen knokken in Zoutkamp.

Afgelopen zaterdag was hier een loodgieter/ dakdekker voor de inspectie van het platdak, of er zonnepanelen op konden (ja) en of het vernieuwd moest worden (nee) en die vertelde dat het nog precies zo ging. Dorp tegen dorp. De jongens uit het Westerkwartier kwamen hier en de Zoutkampers zochten hen ook wel op.

Mijn neef vertelde ook al dat iedere festiviteit bij hen in Surhuisterveen gepaard ging met knokkerij. In die hoek van het land was men sowieso berucht. Als we vroeger naar Harkema moesten te voetballen leverde dat steevast slapeloze nachten, sterke verhalen en bebloede neuzen op.

Ik dwaal af, maar ik heb een excuus: ben zo slap als een vaatdoek en doe niets anders dan slapen. Wellicht heb ik daarom behoefte aan wat stoere mannenverhalen. Ik heb vandaag vijftig meter gelopen en het is weer helemaal op. Ik kwam trouwens Tyson de Boxer van de buren tegen. Dat is een hond om rekening mee te houden. Notoir dominant en daardoor niet altijd even betrouwbaar. Tot de verbazing van de buurvrouw ging hij tegen me opstaan en likte hij mijn hand. Honden vinden mij leuk of zijn bang voor me.

Dat is met mensen ook vaak het geval, hoewel daar momenteel weinig aanleiding voor is. Voor geen van beide.

© Lammert Voos

slag_om_zoutkamp

 

 

 

 

 

Tagebuch 24-7-2017

‘Als je er gewoon geen tijd meer voor hebt, heet het dan ook writer’s block?’ Dat schreef ik voor de grap op FaceBook, maar er zit een kern van waarheid in. Ik ben op het moment zo druk met allerlei praktische zaken in en om het huis dat ik niet meer de energie op kan brengen om te schrijven en bovendien lukt het me nauwelijks om te lezen. Mijn hoofd dwaalt steeds af naar de volgende klus.

Zo zit ik hier in mijn beoogde werkkamer in een hoekje tussen de rotzooi dit epistel te tikken. Ik was van plan een aanvang te maken met inrichten. De boekenkast in elkaar zetten. Dozen wegwerken. Het bureau op een betere plek zetten. Maar ik loop het kamertje binnen en de moed zakt me in de schoenen. De keuken moet opgeknapt. Een andere wasbak in de douche. De goten van het voorhuis moeten schoongemaakt. En ik heb vandaag ook nog geen drukje gedaan.

Writers do not live one life, they life two. There is the living and there is the writing. Dat schreef Anaïs Nin. Ik voel nog steeds een zekere gene om te zeggen dat ik schrijver ben. Komt dat omdat ik een te verheven beeld van het fenomeen heb? Ik ken intussen aardig wat schrijvers persoonlijk en de meesten worstelen net zo erg als ik en zijn doorgaans aardige mensen en allerminst godenzonen of dochters. Zelfs als ze tamelijk briljant zijn, zijn de meesten van hen collegiaal en bescheiden tegen deze gewone sterveling. Uiteraard heb je er ook wel stomvervelende mensen tussen zitten, maar waar heb je die niet? Waarschijnlijk speelt mijn minderwaardigheidscomplex me nog vaak parten.

Een vriend van me heeft me uitgenodigd voor zijn boekpresentatie eind augustus in Amsterdam, maar daar lig ik nu al wakker van. Hij is een vriend, dus ik heb wel iets voor hem over, maar ik heb daar volgens mij niks te zoeken. Sociaal ben ik niet; op zulke gelegenheden klap ik meestal dicht en als ik dan iets zeg is het ongelukkig getimed of erg bot. Dat laatste bedoel ik nooit zo, maar het vliegt me altijd zo ongelukkig de bek uit

Maar goed, met dit stukje heb ik het opruimen van de kamer weer een half uurtje weten uit te stellen en dat is ook een talent op zich. Ik typ nog één regel en dan ga ik beginnen. Nadat ik dit stukje op mijn blog geplaatst heb. En het gedeeld heb op de sociale media. Nee, dan ga ik echt beginnen. Maar eerst moet ik nog even poepen.

