Tagebuch 10-6-2018

Toen ik gisteravond in de auto aankondigde een boek met de titel Wokken in de Achterhoek te gaan schrijven juichten onze meerijdende nichtjes dat zij dan een pre-order deden. Ik dien deze cryptische zin uit te leggen, vermoed ik.

Om mijn schoonvader zijn verjaardag te vieren hadden mijn schoonouders verzonnen om met de hele familie te gaan wokken. Mijn schoonouders wonen in Twente, op de rand van de Achterhoek. Het restaurant van hun keuze stond over de rand. De nichtjes reden met ons mee, omdat we nagenoeg langs hun woonstee reden vanuit Groningen en er niet genoeg plek was voor alle kinderen in de auto van schoonzus en zwager. Tot zover is het niet erg gecompliceerd.

Dat ik verklap dat het wokrestaurant zich bevindt aan de rand van Eibergen als u vanaf Neede komt rijden dient u op te vatten als een waarschuwing. Reeds bij binnenkomst ging het mis. Er werd ons te verstaan gegeven dat we het bestek dienden te bewaken gelijk leeuwen en dat de biertaps toch vooral bestemd waren voor de heren. Hier was mijn assertieve nichtje, zojuist teruggekeerd van een solotrip naar Nepal en Sri Lanka, terecht niet van gediend. We hebben de dienstdoende jongeman de hele avond niet terug gezien.

Een wokrestaurant is een vreetschuur, niets meer of minder, maar ook die heb je in soorten en maten. S en ik hebben het experiment opgevat zo lang mogelijk geen suiker te eten en dat gaat best, zolang je de vreetschuren maar mijdt. Het ons viel deze avond niet mee. Het niveau van de aloude afhaalchinees werd niet overstegen, de sushi kwam uit een pakje en over iedere vorm van groente lag een kledder chemomayo van jewelste. Men dacht mij nog wijs te maken dat er Japanse zeewier was, een godenspijs, maar ik meende daar gewoon fijngesneden andijvie met een ordinair dressinkje met, jawel, suiker in te herkennen. Het was onmogelijk niet te zondigen, dus ik nam twee happen bami en iets wat door moest gaan voor rendang vlees.

De schreeuwlelijk die de scepter zwaaide achter de wokbalie deed mij iedere lust tot eten verder vergaan. Je kunt je wel gedragen als Gordon Ramsay, maar dat wil nog niet zeggen dat je zo kunt koken. De man was gruwelijk onbeschoft en maakte opmerkingen tegen dames waarbij  Harvey Weinstein een padvinder leek.

Verder was het best genoeglijk. U weet hoe dat gaat: mannen aan de ene kant van de tafel, pratend over typische mannenzaken zoals de geopolitieke consequenties van de vroeg middeleeuwse volksverhuizingen, het schisma in de Katholieke kerk en hoe het was geweest als het Vaticaan in Avignon had gestaan, en het verschil tussen een swiffer en een gewone stofdoek. De vrouwen zaten aan de andere kant typische vrouwenzaken te bespreken zoals de trekkracht van de nieuwste Audi en de kansen van Marokko op het aankomende WK en dat het een grove schande was dat Hakim Ziyech niet in het Nederlands elftal zat. Rollenpatronen zijn nou eenmaal lastig te doorbreken.

Dus maakte ik op de terugweg die opmerking uit de eerste zin.

Vannacht moest ik natuurlijk mijn zonde ernstig bekopen met maagkrampen en hoofdpijn. De bami werd duur betaald.

© Lammert Voos

bami-koken-bakmi

Advertenties

Tagebuch 2-6-2018

Nou, ik heb mezelf mooi voor schut gezet met mijn complottheorieën over het plaatsten van een telefoonmast bij Vierhuizen. Dat niemand weet hoe die besluitvorming tot stand is gekomen, is echter heel begrijpelijk. Dat is namelijk al in 2011 gebeurd.

