Tagebuch 27-12-2017 (slot)

Toen S me er op wees dat ik met mijn klaagzangen in herhaling dreig te vervallen wist ik dat het tijd was om te stoppen met dit Tagebuch. De luiken gaan dicht, u mag niet meer meekijken. Ik wil mijn energie steken in het verder verbouwen van ons huis en weer structureel gaan schrijven, zoals ik jaren deed, iedere ochtend.

Ik wil eerst de novelle Malterfoske af maken en daarna de roman Canisius. Ik kom er al herlezend achter dat die twee werken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, het gaat eigenlijk om dezelfde families. Uiteraard zijn die verhalen fictief, laat ik dat duidelijk uitspreken, want voor je het weet zijn er collega’s die vinden dat je onderzocht moet worden door justitie, ik ben namelijk ook naïef en niet erg handig met de media.

Ik zal heus nog weleens werk op mijn blog plaatsen, maar dan worden het gedichten of korte verhalen. Wellicht dat ik die ooit nog bundel, maar vooralsnog heb ik niet genoeg goed werk.

Toen ik dit blog begon koos ik voor de titel De Waterwolf omdat ik dacht dat we een huis zouden kopen met uitzicht op het gelijknamige gemaal bij Electra, een van die vele magische plekken in het Groningse landschap. Het is allemaal anders gelopen. Ik woon nu vlakbij het Lauwersmeer en kom ook weer geregeld in Friesland en ik voel me daar eigenlijk heel goed bij. Ik beweeg me ook tamelijk gemakkelijk tussen de mensen in dit grensgebied, hoewel ik me net iets meer Groninger voel.

Ik heb iets met het Westerkwartier van Groningen en de Friese Wouden. De mensen zijn net even anders als elders. Rauwer, ongepolijster en met een licht anarchistische inslag. Mijn opa Lammert kwam immers ook uit die Friese streek en dat verklaart wellicht waarom ik me daar zo thuis voel. Nuver folk en nuver volk tegelijk. Je schrijft het hetzelfde, maar de betekenis is compleet tegengesteld.

Ik sluit dus de luiken, als ik ze weer open hoop ik een boek af te hebben.

 ©Lammert Voos

4f0df33bda45f17b9f556c1cebe243fa9fe3c90d

Advertenties

Tagebuch 25-12-2017

Eerste kerstdag 2017, ik ben 55 jaar oud en ik kom er eindelijk achter waarom ik zo’n weerzin heb tegen december. Het komt omdat ik niet kan ontsnappen, het is overal, en ik associeer het niet met gezellig en leuk, maar met een klem waar ik nooit meer uit kan komen. Ik geef toe dat ik zelfmedelijden heb, maar ik vind dat ik die best verdiend heb.

Ik kom uit een gezin waar altijd spanning heerste en ik ben altijd al een gevoelig mannetje geweest, dus ik had daar behoorlijk last van. Toen ik de pubertijd naderde was ik fysiek ook al een beer, maar qua geest nog steeds een angstige kleuter die bedelde en hunkerde naar goedkeuring. Men zegt weleens dat ik een mopperpot ben en dat is ook zo, maar ik ben een duizend keer verdunde versie van mijn vader. Ook mijn moeder was geen wonder van warmte en positieve aandacht. Hun achtergrond in gedachte houdend, snap ik dat wel, maar dat neemt niet weg dat ik er behoorlijk onder leed.

Het huwelijk van mijn ouders was toch al nooit gezegend, maar toen ik veertien, vijftien jaar was werd het pas echt heel vervelend. Mijn zusters waren reeds getrouwd en mijn broer woonde zo’n beetje bij de voetbalvereniging en in de kroeg, dus was ik de enige buffer tussen hen, het alibi voor de leugens, aanleiding voor ruzies en ga zo maar door. Het dieptepunt daarin was dat ik in een handgemeen verwikkeld raakte met mijn vader en het was dan ook onvermijdelijk dat mijn moeder vluchtte. En ik bleef achter.

