Tagebuch 14-9-2017

Ik verveel me. Ik heb me de hele dag zitten vervelen. Er is niets wat me noemenswaardig irriteert en dat irriteert me. Mijn to-do lijstje van deze week is al hoog en breed klaar en buiten kan ik niet bezig, omdat het te nat is. Misschien dat ik daar dan maar over moet klagen.

Het afkicken van de slaapmiddelen hou ik met gemak vol. Ik kom moeilijk in slaap, maar dat compenseer ik overdag met dutjes op de bank en ik merk dat ik veel scherper ben. Bovendien heb ik minder pijn in mijn voeten en benen, dus daar kan ik ook al niet over zeuren.

Gister stormde het, maar we hebben geen schade opgelopen. Er waren wat takken van de boom in de voortuin gewaaid en ik moest drie meter naar boven klimmen om een zware half afgebroken tak definitief af te zagen. Hierbij overwon ik mijn hoogtevrees, dus ik kan alleen maar trots op mezelf zijn. Godsamme. De schutting en het stuk van de blokhut dat ik al gebouwd heb zijn fier overeind blijven staan. Kennelijk kan ik beter bouwen dan ik dacht.

Gister zag ik ook voor het eerst in mijn leven een Wielewaal. Dichter en vriend Nanne Nauta zit me altijd te pesten met het feit dat hij hem iedere vakantie ziet in Frankrijk, maar nu heb ik hem dus ook gezien. Geen twijfel mogelijk. Nu staat er alleen nog de blauwborst op mijn verlanglijstje, maar dat is slechts een kwestie van tijd.

Ik zou kunnen zeiken over de dure bril die ik aangeschaft heb, maar eigenlijk ben ik daar best heel tevreden over. Ik maakte zelfs nog een leuk grapje bij de opticien: ‘Ik vind die Jan Smit geen reclame voor uw zaak.’ Iedereen die het hoorde lachte, dus ik ben ook al geen onbegrepen genie.

Afgelopen zondag maakten we met vriendin Maaike een leuk tochtje over het Hoogeland, bezochten een kerk met fototentoonstelling en sloten af met een bezoekje aan Noordpolderzijl, alwaar Maaike een leuke foto van ons maakte. Daarna trakteerde ze op een overheerlijk broodje garnaal. De nieuwe auto doet het goed en nadat S met keukenkit het dakraam heeft behandeld lekt dat ook niet meer. Nee, we hebben onze zaakjes goed voor elkaar en zijn tamelijk gelukkig.

Wat een hel.

© Lammert VoosIMG-20170910-WA0000

 

Advertenties

De plicht roept (een oudje)

Het wijf snurkte, een zuster van zijn ex die niet gesnurkt had. Hij rekte zich uit, had een droge bek en de eczeem jeukte hels. Hij stond op en dronk minstens een halve liter water rechtstreeks uit de kraan. Hij stommelde de trap af -het wijf bleef snurken- zeeg neer op de beschimmelde bank in de woonkamer en draaide het eerste sjekje van de dag. Die leidde tot een scheurende hoest. Er stonden nog diverse bierflesjes op de tafel met een restje onderin. Hij leegde ze allemaal om zijn keel te smeren.

Geld op. Geen probleem. Hij trok zijn spijkerbroek aan en wurmde zich in zijn cowboylaarzen.  Met de vingers door haar en baard. Catweazle noemden ze hem. Geen probleem. Hij slofte de straat over en belde bij zijn overbuurman aan. Het duurde even, toen deed een schurftig kind met een volle luier open. Hij liep het kind voorbij en ging rechtstreeks de trap op, hij kende de weg. Albert zat te zenden, draaide Hollandse Hits. Merkte hem eerst niet op. Geen probleem. Hij ramde met zijn vuist op de deur. Albert merkte hem op.