© Lammert Voos

IMG_20170724_100439

 

 

 

 

 

Tagebuch 21-7-2017

Het schijnt nog steeds belangrijk te zijn of je uit Friesland of Groningen komt, tenminste dat vindt de opa van wielrenner Bauke Mollema. Hij wordt Groninger genoemd, want hij is geboren in de stad en opgegroeid in Zuidhorn (Groningen), maar volgens opa Mollema stamt hij af van Friezen, dus is hij een Fries. Sterker nog, hij stamt zelfs af van Grutte Pier, de grote Friese verzetsheld uit het begin van de zestiende eeuw die zijn ploeg omsmeedde tot zwaard en Hollanders vermoordde die zijn geliefde provincie binnen gevallen waren. Dat is de sage. In werkelijkheid was de man een huurling van de Hertog van Gelre en bovendien een piraat.

Maar als je jezelf wilt laten voorstaan op afkomst, wat maakt dat dan van mij? Ik heb Duits, Joods, Fries en Gronings bloed; ben geboren op het Hoge Land, opgegroeid in Friesland en heb lang in Overijssel gewoond. Ik ben een soort flip zonder vla.

Bovendien, die Friezen zijn maar amateurmoordenaars. Ze laten zich er altijd op voorstaan Bonifatius bij Dokkum vermoord te hebben, maar de bende die dat deed kwam wel mooi van de oostkant van de Lauwerszee, ongeveer van waar ik nu woon, dus uit Groningen. De Friezen gaan wat mij betreft veel te lichtzinnig met de geschiedenis om. Wij Groningers houden veel meer de oude tradities in leven. Zo heb ik bijvoorbeeld mijn excuses aangeboden aan de vogelkers die ik omgehakt heb. Ik heb vergiffenis gevraagd en hem bedankt. Hij bedankte daarna mij, want was compleet verrot van binnen en was sowieso in het najaar gesneuveld. Euthanasie bedrijf je met een bijl, vraag Bonifatius en Kees van der Staaij maar.

Kersenhout is prachtig. Het is roodachtig en ruikt lekker. De kleine stukken zullen we opstoken in de kachel en van de grote stronken wil ik beelden maken zoals ik in het verleden ook met boomstronken deed. Het hout dient eerst nog wel een jaartje te drogen, misschien zelfs wel langer, want hout zit altijd vol vocht. Mijn beelden zijn meestal koppen en zien er altijd nogal heidens uit en dat komt omdat ik niet echt een houtbewerker ben en dat ook nooit geleerd heb. Zoals met alles heb ik van mijn beperking mijn talent gemaakt en werk ik puur op gevoel.

Over gevoel gesproken: ik ben zo’n beetje de hele dag aan het zagen geweest en mijn lichaam doet nu aan alle kanten pijn, maar dat staat niet in verhouding tot de pijn van ontstekingen. Ik ben wel stijf en verzuurd –geen commentaar svp- , maar dat is morgen grotendeels weer over. Ik dank Wodan op blote knietjes voor de pillen die ik nu heb. In het Gronings. Dat is Nedersaksisch, geen Fries.

Alsof dat ook maar een zak uitmaakt.

© Lammert Voos

 

 

 

 

 

 

 

Tagebuch 13-7-2017

Het is dat ingebakken minderwaardigheidscomplex dat je zo enorm doet compenseren en dat je paranoïde maakt. Dat maakt dat je maar blijft denken in wij en zij. Dat maakt dat je soms veel agressiever reageert dan wenselijk is, dat je doet snauwen en bijten. Het is bijna mijn tweede natuur geworden. Mijn vader had dat ook al. Hoewel hij best een angstige man was reageerde hij vaak veel te agressief op situaties en ik weet, ik voelde dat, dat hij zich nooit goed genoeg voelde en zich daarom juist enorm opblies tot een man die veel groter was dan hij in werkelijkheid was. Het is onze afkomst.

Mijn vader zijn vader was klompenmaker en waarschijnlijk geen beste vanwege zijn alcoholmisbruik. Als de verhalen die ik gehoord heb ook maar ten dele waar zijn, was het gezin voor mijn pa en zijn broers en zussen een hel van klappen –en ik durf dit nauwelijks te zeggen omdat het nooit echt hardop uitgesproken is- misbruik. Toen mijn vader ouder werd ontdekte hij welke macht hij kon uitoefenen met zijn ongebreidelde agressie en hij maakt daar destijds gretig gebruik van. Op latere leeftijd was die overigens nog slechts verbaal.

Pa was gehandicapt; zijn ene been was korter dan zijn andere. Opoe Voos zou hem hebben laten vallen vlak na de geboorte, nee, hij had heupdysplasie, nee het was wat anders. Zelf heb ik hem nooit uitsluitsel horen geven, feit was wel dat hij steeds leek om te vallen tijdens het lopen. Feit was dat opa hem als kind afranselde en dat hij soms tientallen kilometers moest lopen bij nacht en ontij om klompen te bezorgen als opa te dronken was om ze zelf te brengen. Ik heb opa nooit nuchter gekend. Hij is verdronken in een droogstaande sloot. Bezopen natuurlijk, want hij had een tientje van opoe gekregen voor de kapper.