Wie dacht dat het daardoor rustiger voor me werd komt bedrogen uit. Mijn broer maakte ook dat hij weg kwam, vond een eigen huis, maar het was voor pa wel gemakkelijk dat ik in het ouderlijk huis bleef, dan had hij namelijk een officieel eigen adres en kon zijn nieuwe vriendin haar uitkering behouden. Ik zat totaal klem, zoals ik de jaren daarvoor ook al klem gezeten had. Ik ging bijkans ten onder aan drank en drugs, de enige ontsnapping die ik kon verzinnen en bleef jaren in die klem zitten.

Toen ik een eigen woning vond doemde er een nieuw probleem op bij verjaardagen en feestdagen: er diende met iedereen rekening gehouden te worden. Er mocht niemand gekwetst worden in de gewapende vrede die er tussen mijn ouders heerste, maar er werd me toch wel te verstaan gegeven dat de ene wel gekwetst zou zijn als ik bij de andere…Ma manipuleerde, pa was openlijk de hufter die hij altijd al was geweest. Ik moest en zou altijd kiezen, zelfs toen ik zelf al vader was.

Zowel van mijn vader als van mijn moeder moest ik de bagger aanhoren die de een over de ander uitstortte en bij feestdagen zaten ze nu gezellig gezamenlijk aan de dis, samen met hun nieuwe echtgenoten. Wie besloten had dat dit zo moest kunnen, als beschaafde mensen zogenaamd, ik weet het niet, maar zo gebeurde het, met dagen daarna nog alle telefoontjes over wat iedereen verkeerd had gedaan.

Familiepatronen, hoe ontkom je daaraan? De eerste stap was de dood van mijn vader. Maar meneer presteerde het om buiten iedereen om een liedje bij zijn uitvaartdienst te laten draaien dat mijn moeder tot op het diepste van haar ziel kwetste. Je wilt als kind graag met enige trots op je vader terugkijken, maar dat heeft hij zelf voorgoed onmogelijk gemaakt. En je kunt het niet terugdraaien. Het was al geen fraai verhaal, maar nu is het om te kotsen. Al die rancune.

Mijn moeder was al beschadigd, maar dit is ze nooit te boven gekomen. De telefoontjes over de slechtheid van mijn vader werden nog erger en ze kon niet stoppen. Ik begrijp dat. Maar…ik kon het zelf niet meer aan. Al die conflicten en rancune, ik kan het niet meer aan, ik wil het niet meer. Toch ontkom ik er nooit helemaal aan. Het gaat niet goed met mijn moeder, ik maak me zorgen om haar, maar ik ben niet sterk genoeg voor hernieuwd contact.

En zo blijf je dus eeuwig in die klem van het loyaliteitsconflict zitten en ik wil weg, ontsnappen. Ontsnappen aan die tijd dat er gesuggereerd wordt dat een gezin een gelukkig gebeuren is. Ontsnappen aan dit gevoel dat ik iets moet wat ik niet meer kan: namelijk verplicht gezellig doen. Ik doe mijn best, maar het schrijnt.

Ik ga zo eerst maar eens de wc schoonmaken. Lijkt me een fijne kerstgedachte.

©Lammert Voos

santaarrestedsdfsdfsdfsd

Tagebuch 23-12-2017

Heftig weekje. Het begon met de straatgenoot die een einde aan zijn leven maakte. Het gaat ons eigenlijk niet aan, we kenden hem nauwelijks, maar toch raakt het je. Iedere keer als ik met onze honden langs zijn huis loop denk ik aan hem, staren die duistere ramen je beschuldigend aan.

Woensdag gaf ik workshops creatief schrijven op een middelbare school te Leeuwarden. Dit op uitnodiging van neef J die er les geeft. Neef J is mijn oudste vriend. Dit in de zin dat we elkaar al bijna 56 jaar kennen en ook al zolang bevriend zijn. Hij was dit jaar ernstig ziek, heeft het zwaar gehad, maar gelukkig gaat het nu weer goed met hem.