‘Problemen Albert, ze zijn weer geweest, ze boden me vijftig gulden om je te verraden.’ Albert jankte als een hond. ‘Dan geef ik je vijfenzeventig.’ Dat moest genoeg zijn voor een dag. Albert was een sukkel. Zo stom als een rund, had niet veel meer hersens dan dat stinkende kind waar zijn vrouw hem mee opgezadeld had. En minstens zo schurftig en lelijk. Dan kon hij zijn zender wel De Rode Roos genoemd hebben, maar die was wel verwelkt. Catweazle voelde zich niet schuldig. Albert was al zo vaak gepakt, dikke boetes, zelfs een keer de bak in en toch door gaan. Hijzelf was een keer gepakt voor illegaal stroom aftappen, maar hij had niet gezeurd. Hij deed het nog steeds. Maar niemand durfde hem te bedreigen of verraden in het dorp. Geen probleem.

Met vijfenzeventig brandende guldens in zijn zak zocht hij thuis om de autosleutels. Hij stapte in de Kap’tein. In één keer starten. Geen probleem. Hij reed over kronkelige wegen omzoomd door populieren naar een dorp verderop waar een café was. Eigenlijk wilden ze hem daar niet, maar ja, ze waren bang voor hem. Geen probleem. Dronk wat kleintjes pils, scheurde wat aan de arm van de gokkast, niks.

Bestelde tabak, een krat pils en een fles jenever. Zeilde het krat in de verrotte kofferbak en draaide de dop van de jeneverfles, klemde die tussen zijn knieën tijdens het rijden en nam nu en dan een slok. Draaide met één hand een sjekje. Jenever en tabak smaakten aangenaam.

Thuis lag het wijf nog te slapen. Binnenkort zou hij haar eruit schoppen. Misschien mocht hij dan zijn kinderen weer zien. Heel even dreigde hij overspoeld te worden, maar dat slikte hij weg met drie grote slokken. Nu eerst dat krat leegdrinken. Alleen. Dat was van hem. Als het wijf wakker werd moest ze zelf maar zien hoe ze aan drinken kwam.

Geen probleem.

© Lammert Voos

gb

 

 

Openbaringen

in de kerk op de wierde staat
met krijt op een bord de lezing van
deze dag, kil en koud de banken,
geen opsmuk aan het pleisterwerk,
valt nauwelijks licht door de
hoge ramen, een monument van

mooi opgeknapt zegt de vrouw
met haar lege blik, toch mooi
hoe ze zoiets opknappen
-mooi hè?
-mooi hè?
-mooi hè?

komt over het kale verdronken
land de angst aan galopperen

en die nacht zingzegt de jonge vrouw
met de wallen onder haar ogen,
dat we allemaal verloren zijn
hoe we verenigd zullen worden
door een storm en ze lacht niet,
ze lacht nooit en ik geloof haar

droom ik later van
ommuurde steden–mooi hè-
vrees ik niets daar buiten
maar wat ik denk te weten
en waarin ik berust

© Lammert Voos

 

 

Tagebuch 8-9-2017

Slapeloze nacht en de regen klettert op het dak. Gister waren we zes jaar getrouwd. We zijn ruim negen jaar samen en ik ben in die jaren enorm gegroeid en niet alleen qua omvang. Ik ben dichter en schrijver geworden, heb de drank definitief verslagen, want geen enkele zucht meer, geen echte depressies meer gehad, heb veel over mezelf geleerd. Beperkingen leren kennen, steeds vaker tijdig grenzen bepaald, maar ook meer zelfvertrouwen gekregen, ben mijn angsten serieus gaan nemen, dus overschreeuw mezelf niet meer en heb mezelf de kans en tijd gegeven mijn talenten te ontwikkelen.

Hoewel ik erg gelukkig ben samen met S voel ik me toch somber de laatste dagen. In een gesprek met haar vandaag wist ik te analyseren hoe dat komt, zo gaat dat vaak met ons: al pratende komen we samen ergens. Ik concludeerde dat ik altijd pijn heb en me altijd katerig voel van de medicijnen en dat het me veel energie kost om me ergens toe te zetten. Maar van niks doen ga ik me niet beter voelen. Bovendien ben ik verslaafd aan de slaappillen en daar word ik ook niet fitter van.

Vandaar deze slapeloze nacht. Ik vreet die dingen niet meer. Als ik kan winnen van de drank en depressies is dit toch een makkie? Gewoon een kwestie van een weekje doorbijten. Ik slaap zonder pillen wel oppervlakkiger en heb meer nachtmerries, maar dat moet dan maar.

