Tagebuch 18-9-2017

Je hebt van die dagen die je beter kunt overslaan. Dat je geduld je hopeloos in de steek laat, dat je eindeloos loopt te hampelen, alles verkeerd begrijpt en precies de verkeerde dingen zegt. Zo’n dag die één groot misverstand is.

Op zich begon het wel aardig. Achter de computer kon ik ook niet veel schade aanrichten, kwestie van zelfbeheersing, niet teveel reageren op de sociale media, gewoon lekker droog doen waarvoor je uit bed kwam vandaag. Een werkplan lezen en beoordelen. Viel allemaal best te doen. Ik hoop met commentaar en kritiek een beetje opbouwend te zijn geweest. Ik hoop te stimuleren en motiveren, ego’s breken doe je bij arrivés, niet bij jong talent.

Na de middag naar de kringloop, we hebben immers nog steeds dingen nodig, zoals een klok en S is creatief bezig in de keuken en maakt van oude dienbladen besteklades. Dat klinkt vast vreemd, maar neem van mij aan dat ze dat heel goed kan. Kringloop 1 & 2 waren dicht. In Kringloop 3 zagen we een prachtige salontafel die een soort marmeren blad leek te hebben. Er stond geen prijs op, dus ik dacht handig te zijn door aan de onderkant te kijken. Het blad bleek er los op te liggen. Toen moesten we hem wel kopen. Bij het in de auto laden stopte een auto , een nicht van me, die even een praatje wilde maken. Antwoorden lukte me maar matig, verbouwereerd als ik was. Nu staat in onze woonkamer een salontafel waarvan het blad met ducttape  vastgemaakt is.

Ik ging de hond uitlaten. Normaliter doet hij keurig een drukje in het bos. Deze keer besloot meneer daarmee te wachten tot we in het dorp terug waren. Bij gebrek aan plastic zakje had ik meneer zijn keukje in een papieren zakdoekje gewikkeld die ik in de hand hield. Het keukje was nog lekker warm. Ik kwam een dorpsgenoot tegen die met mij over cultuur wilde praten en al die tijd werd mijn hand warmer en warmer en begon dat zakdoekje nu door te lekken en werd zijn draagvermogen ook niet allengs minder?

Er zijn dagen dat je blij bent dat het gaat regenen en dat je een excuus heb om je naar huis te spoeden. Ik kom vandaag niet meer van de bank, maar de voeten op de salontafel leggen, nee, dat durf ik niet.

© Lammert Voosunnamed (1)

 

 

 

 

 

Advertenties

Tagebuch 14-9-2017

Ik verveel me. Ik heb me de hele dag zitten vervelen. Er is niets wat me noemenswaardig irriteert en dat irriteert me. Mijn to-do lijstje van deze week is al hoog en breed klaar en buiten kan ik niet bezig, omdat het te nat is. Misschien dat ik daar dan maar over moet klagen.

Het afkicken van de slaapmiddelen hou ik met gemak vol. Ik kom moeilijk in slaap, maar dat compenseer ik overdag met dutjes op de bank en ik merk dat ik veel scherper ben. Bovendien heb ik minder pijn in mijn voeten en benen, dus daar kan ik ook al niet over zeuren.

Gister stormde het, maar we hebben geen schade opgelopen. Er waren wat takken van de boom in de voortuin gewaaid en ik moest drie meter naar boven klimmen om een zware half afgebroken tak definitief af te zagen. Hierbij overwon ik mijn hoogtevrees, dus ik kan alleen maar trots op mezelf zijn. Godsamme. De schutting en het stuk van de blokhut dat ik al gebouwd heb zijn fier overeind blijven staan. Kennelijk kan ik beter bouwen dan ik dacht.

Gister zag ik ook voor het eerst in mijn leven een Wielewaal. Dichter en vriend Nanne Nauta zit me altijd te pesten met het feit dat hij hem iedere vakantie ziet in Frankrijk, maar nu heb ik hem dus ook gezien. Geen twijfel mogelijk. Nu staat er alleen nog de blauwborst op mijn verlanglijstje, maar dat is slechts een kwestie van tijd.