Mijn zenuwen openbaarden zich in de vorm van heftige hoofdpijn op maandag en dinsdag. Heel vaak liggen mijn emoties onder de oppervlakte, kan ik er niet echt bij, maar mijn lichaam reageert dan wel hevig. Die zenuwen waren ook niet zo gek, want het is lang geleden dat ik een workshop op een school gaf. Meestal ging dat wel goed, maar ik kan me ook een keer op een school in Meppel herinneren waar werkelijk helemaal niets gebeurde, de kinderen bleven me schaapachtig aanstaren en leken te denken dat ik van de planeet Pluto kwam. Dat klopt niet, ik kom immers van Betelgeuze.

Maar ik Leeuwarden ging het meer dan perfect. De kinderen waren gemotiveerd en de resultaten van hun schrijfwerk was verbluffend goed. Ik weet nooit precies wat ik dan goed doe, want ik werk heel instinctief, zoals met alles. Bij mijn laatste workshop zat dichteres Albertina Soepboer, die ook docent op de school is en ook zij was vol lof. Daar groei ik van, dat geeft zelfvertrouwen. De grootste inspanning zat die dag in de autorit heen en terug, want het was donders mistig.

De dag erna droeg ik voor bij Club Proza in de Kroeg van Klaas te Groningen. Op de heenweg ook dichte mist, zodat ik er al tamelijk vermoeid aankwam. Maar ook hier niets dan positieve zaken. Mooie voordrachten en ikzelf schoot geen bokken. Op de terugweg was de mist nog dichter en was het rijden weer hard werken.

Vrijdag was ik natuurlijk gesloopt. De bijwerking van mijn dure medicijnen is sowieso al vermoeidheid, maar ik was lichamelijk ook vermoeid door het staan en mijn welgevormde, edoch niet al te degelijk gebouwde benen protesteerden hevig. Daarom ging ik niet met S mee boodschappen doen en zou een dagje bankhangen. Ze was kwalijk tien minuten weg toen ze al belde: dat ene lampje van de auto brandde weer. Dat lampje dat aangeeft dat er remolie lekt of dat die vervuild is en dat de auto dus niet goed meer remt. We hadden dat al eerder laten repareren, maar kennelijk is het euvel niet anders te maken dan de hele zaak op de kop te zetten en dat kost dan minimaal zevenhonderd euri’s. Die we ‘even’ niet hebben, want alles zit in de verbouwing en er komt pas over een dikke maand weer het nodige binnen in de vorm van subsidies op onze milieumaatregelen.

Stress! Helemaal toen ik me realiseerde dat als een dag eerder…in de mist…deze gorilla zomaar had kunnen sneuvelen. Tamelijk geagiteerd zochten we samen naar een oplossing. Intussen werd ons door een vriendin aangeboden dat we haar auto mochten lenen, een andere bood ons geld te leen. Dat was mooi. Hartverwarmend. Ik herinnerde me echter dat neef J er nog een auto staan had waar hij vanaf wilde, dus ik belde hem. De deal was snel gesloten. Nu ben ik bezig onze oude bolide te slijten aan een opkoper. Ik ben doodmoe: zat zowaar zonet al rechtop te snurken.

Maar laten we alles positief bekijken: J brengt de auto na de kerstdagen en ik heb een heel valide excuus om de komende dagen nergens naartoe te hoeven en lekker op mijn krent te blijven zitten.

© Lammert Voos

IMG_20171223_102733

Tagebuch 19-12-2017

Het nadeel van mijn gedachten delen op een blog is dat ik lang niet alles vertel wat me bezighoudt. Er zitten grenzen aan wat ik in de openbaarheid wil gooien. Exhibitionisme bestaat in soorten en maten: je mag best mijn piemel zien, maar niet mijn ziel.

Onlangs plaatste ik op FaceBook een aantal oude familiefoto’s met daarop mijn reeds lang overleden grootouders en ooms en tantes. Een achternicht die zich bezig houdt met genealogie vond het nodig om overal geboorte en sterfdatums bij te zetten. Ik heb dat weer weggehaald. Die bijzonderheden zijn privé, eigendom van de directe nazaten, zoals mijn neven en nichten, maar het is niet aan een ander om die bijzonderheden te delen op het internet.