Gemeente De Marne heeft toen al afspraken met Vodafone gemaakt over te plaatsen masten. In 2013 heeft naburig dorp Ulrum daar zonder succes een bezwaarschrift tegen ingediend.

Vandaar de informatieavond, de inspraaktermijn is reeds lang verstreken. Er valt te kiezen uit drie plekken in het bos achter Vierhuizen en dat is het dan. Daar kunnen we het mee doen. Het valt allemaal op internet terug te vinden.

Het staat keurig vastgelegd in de Notitie antennebeleid Gemeentebeleid De Marne uit november 2011. Vodafone houdt zich netjes aan de regels die daarin staan en ook de mensen die ik tussen de regels door beschuldigde hebben met e.e.a. niets van doen. Ik schrijf dit mea culpa om mijn geloofwaardigheid als auteur niet te verliezen.

Een reden te meer dus om 4 juni niet te gaan. Ik kan mijn woede beter richten op zaken waar ik nog invloed op heb, zoals op de muggen in ’s nachts in onze slaapkamer. Van de winter er weer een kwastje over, ziet niemand er nog wat van.

© Lammert Voos

langpoot

Tagebuch 31-5-2018

Het is u, als oplettende lezer, vast niet ontgaan dat er heel veel over de hoofden van Groningers heen besloten wordt en dat men steevast in de overtuiging leeft dat wij hier toch al volkomen van de pot gerukt zijn en dat men ons absoluut niet hoeft te betrekken in welke besluitvorming dan ook.

Laatst kreeg ik een mail van een bestuurslid van de dorpsvereniging over een te plaatsen zendmast door Vodafone bij ons dorp, Vierhuizen. Aan die mail vielen een aantal dingen op. Het bestuurslid had wel heel lang gewacht om de andere bewoners op de hoogte te stellen en de mast zal worden geplaatst ver bij haar woonstee, in de Westpolder, vandaan. Dat kan natuurlijk toeval zijn, laat ik pas met modder gooien als er flink wat stront door geroerd is.

Niet zo lang geleden lag er een briefje in de brievenbus dat er 4 juni aanstaande een voorlichtingsavond is over de te plaatsen dertig meter hoge mast. De duivel zit in de details, het is dus geen inspraakavond, hetgeen doet vermoeden dat de deal met Vodafone reeds in de achterkamertjes beklonken is. Maar door wie? Staatsbosbeheer die de centjes goed kan gebruiken? Dat lijkt me nogal haaks staan op hun plannen om het gebied op te knappen. Wie het weet mag het zeggen.

Feit is wel dat er veel weerstand is in het dorp over die mast. Hebben wie dan nodig? En waarom zijn er drie plaatsen aangewezen waarbij zonder uitzondering het hele dorp ertegen aan kijkt? Twee kilometer buiten het dorp ligt een toch al spuuglelijk NAM-terrein en ook in de Westpolder is er ruimte zat.

Laten daar nu een aantal boeren wonen die eigenlijk tegen iedere vorm van vooruitgang zijn en helemaal tegen het feit dat het plebs inspraak wil. En zo lijkt de klassenstrijd helemaal terug over zoiets moderns als het bereik van mobiele telefoons.

Ik zeg met opzet lijkt. Het kan best zijn dat ik het helemaal fout heb, maar het feit dat voornoemde boeren zich ook met hand en tand verzet hebben tegen een theehuisje op de Waddendijk doet de vooroordelen bij mij opbloeien. De boeren vreesden de parkeerdruk. Om je te bevuilen van het lachen, want op nog geen vijfhonderd meter van het voorgenomen theehuis oefent defensie geregeld met scherpe munitie, pantserwagens, helikopters en straaljagers. Sommige mensen hoef je helemaal niet belachelijk te maken, dat doen ze zelf wel.