Ik zou kunnen zeiken over de dure bril die ik aangeschaft heb, maar eigenlijk ben ik daar best heel tevreden over. Ik maakte zelfs nog een leuk grapje bij de opticien: ‘Ik vind die Jan Smit geen reclame voor uw zaak.’ Iedereen die het hoorde lachte, dus ik ben ook al geen onbegrepen genie.

Afgelopen zondag maakten we met vriendin Maaike een leuk tochtje over het Hoogeland, bezochten een kerk met fototentoonstelling en sloten af met een bezoekje aan Noordpolderzijl, alwaar Maaike een leuke foto van ons maakte. Daarna trakteerde ze op een overheerlijk broodje garnaal. De nieuwe auto doet het goed en nadat S met keukenkit het dakraam heeft behandeld lekt dat ook niet meer. Nee, we hebben onze zaakjes goed voor elkaar en zijn tamelijk gelukkig.

Wat een hel.

© Lammert VoosIMG-20170910-WA0000

 

De plicht roept (een oudje)

Het wijf snurkte, een zuster van zijn ex die niet gesnurkt had. Hij rekte zich uit, had een droge bek en de eczeem jeukte hels. Hij stond op en dronk minstens een halve liter water rechtstreeks uit de kraan. Hij stommelde de trap af -het wijf bleef snurken- zeeg neer op de beschimmelde bank in de woonkamer en draaide het eerste sjekje van de dag. Die leidde tot een scheurende hoest. Er stonden nog diverse bierflesjes op de tafel met een restje onderin. Hij leegde ze allemaal om zijn keel te smeren.

Geld op. Geen probleem. Hij trok zijn spijkerbroek aan en wurmde zich in zijn cowboylaarzen.  Met de vingers door haar en baard. Catweazle noemden ze hem. Geen probleem. Hij slofte de straat over en belde bij zijn overbuurman aan. Het duurde even, toen deed een schurftig kind met een volle luier open. Hij liep het kind voorbij en ging rechtstreeks de trap op, hij kende de weg. Albert zat te zenden, draaide Hollandse Hits. Merkte hem eerst niet op. Geen probleem. Hij ramde met zijn vuist op de deur. Albert merkte hem op.

‘Problemen Albert, ze zijn weer geweest, ze boden me vijftig gulden om je te verraden.’ Albert jankte als een hond. ‘Dan geef ik je vijfenzeventig.’ Dat moest genoeg zijn voor een dag. Albert was een sukkel. Zo stom als een rund, had niet veel meer hersens dan dat stinkende kind waar zijn vrouw hem mee opgezadeld had. En minstens zo schurftig en lelijk. Dan kon hij zijn zender wel De Rode Roos genoemd hebben, maar die was wel verwelkt. Catweazle voelde zich niet schuldig. Albert was al zo vaak gepakt, dikke boetes, zelfs een keer de bak in en toch door gaan. Hijzelf was een keer gepakt voor illegaal stroom aftappen, maar hij had niet gezeurd. Hij deed het nog steeds. Maar niemand durfde hem te bedreigen of verraden in het dorp. Geen probleem.

Met vijfenzeventig brandende guldens in zijn zak zocht hij thuis om de autosleutels. Hij stapte in de Kap’tein. In één keer starten. Geen probleem. Hij reed over kronkelige wegen omzoomd door populieren naar een dorp verderop waar een café was. Eigenlijk wilden ze hem daar niet, maar ja, ze waren bang voor hem. Geen probleem. Dronk wat kleintjes pils, scheurde wat aan de arm van de gokkast, niks.

Bestelde tabak, een krat pils en een fles jenever. Zeilde het krat in de verrotte kofferbak en draaide de dop van de jeneverfles, klemde die tussen zijn knieën tijdens het rijden en nam nu en dan een slok. Draaide met één hand een sjekje. Jenever en tabak smaakten aangenaam.

Thuis lag het wijf nog te slapen. Binnenkort zou hij haar eruit schoppen. Misschien mocht hij dan zijn kinderen weer zien. Heel even dreigde hij overspoeld te worden, maar dat slikte hij weg met drie grote slokken. Nu eerst dat krat leegdrinken. Alleen. Dat was van hem. Als het wijf wakker werd moest ze zelf maar zien hoe ze aan drinken kwam.

Geen probleem.