Ik heb de achternicht ontvriend en geblokkeerd. Het was niet voor het eerst dat zij grenzen schond. Ik vind het niet prettig als mensen in mijn leven proberen in te breken en er zo kien op zijn en alles wat ze over me denken te weten op het net mieteren.

Het is dan ook met enige schroom dat ik nu ga schrijven over een man hier in de straat. Het was een aardige man, maar wel iemand met veel problemen. Hij had veel problemen met zijn omgeving, hij kon slecht tegen geluid en verkeerde in een constante staat van overprikkeldheid. Ik herken dat wel, ik slaap immers ook met oordoppen om geluid buiten te sluiten. De man was uit de Randstad gevlucht vanwege het lawaai, maar het is een misvatting om te veronderstellen dat het hier stil is.

Er dendert geregeld zwaar landbouwverkeer door het dorp en dat hoort er gewoon bij. Er blaffen honden, er kraaien hanen, maar dat zijn van die dingen die ik zelf niet eens meer hoor. Er wordt hier en daar met hout gestookt en dat stinkt inderdaad. Maar als je al die zaken persoonlijk op gaat vatten heb je geen leven meer. En dat was nou precies wat onze straatgenoot deed.

Hij is gister dood in een stoel gevonden. Waarschijnlijk heeft hij zelf een einde aan zijn leven gemaakt. Ik voel iets, maar weet niet precies wat. Ik weet ook niet wat ik moet denken. Is er sprake van zie wat jullie me aandoen, zoals een vriend van me deed die zich jaren geleden ophing? Of is het die zware decembermaand? Al die opgelegde gezelligheid waar niet iedereen aan mee kan doen?

Het is in ieder geval triest en eenzaam en het raakt me, ik krijg er koppijn van. Ik voel me ook schuldig, want hield de man bewust op enige afstand. Zijn leed was als een zuigende draaikolk waar ik niet in meegetrokken wilde worden. Daar ben ik simpelweg niet tegen bestand. Het is niet mijn leed en toch deel ik het hier, dan denkt er nog iemand aan hem, neig ik te denken. Maar dat is onzin, want u kende hem niet. Ik ook niet, en dat is eigenlijk nog het ergste.

© Lammert Voos

Namiddag in de Marne

 

Tagebuch 12-12-2017

Goed beschouwd heb ik momenteel weinig te klagen. De nieuwe kozijnen en ramen zitten er in, dus ik kan achter mijn bureau zitten zonder dat mijn oren me bijkans van de kop waaien. Met mijn gezondheid gaat het beter dan in jaren, er liggen leuke dingen in het verschiet, ik lijd geen armoede en voor zover ik weet zijn er geen mensen met een noemenswaardige hekel aan mij. Bovendien, als die er wel zijn, zal het me aan mijn welgevormde reet roesten.

Toch ben ik kribbiger dan normaal. Hoewel. Ik ben altijd kribbig in december. Ik heb niet zozeer een hekel aan de feestdagen als wel aan het gezeik er omheen. De spontane gezelligheid kan niet meer plaatsvinden zonder dat de agenda’s op elkaar afgestemd zijn. De spontane gezelligheid kan niet meer plaatsvinden zonder bloedbaden in abattoirs  en bij poeliers. De gulzigheid en hebzucht kent deze maand geen grenzen.

Daarbij wordt er in reclames een beeld geschetst van een land dat alleen gelukkig kan zijn als men als one happy family gezamenlijk aan de maaltijd zit. Ja, het gezin als hoeksteen, als veilig anker, als de natte droom van Buma en ander christentuig.  Voor het gemak wordt er vergeten dat er hele volksstammen niet aan dit fijne feest kunnen meedoen. Ze komen uit het verkeerde land, hebben de verkeerde religie, geen familie of vrienden, geen geld, zijn ziek of hebben onlangs iemand verloren. December is niet alleen een feestmaand, maar ook een maand van eenzaamheid en verdriet.