Aanstaande maandagavond is dus die voorlichtingsavond en de schriftelijke aankondiging heeft het dorp ruw wakker geschud. Iemand wilde met een petitie rondgaan: liever een windmolen, want dat heeft nog nut, dan die dertig meter hoge mast. Andere dorpsbewoners maakten een actieposter en roepen op om vooral naar die avond toe te gaan.

Ik ben geen voorstander van de mast, dat moge duidelijk zijn, en ik ben vooral geen voorstaander van deze manier van besluitvorming. Toch ga ik niet naar de voorlichtingsavond. Ik lijd namelijk aan een temperament waar ik zelf last van heb. In het verleden heb ik ook al eens de burgermeester van Olst/Wijhe geschoffeerd door ronduit tegen hem te zeggen dat hij uit zijn nek lulde. Op die manier win je geen discussies.

Als ik het gevoel heb in de zeik genomen te worden, word ik boos en vergeet ik alle redelijke argumenten. Dat is in zo’n blogje wellicht dolkomisch, maar iemand wees mij er eens op dat als ik boos ben, ik behoorlijk dreigend overkom. (1.90m/ 130 kg) Ik vind het prettiger dat mensen denken dat ik een vriendelijke lobbes ben en wens mijn dorpsgenoten veel sterkte en hoop op enig succes.

Maar dat voorlichting, dat zit me toch behoorlijk dwars.

© Lammert Voos33923293_1842939789098545_8631699395152183296_n

Tagebuch 27-5-2018

Als je mij echt verschrikkelijk chagrijnig wilt maken, moet je me belastingzaken laten regelen. Nu is het zo dat er een hele fijne subsidieregeling voor zonnepanelen was, maar dat mocht niet meer van Europa. Iets met oneerlijke concurrentie ofzo. (Bestaat eerlijke concurrentie dan überhaupt? Draait onze kapitalistisch systeem dan niet op oneerlijke concurrentie?) Ter compensatie bedacht onze verlichte overheid een regeling waarbij de consument die zonnepanelen kocht beschouwd zou worden als startend ondernemer en aldus de btw op de aanschaf kan terug vragen.

Nu word ik heel reactionair als ik met de belastingdienst te maken krijg. Het taalgebruik op hun websites en formulieren is wellicht gesneden koek voor de juristen van multinationals, maar ik snap er geen hout van. Ik was nooit tegen de Europese Unie, zeventig jaar vrede in Noordwest-Europa is immers geen sinecure, maar ik begin zekere populistische standpunten steeds beter te begrijpen, want ik zie ook de regelzucht, de discutabele benoemingen en de uiteindelijke economische zwakheid van het instituut. Desalniettemin ben en blijf ik een Europeaan, niet in de laatste plaats door mijn afkomst.

Op zoek naar een foto stuitte ik op een externe schijf op een genealogisch document dat mij eens opgestuurd is door een achternicht. Daar is op te lezen dat de overgrootvader van mijn grootmoeder aan moeders kant ene Abraham Enema was die geboren is rond 1780 in Enumatil en stierf op 20 juli 1854 te…Vierhuizen, mijn huidige woonplaats. Als ik magisch zou denken, zou ik denken dat de cirkel rond is, maar ik denk alleen maar magisch als ik heel zwaar getafeld heb en dat doe ik nauwelijks nog.

Er was ook sprake van een broer Benjamin, die besneden was. Toen ik wat verder op het net zocht vond ik vader Izaäk Abrahams Enema ofwel Izaäk Abrahams van der Wagen, ‘vleeschhouwer te Enumatil’.  Zoon Abraham bekeerde zich tot de doopsgezindheid, maar zoon Benjamin niet en die bleef zich Van der Wagen noemen.

De joodse slagers en veehandelaars van Noordwest Nederland waren zonder uitzondering Oost-Europese Asjkenazim, afkomstig uit Duitsland, Polen en Rusland, veelal gevlucht voor pogroms of om het economisch beter te krijgen. Izaäk Abrahams Enema maakt mij tot Europeaan in de breedste zin van het woord.