© Lammert Voos

gb

 

 

Openbaringen

in de kerk op de wierde staat
met krijt op een bord de lezing van
deze dag, kil en koud de banken,
geen opsmuk aan het pleisterwerk,
valt nauwelijks licht door de
hoge ramen, een monument van

mooi opgeknapt zegt de vrouw
met haar lege blik, toch mooi
hoe ze zoiets opknappen
-mooi hè?
-mooi hè?
-mooi hè?

komt over het kale verdronken
land de angst aan galopperen

en die nacht zingzegt de jonge vrouw
met de wallen onder haar ogen,
dat we allemaal verloren zijn
hoe we verenigd zullen worden
door een storm en ze lacht niet,
ze lacht nooit en ik geloof haar

droom ik later van
ommuurde steden–mooi hè-
vrees ik niets daar buiten
maar wat ik denk te weten
en waarin ik berust

© Lammert Voos

 

 

Tagebuch 8-9-2017

Slapeloze nacht en de regen klettert op het dak. Gister waren we zes jaar getrouwd. We zijn ruim negen jaar samen en ik ben in die jaren enorm gegroeid en niet alleen qua omvang. Ik ben dichter en schrijver geworden, heb de drank definitief verslagen, want geen enkele zucht meer, geen echte depressies meer gehad, heb veel over mezelf geleerd. Beperkingen leren kennen, steeds vaker tijdig grenzen bepaald, maar ook meer zelfvertrouwen gekregen, ben mijn angsten serieus gaan nemen, dus overschreeuw mezelf niet meer en heb mezelf de kans en tijd gegeven mijn talenten te ontwikkelen.

Hoewel ik erg gelukkig ben samen met S voel ik me toch somber de laatste dagen. In een gesprek met haar vandaag wist ik te analyseren hoe dat komt, zo gaat dat vaak met ons: al pratende komen we samen ergens. Ik concludeerde dat ik altijd pijn heb en me altijd katerig voel van de medicijnen en dat het me veel energie kost om me ergens toe te zetten. Maar van niks doen ga ik me niet beter voelen. Bovendien ben ik verslaafd aan de slaappillen en daar word ik ook niet fitter van.

Vandaar deze slapeloze nacht. Ik vreet die dingen niet meer. Als ik kan winnen van de drank en depressies is dit toch een makkie? Gewoon een kwestie van een weekje doorbijten. Ik slaap zonder pillen wel oppervlakkiger en heb meer nachtmerries, maar dat moet dan maar.

Oh, die wankele gezondheid van ons. Op de sociale media was het alom ach en wee over de aangekondigde verhoging van het eigen risico van de ziektekostenverzekering. Ik ging me er bijkans schuldig van voelen. Ik ben immers chronisch ziek, dus een dure jongen qua medicijngebruik. Natuurlijk betaal ik zelf ook liever minder, maar de andere kant ervan is dat wij zo’n beetje de beste gezondheidszorg hebben van de wereld. De kindertjes in Afrika zouden maar wat graag zo’n hoge eigen risico betalen…

In mijn directe omgeving zijn veel mensen ziek of ziek geweest. Is het de leeftijd vraag ik me weleens af, maar ik kom keer op keer tot de conclusie dat dit niet zo is. Toen ik een jaar of negen was stierf mijn buurjongetje René aan een hersentumor. Jonge mensen in mijn omgeving gingen dood aan ziektes of ongelukken. Veelal stomme pech. Goede vrienden en vriendinnen stierven. Ongelukkig en absurd. Mijn beste vriendin Joke werd getroffen door de bliksem. Ze was nog geen dertig. Vriend Wietse kreeg leukemie en stierf binnen een maand. Tweeëndertig. Drie voormalige klasgenoten van de middelbare school vlogen met hun auto uit de bocht. Alle drie nog geen twintig. Zo beschouwd heb ik dus altijd veel geluk gehad, want ik heb bepaald niet gezond geleefd, afgezien van de laatste negen jaar.

Gisterochtend kreeg ik een mail van mijn poëzie-uitgever. Hij stopt ermee vanwege gezondheidsredenen. Ik snap dat. Ook hij is chronisch ziek en ik weet uit ervaring hoeveel twijfel dat met zich meebrengt, dat je evenwicht wankel is, dat iedere stap veel energie kost, dat je je geregeld teveel voelt voor je omgeving en ga zo maar even door.