Vanochtend sprak S met een paar dorpsgenoten. Eentje vroeg of ik familie was van die en die Voos. Ja, dat klopte. Van café Centraal? Ja, ook dat klopte. S had het idee dat een van de gespreksdeelnemers na die woorden afstand nam. Het kon trouwens best zijn dat hij gewoon bot was. Maar zoals gezegd, ik ben paranoïde en ik weet dat er een andere kant aan café Centraal zat. Wij vonden het gezellig en noemden het De Magneet, maar andere familieleden dronken zich daar naar de andere wereld. Daar was niets gezelligs aan en het gaf de bijnaam die wij bezigden iets dubbelzinnigs.

Opoe Voos zwaaide de scepter in het café, want mijn oom Abel die de echte eigenaar was, verkeerde net als opa continue onder invloed. Men zou opoe tegenwoordig wellicht Zen noemen. Ze bleef ondanks alle ellende altijd overeind. Je zou haar ook lui en onverschillig kunnen noemen, maar ik verkies de positieve versie. Opoe was voor ons, de kleinkinderen en later achterkleinkinderen, een symbool van warmte en gastvrijheid. Ze vergat bijvoorbeeld nooit mijn verjaardag, ze belde altijd. Opoe liet alle ellende bij zich langs glijden en ik denk dat ze dat ook wel moest doen om zich te kunnen handhaven.

Opoe had twee zusters, tan Martje en tan Wijcke en die waren wat vreemd en van buskruit hadden ze waarschijnlijk nog nooit gehoord, maar ze hadden dezelfde warmte en hartelijkheid die opoe had. Eens ontmoette ik een oudere zuster van opoe, de naam ben ik vergeten, want ze had ook niet zoveel contact met opoe. Die vrouw was uitgesproken slim en intelligent, ik weet nog hoe ik me verbaasde over het contrast met tan Martje en tan Wijcke. Toen zag ik dat het leven van mijn opoe aan elkaar hing van gemiste kansen, ik zag wie opoe óók had kunnen zijn.

En dat maakt ook dat ik me zo agressief voelde vandaag over het eventuele oordeel van de man over café Centraal. Als ze aan opoe komen word ik boos. Als ze aan onze clan komen word ik boos. Wij, de nakomelingen van Folkert en Grietje Voos mogen kritisch en negatief zijn, maar zij niet. Zelfs niet als het alleen maar in mijn hoofd gebeurt.

© Lammert Voos

famVoos

 

 

 

 

 

 

Tagebuch 12-7-2017

We blijken hier precies tussen de hippies en de autochtonen in te wonen. Ikzelf ben een beetje van beiden, hoewel in mijn punkperiode hippie een scheldwoord was. Deze belangwekkende informatie kregen we van de buurman die we nog niet ontmoet hadden, hij kwam zich speciaal even voorstellen. Hij hoort bij de hippie-enclave die bestaat uit een paar zussen en broers en een tante, geloof ik. Aardige vent en in het gesprek werd gevraagd wat ik dan deed. Met een mengeling van gene en trots vertelde ik dat ik schrijver ben. Hij zou eens op Google kijken of hij mij kon vinden.

Omdat ik een vreselijke controlefreak en neuroot ben moest ik zelf natuurlijk ook weer eens kijken en zo stuitte ik op een recensie van Guus Bauer van mijn laatste boek Abdou en de anderen. Die had ik vorig jaar al gelezen, maar was wat weggeëbd uit mijn geheugen. Bauer schreef een juichende recensie waarin hij er blijk van gaf mij als persoon behoorlijk goed te doorgronden. Ik twijfel altijd aan alles en vooral aan mijn eigen morele standpunten en keuzes. Je kunt je trouwens best afvragen of die er überhaupt toe doen. Abdou en de anderen heeft niet echt tot reuring geleid. De landelijke pers besteedde er weinig aandacht aan en eigenlijk was het boek toch vooral een preek voor eigen parochie. Ik heb wel gelijk gekregen wat betreft een aantal voorspellingen. De vluchtelingenstroom is inderdaad verplaatst naar het westen. En ik voorspel nu dat die zich nog een keer zal verplaatsen als er net zo’n onzalige deal met Libië als met Turkije wordt gesloten.