De beste manier om mezelf uit mijn chagrijn te trekken is keihard en vals mee blèren met Los Tres Diamantes, een trio uit Mexico dat groot was in de zestiger jaren. En dan het liefst met het nummer Maria, madre de Dios! Nu ben ik Mexicaan, noch religieus, maar in sommige zaken heel ruimdenkend.  Als het me zo uitkomt.

© Lammert Voos

download

Tagebuch 24-5-2018

BaldwinWOWIk was diep onder de indruk van de film I am not your negro, gebaseerd op een onvoltooid boek van James Baldwin. Dus wilde ik het werk van deze scherpe denker herlezen. Al eerder was hij in een duister hoekje in mijn hersenpan opgedoken en wel toen ik Een klein leven van Hanya Yanagihara las. Hoewel de meeste mensen die ik ken dit boek bejubelden vond ik het vooral benauwend en eerlijk gezegd schoot mijn empathie te kort om me in te leven in de hoofdpersoon.

Hoewel ik de boeken van Baldwin op jonge leeftijd las, herinnerde ik me er weinig van, maar kennelijk precies genoeg om Een klein leven te associëren met Een ander land. Kunstenaarsleven, homoseksualiteit, identiteit, racisme, loyaliteit, zelfmoord, qua thematiek lijken beide boeken erg op elkaar. Maar Baldwin verliest zich niet in scènes vol gruwelijk leed, hij beschrijft veel subtieler de existentiële twijfel van zijn hoofdpersoon, een twijfel die iedereen zal kennen, en daarmee kruipt hij mij veel meer onder de huid. Het schijnt dat zijn werk heruitgegeven gaat worden door De Bezige Bij en dat is volkomen terecht, want de boeken van Baldwin zijn actueler dan ooit.

Iets heel anders: begin deze week zagen S en ik een documentaire over suiker in ons voedsel en de gevolgen daarvan. Hoewel ik denk dat de film enorm chargeert, gingen we eens in onze kasten kijken of er inderdaad zoveel suiker in ons voedsel zit als de film beweerde. Het ondubbelzinnige antwoord is: ja, zelfs in sambal zit suiker. We besloten de proef op de som te nemen en alle producten waar suiker aan toegevoegd was in de container te gooien. De koelkast is nu angstwekkend leeg.

We zullen echt niet van suikertekort om komen, in veel dingen die we eten zitten suikers en ook nog in allerlei verschillende vormen. En toch heb ik na een paar dagen ernstige ontwenningsverschijnselen, ik herken ze nog van het stoppen met roken en drinken.  Hoofdpijn, trillen, zweten, droge mond en het lijkt wel of een ton lood heb opgevreten, zo zwaar voelt mijn lichaam.  Het gekke is dat ik nauwelijks trek of een hongergevoel heb. Wel laat ik een soort winden waardoor een houtwormbehandeling van ons huisje de eerstkomende tien jaar onnodig is.

Je denkt dan dat je gezond bezig bent en wellicht langer zult leven, maar dan was je toch echt even vergeten dat er nog andere mensen rondlopen. Twee dagen geleden kwamen we terug uit Groningen en reden op de Friesestraatweg  richting Grijpskerk. Op de andere rijbaan sjokte een tractor voort, maar een vrachtwagenchauffeur dacht die wel even te kunnen passeren en zette zijn gevaarte met aanhanger gemoedelijk op enkele honderden meters voor onze neus op onze rijbaan. Ik moest vol in de remmen en voor de zekerheid schoot ik richting fietspad. Ik had al gezien dat daar en achter ons niemand zat, dus dat kon. Maar het was werkelijk op een haar na.

Het gekke was dat ik de rust zelve was en niet eens een verhoogde hartslag had. Gevolg van het Post Traumatische Stress Syndroom waar ik al decennia aan lijdt? Het zal er waarschijnlijk wel weer tijdens een nachtmerrie uitkomen. Want dat is de enige zekerheid in mijn leven: die blijven onverbiddelijk terugkomen, ondanks alle therapieën die ik er tegen gevolgd heb.