Bij mij ging het al mis toen ik een jaar of zes was en we in Marum woonden. Hoewel mijn vader kon vloeken als een dragonder, vond mijn moeder dat ik naar de zondagschool moest. Zondag was een saaie rotdag, maar nu werd het nog rottiger, nu ik de hele ochtend moest luisteren naar een of ander bevlogen jong mens dat zijig leuterde over Jezus en Onze Lieve Heer. Dat die laatste die eerst had geofferd begreep ik wel, want mijn pa verklaarde ook geregeld dat wij de nagels aan zijn doodskist waren.

Afijn, ik moest dus kerst vieren met de zondagschool in de kerk en daar stond een gigantische opgetuigde kerstboom met tientallen kaarsjes erin. Bij het tweede lied ging de hele zaak in de hens en vluchtte men in dolle paniek de kerk uit, waarbij de volwassenen nog net niet de kinderen vertrapten. Daarna hoefde ik van pa niet meer naar de zondagschool.

Nog steeds vind ik het kerstbomen verbranden bij de jaarwisseling het enige leuke van december.

© Lammert Voos

kerstboom

Tagebuch 7-12-2017

Eigenlijk ben ik maar een heel middelmatig mannetje en blink nergens erg in uit, daar kan ik ook best mee leven, want ik weet het wel heel leuk te brengen allemaal en daar genereer ik precies genoeg aandacht mee om mijn ego nog een beetje prettig te houden. Ik bedoel maar, een laag zelfbeeld is voor niemand leuk, zeker niet voor diegenen die er mee moeten samenleven, zoals S.

Waar ik dan weer wel heel erg goed in ben is in verslaafd raken en ik doe dat dan ook regelmatig: speed, wiet, alcohol, sigaretten; been there, done that. Ik ben ook best goed in afkikken, al zeg ik het zelf, zie ook bovenstaande genotsmiddelen. Tegenwoordig heb ik een aantal ietwat onschuldiger verslavingen zoals koffie en pindakaas, maar ik voel geen enkele behoefte om daar iets aan te doen.

Ik heb er echter ook nog een paar die iets lastiger liggen. Bijvoorbeeld Seroxat (Paroxetine) zal ik nooit meer zonder kunnen en eerlijk gezegd wil ik dat ook niet, want sinds ik dat slik heb ik geen noemenswaardige depressies meer gehad. Wie ooit een depressie heeft gehad, een echte, weet wat zoiets kost. Ik wil niet al te pathetisch doen, maar ik heb lang geen sociaal leven gehad en omdat niemand je snapt als je als een zombie rondloopt en zich er ook niet in kan inleven heeft het me ook veel vrienden gekost, want denk niet dat een depressie alleen betekent dat je somber bent.

Nee, je valt in een zwart gat, waarin niets nog functioneert, al je zintuigen blokkeren, je hele gevoelsleven gestremd is, je totaal geen energie meer hebt en in mijn geval betekent het dat ik er eigenlijk niet meer wil zijn (zie ook lemma’s wiet en alcohol). Een depressie betekent voor mij passiviteit tot in het extreme en erg vrolijk ben ik dan inderdaad niet. Bovendien komt er dan geen zinnig woord uit mijn bek. Nu zullen er grappenmakers zijn die denken of zeggen dat dit nu eveneens niet het geval is, maar geloof me, dan is het nog veel erger. Dan valt er niets meer te lachen en als ik niet meer kan grappen en lachen, schiet me dan maar kapot.

maxresdefault

Sinds vorig voorjaar heb ik er nog een hele komische verslaving bij genomen. Ik had vreselijk last van nachtmerries en pijn in mijn gewrichten en een psychiater schreef me bij wijze van slaapkuur Zolpidem voor. Aanvankelijk was dat zalig, zes tot acht uur goddelijke vergetelheid zonder dromen. Na die kuur van drie weken mocht ik nog maar twee à drie nachten per week een pilletje nemen.