Voor mezelf was het een enorm belangrijk boek, een soort duivelsuitdrijving. Toch word ik nog regelmatig schreeuwend en doodmoe wakker, vandaar dat ik in tijden van stress slaappillen slik om nog enigszins te kunnen functioneren. Fijn spul, edoch enorm verslavend en de werking neemt geleidelijk aan af als je het vaak gebruikt. Bovendien blijk je er van te gaan slaapwandelen. Dat deed ik deze week voor het eerst en ik kan me er helemaal niets van herinneren. Wel was het brood de volgende dag op.

Tegenwoordig negeer ik de boodschappen die ik krijg niet meer en dus heb ik afgelopen nacht geen slaappillen geslikt. Het was een nacht van doelloos en rusteloos door het huis zwerven, van somberte en eenzaamheid, waarin de totale onmacht me weer gigantisch naar de keel vloog. Slaappillen lossen niks op, ze stellen alleen maar uit.

Hoewel ik toen we het kochten bedacht had dat ons huisje niet perfect hoeft te zijn en dat ik twintig jaar over het verbouwen mag doen, voelde ik lichte vlagen van paniek bij de gedachten aan wat ik allemaal nog moet doen. Het vervelende is dat iedere geklaarde klus een nieuwe oproept. Ik zaagde een boom om, maar het ontging me dat de bovenste tak iets zou kunnen vernielen aan de aanbouw. Nu blijkt dat het uiterste puntje van de nok mee naar beneden getrokken is. En er dreigde regen, veel regen en dus heeft S het provisorisch gerepareerd (ik heb hoogtevrees). Ik was ook al een enorme sukkel met de omheining, ik bleek precies een meter gaas tekort te komen. Ik heb er maar wat schaapachtig om gelachen. Dat paste ook bij dat gaas.

Ik ben eindelijk begonnen met binnen schilderen. Ik heb het bescheiden gehouden met twee kozijnen en wat leidingen. Meer kon ik ook niet aan, aangezien ik maar twee uur geslapen had. Toen ik later in Zoutkamp medicijnen ging halen werd ik weer eens om de weg gevraagd. Er wordt me heel vaak naar de weg gevraagd. Het zal mijn Mozes uitstraling zijn…

© Lammert Voos

tree

 

 

 

Tagebuch 7-7-2017

Na overleg met onze hypotheekadviseur hebben we de aannemer uit Deventer vriendelijk verteld dat hij op een bult kon waaien, samen met de rest van zijn luchtkastelen. De hypotheekadviseur had inderdaad meer klachten over de beste man gehad en ze kwamen allemaal op hetzelfde neer: veel gelul en weinig daden. Ook zij heeft vandaag de samenwerking met hem stopgezet. In een reactie vertelde de aannemer nog dat hij geen vakmensen in onze buurt kon vinden. Ik keek even op Google en twee minuten later had ik een afspraak gemaakt met een vakman uit het dorp.

We zijn gisteren bij Wongema in Ulrum geweest. Dat is een winkel in oude rommel, maar dan wel mooie oude rommel. De eigenaar had prachtige deuren met glas in lood, Art Deco deuren en oude deuren die hij uit renovatiepanden had gehaald. Ik moest S bijna met geweld meesleuren, want er was echt van alles, je kon het zo gek niet bedenken of Wongema had het: lampen, sanitair, kopjes, kozijnen, schilderijen, uilenborden, gevelornamenten, bestek en ga zo maar door. Als we weer wat ruimte hebben, gaan we er drie of vier deuren halen, want we willen ons huisje zo veel mogelijk authentiek opknappen. Met authentieke zonnepanelen ook en een nieuwe, authentieke cv-ketel en zonneboiler.

Ondertussen ben ik druk bezig in de achtertuin. Ik heb overal een halve meter opschot gekapt en ben nu bezig een hek met 1.80 meter hoog gaas te plaatsen zodat ons Houdinihondje niet weg kan en we toch de tuindeuren open kunnen zetten. Alles doet me zeer, maar wel op een prettige manier en tot mijn verbazing ben ik in twee weken tijd zeven kilo kwijtgeraakt.

S worstelt dapper verder met de keuken. De stopcontacten bleken niet in orde en de afvoer was een gatenkaas. S heeft die laatste helemaal vervangen maar ze kreeg het maar niet waterdicht. Uiteindelijk nam ze toch haar toevlucht tot siliconenkit, maar niet nadat ze echt alle andere alternatieven heeft uitgeprobeerd. Mijn geliefde echtgenote is net een pitbull, ze geeft nooit op, maar gelukkig ziet ze er een stuk beter uit. Zoals het nu lijkt heeft ze het voor elkaar. De afwasmachine snort gemoedelijk en zo te zien hoeft er niemand te dweilen.