Maar laat ik dat ook positief bekijken: dankzij die nachtmerries kan ik lekker nare boekjes blijven schrijven en ben ik volledig afgekeurd zodat ik alle tijd heb om alles wat los en vast zit te lezen.

© Lammert Voos

 Tagebuch 16-5-2018

Men zegt dat wijsheid met de jaren komt, maar is dat wel zo? Naarmate ik ouder word weet ik steeds minder dingen zeker, sterker nog, ik wens heel vaak geen mening meer te hebben, vind een mening te aanmatigend, want ik weet veel te weinig en is ook niet iedere mening tegelijkertijd een oordeel? Wat ik wél zeker weet is dat ik liever heb dat mensen normaal met elkaar praten, ook als ze het niet eens zijn, dat dit het summum van beschaving is. En ik weet heel zeker dat ik geweld verfoei, hoewel ik zelf zeker niet altijd een engeltje ben (geweest). Einde preek. Amen.

 Dat schreef ik gister op FaceBook. Een tijd geleden schreef ik ook dat ik zou stoppen met bloggen, maar niets zo veranderlijk als de mens en ik heb toch al de reputatie tamelijk wispelturig te zijn.

Vandaag was ik in het Zeehondencentrum van Pieterburen. Mijn excuus was een minderjarige  logee, maar eerlijk gezegd was ik al een tijdje nieuwsgierig  hoe het centrum er uitzag nu men beroepsquerulant Lenie ’t Hart er definitief uitgegooid heeft. Het centrum had meer gebouwen. Het centrum had nu een filmzaal. Het centrum had minder zeehonden. Het centrum had nu buitenlandse stagiaires. Het centrum was fors duurder geworden.

Er waren weinig dieren in het centrum, zei de man achter de kassa, maar we konden wel zien hoe er dieren gevangen zouden worden om vrijgelaten te worden op het wad. Aangezien er weinig te beleven viel, wachtten mijn logee en ik een half uur totdat er een zeehond gevangen zou worden. Twee stagiaires drentelden doelloos om het bassin dat langzaam leeg liep, zodat men het drooggelegde dier kon vangen. Een oudere man met een veel te ruim zittend kunstgebit maakte geforceerde grapjes tegen de twee jonge en argeloze stagiaires. Ook moest hij eentje beslist even kameraadschappelijk aanraken. Een meer door de wol geverfde dame had hem zeker volkomen terecht een klap op zijn bek gegeven.

Een ervaren kracht instrueerde een van de twee meisjes hoe de zeehond te vangen. Dat ging aanvankelijk vlotjes, maar toen het dier van een plastic bak in een houten kist moest hobbelen ging het helemaal mis. Het dier blubberde alle kanten op, behalve de goede. Besluiteloos stonden de meisjes, pubers nog, schaapachtig toe te kijken hoe de ervaren kracht met het beest worstelde. Uiteindelijk liet hij een van de meisjes een andere ervaren kracht halen. Samen hadden de ervaren krachten het dier binnen vijf seconden in de kist. Op die kist stond dat de zeehond Anne Frank heette, die naam had ze gekregen van het meisje dat haar gevonden had.

Eerst word je vermoord, dan word je leed geclaimd en gepopulariseerd  en vervolgens word je gevulgariseerd door de stichting die je naam draagt die de bladzijden die je beslist niet met anderen wilde delen als wereldnieuws in de openbaarheid brengt. Veel tragischer kan ik het niet verzinnen en ik heb daar beslist een mening en oordeel over.

© Lammert Voos

IMG_20180516_0001

 

 

Zondagskind (reprise)

 Als ik een kleine vijftig jaar later mijn kinderfoto’s bekijk zie ik echter geen angstig en beschadigd kind. Volgens mij zie ik veel meer een enorm nieuwsgierig ventje. Ik weet nog dat ik met leesvaardigheid ver vooruit liep op mijn leeftijdgenoten. Wat betreft de rest niet. Ik schrijf nog steeds slordig en van rekenen raak ik geïrriteerd. Ik heb daar het geduld gewoon niet voor.