Oh, die wankele gezondheid van ons. Op de sociale media was het alom ach en wee over de aangekondigde verhoging van het eigen risico van de ziektekostenverzekering. Ik ging me er bijkans schuldig van voelen. Ik ben immers chronisch ziek, dus een dure jongen qua medicijngebruik. Natuurlijk betaal ik zelf ook liever minder, maar de andere kant ervan is dat wij zo’n beetje de beste gezondheidszorg hebben van de wereld. De kindertjes in Afrika zouden maar wat graag zo’n hoge eigen risico betalen…

In mijn directe omgeving zijn veel mensen ziek of ziek geweest. Is het de leeftijd vraag ik me weleens af, maar ik kom keer op keer tot de conclusie dat dit niet zo is. Toen ik een jaar of negen was stierf mijn buurjongetje René aan een hersentumor. Jonge mensen in mijn omgeving gingen dood aan ziektes of ongelukken. Veelal stomme pech. Goede vrienden en vriendinnen stierven. Ongelukkig en absurd. Mijn beste vriendin Joke werd getroffen door de bliksem. Ze was nog geen dertig. Vriend Wietse kreeg leukemie en stierf binnen een maand. Tweeëndertig. Drie voormalige klasgenoten van de middelbare school vlogen met hun auto uit de bocht. Alle drie nog geen twintig. Zo beschouwd heb ik dus altijd veel geluk gehad, want ik heb bepaald niet gezond geleefd, afgezien van de laatste negen jaar.

Gisterochtend kreeg ik een mail van mijn poëzie-uitgever. Hij stopt ermee vanwege gezondheidsredenen. Ik snap dat. Ook hij is chronisch ziek en ik weet uit ervaring hoeveel twijfel dat met zich meebrengt, dat je evenwicht wankel is, dat iedere stap veel energie kost, dat je je geregeld teveel voelt voor je omgeving en ga zo maar even door.

Voor een aantal van mijn vrienden en fondsgenoten zal het flink slikken zijn. Poëzie is niet gemakkelijk aan de man of vrouw te brengen en goede uitgevers zijn schaars. De kleinere uitgevers hebben beperkte middelen en de grote hanteren vaak criteria waar ik helemaal niets mee heb. Nou maakt dat voor mij niet veel uit, want ik maak nauwelijks nog gedichten en eerlijk gezegd vind ik de gedichten die ik maak niet wereldschokkend. Het zou zomaar kunnen dat Rigor mijn laatste bundel is. Fijne titel trouwens, gezien het bovenstaande.

Begin deze week ben ik voor het eerst naar de reumatoloog in Groningen geweest. Dat heeft niets met poëzie te maken, maar ik wil wat positief eindigen, anders slaap ik helemaal niet meer. Hij zei dat hij me een riem onder het hart wilde steken. Het zal lang duren voor de medicijnen echt merkbaar effect zullen hebben, want de kristallen rond mijn gewrichten lossen maar heel langzaam op, vertelde hij. Maar ik merk het al. Ontstekingen zijn nu meestal binnen een dag weer weg en de scherpe randjes gaan wat van de pijn af. Ik heb ook geen krukken meer nodig.

Het is nu kwart voor vier en droog. Tijd om toch nog een paar uurtjes te gaan liggen. Mocht het een tijdje stil zijn, dan slaap ik. Hopelijk.

© Lammert Voos

cover_2

 

 

 

 

 

Tagebuch 2-9-2017

Vandaag heb ik ontstoken poten en zware koppijn van de ontstekingremmers, maar verder kan ik niet anders concluderen dat het uitstekend gaat. Ik ben vanochtend eindelijk begonnen met de fundering van ons tuinhuisje annex schuurtje en ik ben best tevreden met de gang van zaken. Ik hoop dat ik het deze week af krijg en daarna begin ik met het schilderen van deuren en kozijnen buitenom die niet vervangen gaan worden.

Ons nieuwe verbouwingsplan is geaccepteerd en dat betekent dat de prioriteiten qua uitgaven verschoven zijn. De plafonds doen we zelf, de keuken hebben we al zelf gedaan en dat levert een klap meer geld op voor zonnepanelen. Bovendien lijkt het erop dat we het dak van de aanbouw dat we verdenken van asbest kunnen vervangen.

