De bevlekte ontvangenis (slot)

In de hoeken van de werkplaats verzamelden zich de flessen. Ze stonden keurig in gelid leeg voor zich uit te staren. Deze zichtbare getuigen zouden de beklaagde klanten kunnen kosten, ware het niet dat die zelf weinig keuze hadden. De klompenmaker was goedkoop, zijn kwaliteit karig, zodat de boeren hem meden en alleen de arbeiders zijn nering bezochten. Hoewel hij er een hekel aan had, verkocht hij op de pof, anders zouden zelfs deze arme sloebers elders gaan. De getuigen in de hoek waren eveneens een zwijgende veroordeling.

En dan was daar nog dat manke kind met die starende en doordringende ogen. Hoe vaak de klompenmaker hem ook met de riem tuchtigde, het kind sloeg zijn ogen nooit neer en brak niet. Hij verwekte meer kinderen, maar geen van hen joeg hem zoveel angst aan als de mankepoot.

Hij haalde het jong van school als hem dat uitkwam, liet hem toen hij oud genoeg was klompen maken die de kwaliteit van de zijne ver oversteeg. En de mankepoot wist het; hij wist dat hij, ondanks zijn handicap, zijn vader ver zou overstijgen, dat hij beter was, slimmer, begaafder, sterker en dat niet de klompenmaker, maar hij, de mankepoot, de held van dit verhaal zou zijn. Dat hij de echte eerste mens van dit slavengeslacht was. Hij was Adam.

De klompenmaker kromp, kwijnde weg, zo u wilt. Dronk steeds meer, kreeg een pak slaag van zijn oudste zoon, vergreep zich aan zijn vele kinderen, maar liet zijn vrouw, die inmiddels de bescherming van haar oudste genoot, met rust. En daar in die werkplaats lag zijn naar oude pis stinkend lichaam tussen de boomstammen, wilgen en populieren , hij kon ze nog steeds niet uit elkaar kon houden, zich te beklagen over alles wat hem aangedaan was. En hij was niet bij machte te zien dat hij de rol gespeeld had die hij zichzelf toebedeeld had. Dat niet de anderen hem tot slaaf gemaakt hadden, maar dat hij dat zelf gedaan had.

Op een dag, de oudste zoon was reeds lang vertrokken en ook geen van de andere kinderen keek nog naar hem om, viel hij met zijn gezicht in een plas water en verdronk. Hij wilde begraven worden, zo had hij op een stuk papier vastgelegd. Hij had ooit voor zich gezien hoe zijn kinderen hem zouden bewenen bij zijn steen, oh wrede fantasie, maar zijn vrouw liet hem cremeren in de stad. Ze had wel genoeg last van hem gehad, verklaarde ze, ze ging niet ook nog zijn steen poetsen. Bij de crematie was niemand aanwezig.

As tot as, klei tot klei.

© Lammert Voos

Advertenties

Een gedachte over “De bevlekte ontvangenis (slot)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s