Maar weet u wat een glijdende schaal is? Dat je er steeds stiekem een meer per week bij neemt en je de stress van een verhuizing en verbouwing als excuus gebruikt om er iedere nacht eentje te nemen. En dat dan je gevoelsleven afstompt en je steeds kribbiger wordt. Nu zullen er grappenmakers zijn die denken of zeggen dat dit nu eveneens het geval is, maar geloof me, met Zolpidem is het nog veel erger. Dus ik besloot af te kikken (voor de zoveelste keer), maar dit keer gaat het moeizamer.

De eerste nachten deed ik natuurlijk geen oog dicht en de nachten die daarop volgden had ik weer de nodige heftige dromen, maar er is iets veranderd. Ik ben niet meer met iedereen aan het vechten. Wel mislukt nog steeds alles en kan ik nergens komen, maar dat compenseer ik overdag, want dan lukken me heel veel dingen wél.

Wat echter nog steeds blijft is het holle en knagende gevoel in je binnenste. Er zit een zwart gat in me. Ik ben een partner in crime kwijt en ik moet een nieuwe zoeken. Meestal voldoen boterhammen met pindakaas, maar soms moet ik het gat in mij gewoon ondergaan. Gelukkig ben ik niet alleen. Gelukkig heb ik een sterke wil en gelukkig heb ik niet de code van de brandkast waar de resterende pillen in liggen.

Langzaam maar zeker word ik weer fitter en wordt mijn geest weer wat helderder, misschien kom ik zelfs binnenkort weer tot substantieel schrijven. En het poept trouwens ook een stuk fijner zonder die spierverslappers. Eigenlijk ben ik in mijn kern best een positief mens.

© Lammert Voos

 

 

Tagebuch 5-12-2017

S en ik hebben samen een guilty pleasure: we kijken graag naar huizen zoek en verbouwingsprogramma’s op de televisie. Vaak zitten we samen aangenaam te gruwen van andermans wansmaak en onkunde. Dat is direct ook de reden dat we zelf nooit in zo’n programma zouden willen acteren. Wij worden niet graag de maat genomen.

De verbijsterende naïviteit van de verbouwers verbaast ons telkens opnieuw. Veel mensen denken dat ze alles wel kunnen regelen zonder architect, aannemer en deugdelijk verbouwingsplan en stuiten daardoor op veel hogere kosten dan begroot, omdat ze niet aan alles denken wat er bij zo’n onderneming komt kijken. Toch is dat precies zoals het nu bij ons gaat. Ter verdediging wil ik aanvoeren dat dit ons overkomen is omdat de aannemer die oorspronkelijk alles zou regelen een enorme nitwit en luchtballon bleek en we hem beleefd verzocht hebben in de stront te zakken.

De afgelopen drie weken zijn er een nieuwe cv-ketel, zonneboiler, zonnepanelen en nieuwe kozijnen met HR-glas geplaatst. Uiteraard vielen alle kosten tegen en moest ik het verbouwingsplan en de budgettering weer aanpassen, wat leidde tot vertraging en veel stress. Het is sowieso al een hele verzoeking voor me, drie weken achter elkaar mensen over de vloer, ik ben immers snel overprikkeld en word doodmoe van sociaal doen. Ik ben nou eenmaal niet sociaal, ik ben meer van het stille zolderkamertje.

We hebben drie hele goede redenen om ons huis zo klimaatneutraal mogelijk te maken: we houden van comfort, van onze portemonnee en we zouden graag zien dat er iets zorgvuldiger met het milieu omgesprongen wordt. Ons volgende grote project volgende zomer zal worden dat we het dak van onze aanbouw gaan vervangen. Dat moet ook van de overheid, want er zit asbest in. Hier en daar hebben we nog recht op wat subsidies, maar dat is peanuts vergeleken bij de investeringen die we doen.