Met de buren hebben we inmiddels zo’n goed contact dat ze gevraagd hebben of we weleens op Tyson de Boxer willen passen en ik mag zomaar de hoge drukspuit lenen om de groene aanslag op de muren weg te halen. De auto hoef ik er niet mee te wassen, want die mag na bewezen diensten naar de autohemel. We hebben hem namelijk ingeruild voor een jonger broertje met een ton minder op de teller. Destijds hebben we hem voor een schijntje gekocht om ons door de verhuizing te helpen en de oude baas heeft ons niet teleurgesteld. Maar nu begint hij dermate te hijgen, piepen en knarsen dat euthanasie eigenlijk voor iedereen het beste is. Laten we vooral niet wachten tot we op de provinciale weg tussen Lauwersoog en Groningen door de veren zakken, er gebeuren hier in de omgeving momenteel wel genoeg akelige ongelukken.

Op Lauwersoog hebben we een fantastische plak ontdekt. Het betreft hier een loungebank op het terras van De Voormalige Noorman. Uitzicht over het wad en je kunt in de verte Schiermonnikoog zien liggen. We hebben er nu al een aantal keren gezeten en steeds zak ik bijna in een staat van verlichting. De weidsheid en leegte, schreeuwende meeuwen, duikende visdiefjes, de bootjes die in en uit de haven varen, de overweldigende wolkenluchten of het strakke blauw; ik word daar heel rustig van.

Daarom kan ik me er ook niet zo druk om maken dat ik me vandaag zo beroerd voel. Als dat morgen nog zo is, doe ik gewoon niets en ga daar mooi de hele dag op het terras hangen. Nu eerst mijn kop weer eens kaal scheren, want dat hoort zo bij hedendaagse Noormannen. Toch?

© Lammert ‘Björn’ Voos

IMG_20170831_164518

 

 

 

 

Tagebuch 22-8-2017

De laatste week zat ik er helemaal doorheen. Dat is vast geen nieuws. Ik verzoop in alle klusjes. Van wie moest ik dan die klusjes doen? Ja, van mezelf. S herinnerde me er vandaag aan dat ik gezegd heb dat ik hier ook zou kunnen wonen als het was zoals het was toen we het huis kochten. Maar ja, die dwangmatige neiging van mij om te ordenen. Ik probeer daar wel mee op te houden, maar ik vergeet het steeds, het is zo ingesleten dat ordnung muss sein!

Zondag waren we eindelijk zover dat het aanrechtblad er in zat. Ik had het gezaagd en er bleek maar weer eens dat ik beter in slopen ben, want het was flink beschadigd. Nu was de kwaliteit van het blad ook niet te best, want goedkoop, maar toch, ik kon me wel voor mijn kop slaan. Het was maandag nog een kwestie van recht stellen en de afzuigkap ophangen en dan was de keuken klaar. Maar maandagochtend kwam ik uit bed en er gebeurde gewoon niets meer in mijn bovenkamer. Is dat uitputting? Kennelijk…

Gelukkig hadden we juist die dag afgesproken dat mijn zus en zwager langs zouden komen. Zwager is elektricien en hier en daar waren wat stopcontacten kapot en dat zou hij even fiksen. Dat deed hij ook. Zus hielp S met het ophangen van kastdeurtjes. Ikzelf begon met het ophangen van de afzuigkap. Nu ben ik doorgaans een aardig goeie ophanger, want ik ben tamelijk precies, maar juist deze dag ging het helemaal mis. Ik boorde de gaten helemaal verkeerd. Zwager herstelde de schade.

Zus en zwager waren wel heel complimenteus over wat we allemaal voor elkaar hadden gekregen, want vroeger ging ik door voor iemand met twee linker handen. Nu dus niet meer en dat voelt best heel goed. Maar soms moet je gewoon erkennen dat iets je niet lukt, dat het handiger is iemand in te schakelen die het wel kan, of gewoon om hulp vragen als je te moe bent. De rest van de dag zat ik er als een zombie bij en dat gaf ook niet. Zus, zwager en S maakten de klus af en daar ben ik ze dankbaar voor. Rust in mijn hoofd.

