De plicht roept (een oudje)

Het wijf snurkte, een zuster van zijn ex die niet gesnurkt had. Hij rekte zich uit, had een droge bek en de eczeem jeukte hels. Hij stond op en dronk minstens een halve liter water rechtstreeks uit de kraan. Hij stommelde de trap af -het wijf bleef snurken- zeeg neer op de beschimmelde bank in de woonkamer en draaide het eerste sjekje van de dag. Die leidde tot een scheurende hoest. Er stonden nog diverse bierflesjes op de tafel met een restje onderin. Hij leegde ze allemaal om zijn keel te smeren.

Geld op. Geen probleem. Hij trok zijn spijkerbroek aan en wurmde zich in zijn cowboylaarzen.  Met de vingers door haar en baard. Catweazle noemden ze hem. Geen probleem. Hij slofte de straat over en belde bij zijn overbuurman aan. Het duurde even, toen deed een schurftig kind met een volle luier open. Hij liep het kind voorbij en ging rechtstreeks de trap op, hij kende de weg. Albert zat te zenden, draaide Hollandse Hits. Merkte hem eerst niet op. Geen probleem. Hij ramde met zijn vuist op de deur. Albert merkte hem op.

‘Problemen Albert, ze zijn weer geweest, ze boden me vijftig gulden om je te verraden.’ Albert jankte als een hond. ‘Dan geef ik je vijfenzeventig.’ Dat moest genoeg zijn voor een dag. Albert was een sukkel. Zo stom als een rund, had niet veel meer hersens dan dat stinkende kind waar zijn vrouw hem mee opgezadeld had. En minstens zo schurftig en lelijk. Dan kon hij zijn zender wel De Rode Roos genoemd hebben, maar die was wel verwelkt. Catweazle voelde zich niet schuldig. Albert was al zo vaak gepakt, dikke boetes, zelfs een keer de bak in en toch door gaan. Hijzelf was een keer gepakt voor illegaal stroom aftappen, maar hij had niet gezeurd. Hij deed het nog steeds. Maar niemand durfde hem te bedreigen of verraden in het dorp. Geen probleem.

Met vijfenzeventig brandende guldens in zijn zak zocht hij thuis om de autosleutels. Hij stapte in de Kap’tein. In één keer starten. Geen probleem. Hij reed over kronkelige wegen omzoomd door populieren naar een dorp verderop waar een café was. Eigenlijk wilden ze hem daar niet, maar ja, ze waren bang voor hem. Geen probleem. Dronk wat kleintjes pils, scheurde wat aan de arm van de gokkast, niks.

Bestelde tabak, een krat pils en een fles jenever. Zeilde het krat in de verrotte kofferbak en draaide de dop van de jeneverfles, klemde die tussen zijn knieën tijdens het rijden en nam nu en dan een slok. Draaide met één hand een sjekje. Jenever en tabak smaakten aangenaam.

Thuis lag het wijf nog te slapen. Binnenkort zou hij haar eruit schoppen. Misschien mocht hij dan zijn kinderen weer zien. Heel even dreigde hij overspoeld te worden, maar dat slikte hij weg met drie grote slokken. Nu eerst dat krat leegdrinken. Alleen. Dat was van hem. Als het wijf wakker werd moest ze zelf maar zien hoe ze aan drinken kwam.

Geen probleem.

© Lammert Voos

gb

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s