En toen zagen we gister de documentaire Beerput Nederland. https://www.2doc.nl/documentaires/series/2doc/2017/december/beerput-nederland.html Nou, het lachen en de goede zin verging ons toen wel. De Nederlandse overheid blijkt dus actief mee te werken aan milieucriminaliteit en mijn stokpaardje dat we niet bestuurd worden door politici, maar door het bedrijfsleven werd weer eens bevestigd. Het meest cynisch is nog wel dat veroordeelde bedrijven nu meeschrijven aan nieuwe wetgeving. Ik vraag me echt af waarom we eigenlijk nog stemmen. Wat nou democratie? Schrale troost is dat wij in de uithoek van Nederland wonen waar de luchtkwaliteit het beste is, maar hebben onze milieumaatregelen eigenlijk wel zin? Nu blijven twee van onze drie argumenten om deze investeringen te doen fier overeind, maar ik moet sterk de neiging onderdrukken om niet uit pure frustratie met mijn moker het dak op te klimmen en alle panelen aan diggelen te slaan.

Gelukkig heb ik hoogtevrees.

© Lammert Voos

 

 

Tagebuch 2-12-2017

c16dd296938034866b564af93caa682a8f04c0960b05ea002d97a117e828fdea

 Ik heb nooit veel voorgesteld als vredesactivist. In de eerste plaats keerde ik nooit mijn andere wang toe (hoewel ik aanhanger van de PSP was) en in de tweede plaats dacht ik toen al te weten hoeveel macht de burger had, namelijk niets, nihil, nada, zero. Ik was al jong beroofd van illusies over een rechtvaardige wereld en best heel cynisch. Ik wilde wel een betere wereld, echt wel, daarom deed ik wel eens wat halfslachtige pogingen tot actie voeren, maar het bleef bij braaf met een spandoekje mee hobbelen met de massa. Nu hield en hou ik niet van massa’s, dus dat was ook niet al te vaak.

Ik had wel veel vrienden die wel deugden, die echt iets deden, zoals weken in de kou bivakkeren bij de vliegbasis van Woensdrecht om te protesteren tegen de kernwapens die daar zouden zijn opgeslagen of zouden worden opgeslagen.

Zojuist zag ik bij Andere Tijden op de televisie een aflevering over die vredeskampen. Geen van mijn toenmalige vrienden kwamen op die beelden voorbij. Wel iemand die erg op één van hen leek, eigenlijk best angstwekkend veel. Ik kom daar zo op terug. Wel zag ik Evelien.

Evelien ken ik uit Deventer. Evelien is hardcore, zo hardcore dat ik altijd enig wantrouwen tegen haar koesterde. Ik vind idealisten namelijk bijna net zo eng als gereformeerden. Maar Evelien is altijd verdomde consequent geweest in wat ze deed en daar heb ik veel bewondering voor, want haar leven is vast niet gemakkelijk (geweest). Ze woonde altijd in koude kraakpanden en had geregeld mensen die onderdak en hulp nodig hadden bij haar wonen.

Evelien was er destijds dus ook al bij. Jezus, wat een volharding en uithoudingsvermogen, en ze zei zelf nog dat ze nooit een winnaar zou zijn. Dat ze ondanks die tamelijk nuchtere kijk tóch die volharding heeft. Ze mogen van mij een standbeeld voor haar oprichten, haar idealisme is niet die van online petities tekenen, want heeft haar echt iets gekost.

De man die zo op mijn vriend leek was ronduit irritant. Gedragen, gezwollen, ja natuurlijk had zijn protest bijgedragen en blablabla. Blabla, ook daarin leek hij op mijn vriend. Mijn vriend wilde voor Artsen Zonder Grenzen gaan werken, maar werd door deze organisatie afgekeurd vanwege zijn psyche. Dat kon hij niet verdagen, wat eigenlijk hun gelijk bewees. Hij paste nergens, want was uiterst betweterig, niet realistisch en als je met hem in de kroeg zat had je na een uur de neiging om hem te wurgen vanwege zijn eindeloze gedragen oreren, lees: geouwehoer. Ik vraag me weleens af waarom ik bevriend met hem was en eigenlijk weet ik het antwoord wel: uit ijdelheid, want hij bewonderde mij. Hij noemde mij sociaal (haha), een doener (haha) en een intellectueel (lachen, gieren, brullen).