Zoveel rust zelfs dat ik vandaag gewoon weer verder kon met schrijven van de novelle Malterfoske. Ik verzin daarin heel veel ellende en daar heb ik veel plezier in. Het is een vorm van humor die niet iedereen zal begrijpen, een constante vorm van overdrijving. De naam lijkt niet voor niks op Jabberwocky. De titel is een niet bestaand woord voor een niet bestaande buurtschap, een letterlijke Groningse vertaling van pestbosje. Een pestbosje is een plek omzoomd door sloten of kanalen waar boeren vroeger hun vee begroeven dat gestorven was aan de veepest. Daar mochten beslist geen mensen wonen vanwege besmettingsgevaar. Bij mij dus wel.  Foske is Gronings dialect voor bosje, maar maltern heeft niks met veepest te maken, het betekent treiteren. Ik vind zo’n woordspelletje dan ook weer humor om te lachen.

De eerste drie delen heb ik op dit blog gezet, maar ik ga daar niet mee door. Wat begon als tijdverdrijf in slapeloze nachten begint tamelijk serieus te worden. Ik schrijf er nu ook overdag aan. Ik heb Canisius even in de ijskast gezet, maar ooit zal ik die ook afmaken. Of anders maar niet.

Vandaag hoefde ik niets te doen, we hebben een weekje klusvakantie genomen, en langzaam maar zeker valt de stress wat van me af. Helaas vonden mijn darmen dat ook. Ik voel me slap en ziekjes. Morgen zal het nog mooier weer zijn dan vandaag, dus ik verheug me al op de bank in de achtertuin. Ik lees momenteel een fijn boek van Michaïl Sjisjkin, Venushaar. Hij schrijft daarin over zijn ervaringen als tolk voor de Zwitserse immigratiedienst. Ontspannende lectuur dus.

© Lammert Voos

9200000026240583

 

 

 

 

 

Tagebuch 16-8-2017

Laat ik er niet omheen lullen. Ik heb het moeilijk. Ik heb al meer dan een week niet fatsoenlijk geslapen, weer ontstekingen gehad, zere poten, krijg niets meer voor elkaar en ben somber. Ik vraag me steeds af wat de zin van alles is, terwijl ik al decennia lang weet wat het antwoord is. Maar omdat het antwoord voor iedereen anders zal zijn, beantwoord ik de vraag niet.

Ik ben weer overgevoelig, iedere brok informatie, ieder geluid, iedere prikkel, het komt allemaal als mokerslagen binnen. Over mokerslagen gesproken: begin deze week heb ik het oude granito aanrechtblad uit de keuken gesloopt. Aanvankelijk begon ik daarmee met de slijptol, ik had er speciaal een diamantzaag voor gekocht, maar het apparaat brandde door voor ik er ook maar één steentje uit had.

Ik had weken tegen deze klus opgezien, want ik kon maar niet bedenken hoe dat ding eruit te krijgen zonder alles er omheen te vernielen. Tillen leek onmogelijk, want het blad was loodzwaar, want immers van gewapend beton. Op internet las ik uiteindelijk dat het met een slijptol met diamantzaag zou kunnen lukken. Brandt dat klotending al na vijf minuten door.

Ik stond al in een witte wolk toen ik concludeerde dat de slijptol nu toch wel heel veel stof produceerde en dat het ook vreemd rook. Als de sodemieter trok ik de stekker uit het stopcontact. Ik was zo gefrustreerd dat ik mijn zelfbeheersing verloor, de moker pakte en onder het slaken van de meest afgrijselijk vloeken met een paar slagen het aanrecht eruit ramde. Wat adrenaline al niet vermag. Alleen de laminaatvloer is hier en daar beschadigd.

Ik haat mezelf na zo’n driftaanval. Ik wil dat niet. Het is ook lang geleden dat ik op zo’n manier mijn zelfbeheersing verloor. De buren zullen me ongetwijfeld ook gehoord hebben en zijn de laatste dagen nog vriendelijker dan anders lijkt het, of verbeeld ik me dat uit schaamte?

Die boosheid op mezelf slaat naar binnen en vreet energie. Bovendien word ik vervolgens boos op alles en iedereen: de imbecielen in de VS, de imbecielen in Noord-Korea, de imbecielen die het Wilhelmus weer op school willen, de imbecielen die ervoor zorgen dat een Armeens gezin zo wreed uit elkaar gerukt wordt, de imbecielen die hun principes in de uitverkoop gooien voor vier jaar macht.