Het geheugen is een wanordelijke bende. Hersenschuddingen, alcohol, drugs, slaapgebrek, depressie, allemaal zaken die een stem in het kapittel hebben. Een groot deel van zijn leven wentelt zijn mens zich in zijn slachtofferschap, zich er geen rekenschap van gevend dat een slachtoffer net zo goed zelf vaak dader is.

Iedereen is kind geweest, zich niet bewust van wat wij goed en kwaad noemen. Een lastig, ongrijpbaar kind. Vaak in mezelf gekeerd, regelmatig zoek omdat ik weer eens ergens op verkenningstocht was en een dagdromer. Dat paste niet goed in het milieu waarin ik opgroeide. Er was geen tijd voor dromen, niet door de week in ieder geval, dan moest er gewerkt worden.

Als bij zoveel gezinnen uit die tijd viel ons gezin heftig uit elkaar. Ik zal niet zeggen dat mijn moeder feministe was, maar het feit dat vrouwen eind jaren zeventig meer en meer voor hun rechten opkwamen zal toch van invloed zijn geweest op haar beslissing. Bovendien was het huwelijk niet gebaseerd op liefde, maar op economische noodzaak. Er waren veel spanningen en het was niet fijn voor de kinderen.

Toch kwam de scheiding voor ons alle vier als klap en ieder van ons ging daar op zijn eigen manier mee om. Ik was de jongste, toch al wat vreemd en het was het duwtje dat ik nodig had om volledig te ontsporen. Ik ben een meester-leugenaar en manipulator geworden en het heeft heel wat uurtjes therapie gekost om dat weer af te leren. Daarnaast lijk ik meer op mijn pa dan me lief is. Ik hoef geen DNA-test te doen om te zien waar ik vandaan kom. Ik kom uit het Noorden of Noordwest-Europa, want lijd aan de Furor Teutonicus. Net als mijn pa vroeger. De Romeinen omschreven dit al als een verpletterende en blinde woede die niet te beteugelen valt.

Nu ik ouder word en het testosteron afneemt heb ik er niet zoveel last meer van, maar in mijn tienerjaren veranderde ik van dat verlegen en kwetsbare jochie in een ontoombaar monster van een meter negentig en honderd kilo en ik was boos, heel boos. Het is best een wonder dat er geen grotere ongelukken zijn gebeurd.

Ik tel mijn zegeningen.

 

© Lammert Voos

Zondagskind (slot)

 V

Mijn twee oudere zusters waren het huis uit getrouwd. Bij de trouwerij van de oudste had ik gehuild.  Wie zou me nu gaan voorlezen en cadeautjes voor me kopen? Bij de tweede trouwerij werd ik me ervan bewust dat mijn bed nu weer exclusief van mezelf zou zijn. Bleef  voordien een verloofde logeren, dan mocht die van ma niet op de kamer van mijn zuster komen. De verloofde in kwestie diende in mijn bed te slapen en ikzelf moest aanschuiven bij mijn broer.

Het was gewoonte dat tijdens de feestdagen mijn zusters met hun echtgenoten een aantal dagen naar huis kwamen. Het viertal sliep dan op luchtbedden op zolder. ’s Nachts hoorde ik veel gegiebel van boven komen en soms hoorde ik het polyester kraken als iemand zich omdraaide.

Dagen later hoorde ik pa met een vreemde stem praten over partnerruil. Ik wist niet wat dat was en zocht het op in een woordenboek. Ik wist zeker dat pa het niet over mijn oudere zusters had gehad. Dat kon niet. Zoiets kon je toch niet over je eigen dochters denken?  Ik lag er wakker van.