Maar toen de UWV hem vertelde dat hij best kon werken, dat er geen aanleiding was hem af te keuren, omdat hij gewoon niet zulke extreme eisen moest stellen werd hij pas echt verbitterd. Zo verbitterd dat hij zich een dag later ophing. Hij moest en zou gelijk hebben. Ik was eerst kapot en daarna heel lang heel boos op hem. Nu niet meer. Ik denk nu dat de UWV iets gemist heeft, namelijk dat mijn vriend, net als de man in Andere Tijden, altijd in een andere realiteit geleefd heeft.

Tenzij ik ernstig ziek zou zijn, zou ik geen een einde aan mijn leven maken, maar ik vind het ook niet zo belangrijk meer om altijd gelijk te krijgen. En cynisch ben ik nog steeds, maar dat is de rest van de wereld ook.

© Lammert Voos

 

 

Tagebuch 28-11-2017

Wij wonen nu dus in een lief klein romantisch oud arbeidershuisje. Dat is versie één. Versie twee rept over verrotte kozijnen en tocht en chronische verkoudheid. Het nieuwe dubbel glas staat al achter ons huis, maar het wachten is op de fabriek die de kozijnen leveren zal. Eén raam en kozijn waren zo slecht dat ik die dichtgemaakt heb met spaanplaat en hout dat ik nog had. En met ducttape natuurlijk.

Ik realiseer me dat ik niet mag klagen. Nog in 1969 woonden mijn opa en opoe Van der Wal in een nog slechter en kleiner huisje op Zuurdijk.  Een riool was er niet en bij mijn weten ook geen gas. Electra en water weet ik niet. Er stond een hut met ton in de tuin en nu en dan werd de stront opgehaald door een man met een paard en wagen.

Wij hebben CV, sinds kort zonnepanelen en een zonneboiler, wasmachine, droger, afwasmachine (hosanna!), koelkast, vriezer en veel, heel veel luxe spullen die we eigenlijk niet echt nodig hebben, zoals een computer waar ik semi-interessante stukjes op schrijf om mijn ego te bevredigen.

Mijn opa Lammert is in 1969 overleden. Hij had het aan hart en longen. Hard werken (hij wel), slecht eten, slechte levensomstandigheden, een koud en tochtig huis; het was een optelsom.

Hoewel mijn gezondheid niet best is, zal ik zonder twijfel ouder worden dan opa Lammert, van een beetje snot ga je immers niet dood. En belangrijker nog: ik heb perspectief, ons huis wordt steeds een beetje beter.

In 1969 had mijn grootvader geen ducttape.

© Lammert Voos

IMG_20171128_095918

Tagebuch 27-11-2017

Vrouwen. Sommige van mijn beste vrienden zijn vrouw. Ik weet van Joke Smit, Wilhelmina Drucker en Dolle Mina. Ik weet door mijn werk met vluchtelingen dat vrouwen veel sterker zijn dan mannen. Ik weet dat ik zonder mijn teerbeminde echtgenote hulpeloos zou zijn, dat ik op de wereld ben om decoratief te zijn en nutteloze feitjes te spuwen om haar te helpen met haar krantenpuzzels.

wilhelminadrucker_t0885

Ik ben een workshop creatief schrijven aan het voorbereiden die ik in december zal geven aan een middelbare school te Leeuwarden. Ik heb besloten om die toe te spitsen op het korte verhaal. Ik graas door mijn boekenkasten naar mijn helden: Hemingway, Bukowski, Snijders, Tennessee Williams, Jan Arends, Isaak Babel, Aleksandar Hemon, James Salter.

Er staan wel vrouwen in mijn boekenkast, maar qua kort verhaal schiet ik schromelijk te kort. Sterker nog, ik loop dit hele weekend al te peinzen over vrouwen die korte verhalen schrijven en kom niet verder dan Annie Proulx, maar ik vind haar romans veel beter dan haar verhalen.

De onontkoombare conclusie is dat ik qua kort verhaal een male chauvinist pig ben, want aan mijn geheugen kan het niet liggen. Zo herinner ik mij de droom van vannacht: ik was aan het tongzoenen met een bejaarde vrouw die het gebit nogal los in de mond had liggen. Ik ben nog steeds een beetje misselijk.

En ik deug niet.

© Lammert Voos