Maar de grootste imbeciel ben ik natuurlijk zelf, en eigenlijk weet ik dat best. De mannetjesaap. De Bokito die als hij zijn zin niet krijgt net zo goed terug valt op geweld. En God, wat word ik moe van die draaimolen waar ik in zit, waar ik kennelijk maar niet uit weet te komen, waar ik zelf bovendien de motor van ben.

S zegt dat ik even een tijdje niets hoef te doen, dat ik moet uitrusten en dat is fijn, maar het is moeilijk rusten als je jezelf even niet zo leuk vindt en zo tekort voelt schieten. Toch is dat precies wat ik ga doen. Ik trek de deken over mijn kop en ben er even niet meer. Die keuken zal me even aan mijn reet roesten. Dat deden de leidingen toch al.

© Lammert Voos

IMG_20170814_104803

 

 

 

 

 

Lauwersoog

op de grens van twee talen aan
de eermalige binnenzee en buitengaats
bij een afslag die nergens naartoe leidt
golft de olie op de kabbeling, hangen
netten ranzig ruikend te drogen

aan de kade stalen roest en
in het dok, op de helling, duiken
visdiefjes tussen stokken gestoken
tussen groen bewierde basaltblokken
waaieren de slierten, deint maaswerk

boven slik dat droog staat bij laag water
de schepen, twee letters, twee cijfers
nu te koop schar, schol, schelvis en oesters
naast opslagtanks van Gulf en gas
tank ik bij: diesel, lucht, licht, ruimte

dat is me nu om het even

© Lammert Voos

Tagebuch 11-8-2017

IMG_20170810_144720Het is weer zover. Het kondigde zich deze week al eerder aan. Ik vond alles in de media flauwekul en had er even geen zin meer in. Slap gelul alles op de vierkante centimeter, mensen doen maar wat, ouwehoeren maar wat. Los van al het hijgerige nieuws heb je dan ook nog de reclame, het stompzinnigste fenomeen dat de mens ooit heeft uitgevonden. Kijk twee blokken achter elkaar en je bent voorgoed van de gedachte genezen dat de mens een superieur wezen is.

Er wordt ook verondersteld dat de mens een sociaal dier is, maar als dat zo is ben ik kennelijk een foutje van de natuur. Ik ben het liefst alleen, deuren op slot, ramen en gordijnen dicht, bordjes op de schutting waarmee ik doe vermoeden dat bij ongeoorloofd binnentreden u verscheurd wordt door een brute Cerberus. Blafstra zal u overigens allervriendelijkst begroeten, want dat is een hond, dus wel een roedelbeest.

Alleen S is welkom in mijn bubbel, want met haar is het soms prettig spreken, maar net zo goed prettig zwijgen. Een huwelijk waarin nooit prettig gezwegen wordt zal nooit standhouden. Het summum van wederzijds respect en vertrouwen speelt zich af in bed. We hebben het dan over het gezamenlijk lezen voor het slapen gaan, beter dan seks en doorgaans een stuk frisser.

Vandaag bereikte ik het punt waarop de deuren weer op slot gaan. We waren op een rondvaart met mijn schoonouders op het Lauwersmeer. Prachtig gebied, mooie rondvaart ook. Maar het lege gelul van andere passagiers, hun jengelende kinderen, hun lichaamsgeuren, de aaneenschakeling van clichés door de tourgids, die bovendien de echt interessante vogels miste, zoals de naast het schip vissende Zwarte Stern, maar die bleef dooremmeren over knobbelzwanen, zilverreigers, onzichtbare ijsvogels en over de al even onzichtbare zeearenden. Die beweerde dat Konick klein paard betekende. Én de koffie die waarschijnlijk gister al was gezet. Het was teveel.

Voor mij is de mens een mislukt experiment. Een experiment dat er op gericht is soortgenoten zo veel mogelijk te irriteren, treiteren, onderdrukken en in het uiterste geval uit te roeien. Ik zou zeggen, doe dat dan ook maar. In de jaren zestig en tachtig ging het al op een haar na mis en nu zijn er weer een stel gekken met idiote kapsels die een wedstrijdje wie heeft de langste doen, met als inzet de hele mensheid. Ik dacht dat we die suïcidale flauwekul achter ons liggen hadden. Maar nee hoor, dat stelletje flapdrollen begint vrolijk opnieuw.