Voor een aantal van mijn vrienden en fondsgenoten zal het flink slikken zijn. Poëzie is niet gemakkelijk aan de man of vrouw te brengen en goede uitgevers zijn schaars. De kleinere uitgevers hebben beperkte middelen en de grote hanteren vaak criteria waar ik helemaal niets mee heb. Nou maakt dat voor mij niet veel uit, want ik maak nauwelijks nog gedichten en eerlijk gezegd vind ik de gedichten die ik maak niet wereldschokkend. Het zou zomaar kunnen dat Rigor mijn laatste bundel is. Fijne titel trouwens, gezien het bovenstaande.

Begin deze week ben ik voor het eerst naar de reumatoloog in Groningen geweest. Dat heeft niets met poëzie te maken, maar ik wil wat positief eindigen, anders slaap ik helemaal niet meer. Hij zei dat hij me een riem onder het hart wilde steken. Het zal lang duren voor de medicijnen echt merkbaar effect zullen hebben, want de kristallen rond mijn gewrichten lossen maar heel langzaam op, vertelde hij. Maar ik merk het al. Ontstekingen zijn nu meestal binnen een dag weer weg en de scherpe randjes gaan wat van de pijn af. Ik heb ook geen krukken meer nodig.

Het is nu kwart voor vier en droog. Tijd om toch nog een paar uurtjes te gaan liggen. Mocht het een tijdje stil zijn, dan slaap ik. Hopelijk.

© Lammert Voos

cover_2

 

 

 

 

 

Tagebuch 2-9-2017

Vandaag heb ik ontstoken poten en zware koppijn van de ontstekingremmers, maar verder kan ik niet anders concluderen dat het uitstekend gaat. Ik ben vanochtend eindelijk begonnen met de fundering van ons tuinhuisje annex schuurtje en ik ben best tevreden met de gang van zaken. Ik hoop dat ik het deze week af krijg en daarna begin ik met het schilderen van deuren en kozijnen buitenom die niet vervangen gaan worden.

Ons nieuwe verbouwingsplan is geaccepteerd en dat betekent dat de prioriteiten qua uitgaven verschoven zijn. De plafonds doen we zelf, de keuken hebben we al zelf gedaan en dat levert een klap meer geld op voor zonnepanelen. Bovendien lijkt het erop dat we het dak van de aanbouw dat we verdenken van asbest kunnen vervangen.

Met de buren hebben we inmiddels zo’n goed contact dat ze gevraagd hebben of we weleens op Tyson de Boxer willen passen en ik mag zomaar de hoge drukspuit lenen om de groene aanslag op de muren weg te halen. De auto hoef ik er niet mee te wassen, want die mag na bewezen diensten naar de autohemel. We hebben hem namelijk ingeruild voor een jonger broertje met een ton minder op de teller. Destijds hebben we hem voor een schijntje gekocht om ons door de verhuizing te helpen en de oude baas heeft ons niet teleurgesteld. Maar nu begint hij dermate te hijgen, piepen en knarsen dat euthanasie eigenlijk voor iedereen het beste is. Laten we vooral niet wachten tot we op de provinciale weg tussen Lauwersoog en Groningen door de veren zakken, er gebeuren hier in de omgeving momenteel wel genoeg akelige ongelukken.

Op Lauwersoog hebben we een fantastische plak ontdekt. Het betreft hier een loungebank op het terras van De Voormalige Noorman. Uitzicht over het wad en je kunt in de verte Schiermonnikoog zien liggen. We hebben er nu al een aantal keren gezeten en steeds zak ik bijna in een staat van verlichting. De weidsheid en leegte, schreeuwende meeuwen, duikende visdiefjes, de bootjes die in en uit de haven varen, de overweldigende wolkenluchten of het strakke blauw; ik word daar heel rustig van.

Daarom kan ik me er ook niet zo druk om maken dat ik me vandaag zo beroerd voel. Als dat morgen nog zo is, doe ik gewoon niets en ga daar mooi de hele dag op het terras hangen. Nu eerst mijn kop weer eens kaal scheren, want dat hoort zo bij hedendaagse Noormannen. Toch?

© Lammert ‘Björn’ Voos

IMG_20170831_164518