Ik zit nu te broeden op hoe ik een boom vlak achter onze beoogde slaapkamer – we slapen nu op de grond in een andere kamer- het handigste om kan zagen. De buurman bood me al zijn kettingzaag te leen aan en ook de overbuurman van de camping zei dat we al zijn spullen mochten lenen en ook dat we wel onze troep bij hem in de loods mochten stallen. Die boom oogt heel instabiel, helt vervaarlijk over en hoewel het me erg tegenstaat om zo’n levend iets om te brengen, denk ik dat hij sowieso bij een herfststorm om ligt. Op ons dak. En dat willen we niet, hè Voossie? Nee, dat willen we niet.

Aan schrijven kom ik momenteel niet toe en het lukt me ook nauwelijks te lezen, alleen thrillers, maar ik heb me in jaren niet zo goed gevoeld.

© Lammert Voos

paraijd

 

 

 

 

 

Tagebuch 5-7-2017

Troubles in paradise. Eigenlijk zijn het luxeproblemen, maar toch: ik ben knap pissig. Dat zit zo: we hebben een hypotheek genomen op basis van de offerte van een aannemer. Was deze brave man in eerste instantie enthousiast en ondersteunde hij ons in de aankoop, al snel bleek dat hij iedere afspraak voor zich uitschoof. Maar ik had vooraf tegen mezelf gezegd dat ik me niet al te druk zou maken, we hebben immers een dak boven ons hoofd en alle tijd. Daarnaast vind ik loyaliteit, mits binnen bepaalde grenzen, een groot goed.

Probleem 1 diende zich aan. De aannemer in kwestie had een te rooskleurig beeld geschetst en was vergeten de BTW door te berekenen op de offerte en hij kwam met een nieuwe offerte die bijna € 10.000 duurder uitviel. Maar dat kon niet vanwege de hypotheekvorm en bovendien waren wij verplicht een aantal milieumaatregelen te treffen (dat wilden we ook) die meneer eigenmachtig weggelaten had ‘omdat het toch niet zoveel oplevert.’ S regelde met de hypotheekadviseur dat de aannemer zich aan de aanvankelijke offerte hield. Dat was in ieders belang, niemand zit te wachten op slechte reclame. Ik was zelf vanwege mijn woede nauwelijks in staat tot communiceren. Maar de aannemer beloofde beterschap en bood zijn excuses aan.

Probleem 2: uitstellen, uitstellen, uitstellen. De aannemer was in twee weken tijd niet in staat om een planning te leveren. Mijn achterdocht groeide toen de hypotheekadviseur, die vaker met hem samenwerkte, belde hoe het nu eigenlijk ging. Waar rook is, is vuur. Daar bij had de aannemer in mijn aanwezigheid een aantal grapjes gemaakt waar ik heel ongemakkelijk van werd. Maar opportunistisch als ik ben had ik mijn mond gehouden, ik had hem immers nog nodig. Maar twee weken voor een planning is me toch echt te gortig. Ik doe dat zelf in vijf minuten. Het gaat me er niet om dat het snel gebeurt, maar wel dat het gebeurt.

Ik heb hem dus per mail de wacht aangezegd. Het is beter dat niet telefonisch te doen, want ik ben echt heel erg pissig en als ik pissig ben, ben ik nog steeds een ordinaire straatvechter en ga ik hele nare dingen zeggen. Ga ik het persoonlijk maken en dat is het niet, het is zakelijk. Overigens ben ik wel zo’n rat dat ik even een BCC naar de hypotheekadviseur meegestuurd heb. Ik schade en ergernis, dan de aannemer ook schade en ergernis. Drie huizen hier verderop zit een ZZP-er die nauw samenwerkt met andere ZZP-ers en die een uitstekende reputatie heeft.

Ondertussen is S de keuken aan het renoveren. Nieuwe kastjes en afvoer en ik knap zelf de badkamer wat op. Ook moet ik binnenkort een slaapkamer schilderen. Maar voorlopig ben ik nog even druk met een omheining voor hondje, waarvoor ik hier en daar hele stukke oerbos moet kappen. Ik kwam er gister zelfs achter dat wij in het bezit zijn van twee enorme berenklauwen en het deed helemaal niet zo heel erg pijn.

Maar laten we wel wezen: een dikke maand gelden liep ik nog op krukken, dus feitelijk heb ik niets te klagen.

© Lammert Voos

vh