Oorlogshitsers, klimaatontkenners, mensen die hun plastic overboord flikkeren vanaf een rondvaartboot in een natuurreservaat en die hun bek niet kunnen houden: één pot nat. Ik hoef die lui niet te zien en horen. Ik ben alweer een kuil aan het graven in de tuin en bonen en flessen water aan het hamsteren. Ik heb mijn buks zorgvuldig uit elkaar gehaald, gereinigd en gesmeerd. Munitie gekocht en bijl en mes geslepen. S en Blafstra mogen mee, in het ergste geval heb ik dan eiwit bij de hand.

Volgende week wordt het beton in de kuil gestort. Ik ben er helemaal klaar voor. Komt de nucleaire Holocaust er niet, dan heb ik tenminste nog een zwembad. Maar dan wel privé, ik wens alleen in mijn eigen pis te zwemmen.

© Lammert Voos

 

 

 

 

 

Tagebuch 4-8-2017

Zojuist keken we een documentaire over volwassenen met het Downsyndroom in Chili. De titel ben ik al vergeten, want zelf heb ik een lichte vorm van een syndroom, ontdekt door een Rus wiens naam me ook even niet te binnen schiet. Ik noem mensen met het Downsyndroom altijd mongolen, niet uit disrespect, maar omdat het gemakkelijker bekt en de meeste van deze mensen mij hebben laten weten daar geen enkel probleem mee te hebben. Ik kan me een man herinneren die verontwaardigd uitriep: ‘Ik ben toch geen mongool!’ Vervolgens even nadacht en even luid verder ging: ‘Oh ja, toch wel!’ Om vervolgens in een hysterisch lachen uit te barsten.

Ik heb geregeld met mongolen te maken gehad. Ik ben namelijk als vrijwilliger een aantal jaren als chauffeur/ kok/begeleider met een vakantieorganisatie voor verstandelijk gehandicapten mee geweest. Die laatste term zal ook niet politiek correct zijn, maar ik heb de pest aan verhullend en klef taalgebruik. Uitdaging zal ik nooit uit mijn bek krijgen, want met die term pretendeer je ook dat deze mensen een volwaardige plaats in de samenleving hebben, met gelijke kansen, gelijke rechten en plichten en dat is gewoon niet zo.

Mongolen, verstandelijk gehandicapten in het algemeen, heb je in allerlei soorten en functioneren op allerlei niveaus. Er zijn mensen waar je niets aan merkt, totdat je ze vraagt iets op te schrijven of iets te lezen. Ik heb het gezien: de frustratie, de onmacht van mensen met een hoog niveau, ook mongolen. Maar feit blijft dat er een groep is die niet voor zichzelf kan zorgen, geen verantwoordelijkheid aan kan en dan moet je een balans zien te vinden: waar begint ondersteuning en verzorging en waar sla je door in betutteling? Want ieder mens wil het zelfde: verbinding, vrienden, eten, drinken, seks, een toekomstperspectief, het recht op zelfstandigheid.

De mongolen in Chili werd dit eigenlijk alles ontzegd door hun familieleden, de kerk wilde liever niet mee werken aan huwelijken en de wet verbood huwelijken tussen mongolen. Verbijsterd zaten S en ik er naar te kijken. De mongolen in kwestie mochten wel voor een hongerloontje werken, maar recht op zelfbeschikking was er niet bij. Dat leidde dan ook tot veel verdriet en eenzaamheid.

Ik vind het pijnlijk om te zien dat er zo veel bezuinigd wordt op onze zorg. De mensen in de zorg werken zich de blubber voor hun cliënten. Ze worden doorgaans alleen in het zonnetje gezet als er iets vreselijk misgaat en dat is absoluut niet terecht. We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid in deze: een stem op een bezuinigingspartij is een stem tegen de zwakkeren in onze samenleving. Marktwerking is een eufemisme voor bezuiniging. Ik wil de situatie hier nog niet met die in Chili vergelijken, maar het is wel uitkijken geblazen.

© Lammert Voos

Downenoud 2