 VI

Ik wierp de lijn met daaraan dobber, lood en haak in het woelige water van het kanaal. Manhaftig hield ik me vast aan de lange bamboestok. De dobber deinde op de golven. Het brood was vast al van het haakje, bedacht ik, maar dat gaf niet.

Ik wilde geen wormen gebruiken, daar moest ik van kokhalzen sinds een jongen op school me gedwongen had er eentje op te eten. Sla hem dan ook op zijn bek, had pa me toegebeten toen ik huilend thuisgekomen was.  Er had zich voorgoed een bittere brok zelfmedelijden in mijn keel genesteld.

Met wormen ving je bovendien palingen. Ik wilde geen paling vangen, want palingen waren slijmerig en kronkelden rond het snoer en ik kreeg ze nooit los. Ik wilde ook geen schele pos of baars vangen, die slikten het haakje door en als je er dan aan trok nam je alle ingewanden mee. Dat vond ik vies en zielig.

Er kwam een man in een flodderige regenjas achter me staan. Hij had een teckel met overgewicht bij zich, een soort worst op pootjes die amechtig hijgend aan zijn voeten neerzeeg.

Ze bijten zeker niet erg? vroeg hij. Soms had die man een schurftige poedel bij zich en droeg een corduroy colbertje met elleboogstukken. De poedel drentelde zenuwachtig rond zijn benen.

De man was ook wel eens wat gegroeid. Dan droeg hij een legerjas en had een grote Duitse herder bij zich. De hond ging rustig naast hem zitten en de man begon aanwijzingen te geven. Je moest de dobber zus en de loodjes zo en dan…Hij wist zeker niet dat het brood allang van het haakje geweekt was.

Ik zat naar de golven te kijken en liet me opzettelijk verblinden door het licht daarin. Iedere dag weer, als het tenminste niet regende, dan werd ik nat.

© Lammert Voos

Zondagskind 4

 IV

Wanneer pa Het Vrije Volk zat te lezen was het zaak voor mij om zo weinig mogelijk geluid te maken. Pa scheurde zelf gaten in de stilte zodra hij een bladzijde omsloeg. De krant bleef op zijn schoot rusten als hij naar het nieuws op de televisie keek. Daar wenste pa eveneens niet bij gestoord te worden. Het kwam slechts eenmaal voor dat pa zelf in stilte, zonder mopperen, het nieuws bekeek. Ma stond achter zijn stoel mee te kijken, met in haar hand een bord waar ze net zo lang overheen bleef wrijven met haar theedoek tot die begon te piepen.

Op het televisiescherm probeerden Aziatisch uitziende mensen over een hek te klimmen. Helikopters stegen op vanaf het dak van een gebouw. Er hingen mensen aan de glijders. Ze vielen er een voor een af, terug in de menigte. De helikopters landden even later op een vliegdekschip. Na het uitstappen van de passagiers werden de lege helikopters in de zee geduwd.

Ma keerde terug naar de afwas en pa schakelde de televisie uit. Hij begroef zich weer in de krant. Ik keerde terug naar mijn plekje bovenaan de trap. Ik dacht na over wat ik zojuist gezien had. De logica daarvan ontging me.

Ik hoorde mijn vader in de huiskamer andermaal een bladzijde omslaan. Nog geen minuut daarna gleed de krant ruisend op de vloer en begon pa luid te snurken.

© Lammert Voos

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondagskind 2 & 3

 II

Vanuit mijn slaapkamerraam keek ik uit op een breed kanaal dat de kriskrassende groene weilanden doorsneed. Lompe zwartstalen rompen doorsneden het loden water. Nadat een tanker gepasseerd was schreef ik de naam Dorothea in een schriftje met daarachter de plaatsnaam Vlaardingen. Dat lag in de buurt van Rotterdam dacht ik. Ik dacht aan de havens. Aan de zee. Aan zilte lucht. Aan schreeuwende meeuwen. Ik droomde van stoere zeelui.

Ma had verteld dat pake een schipperszoon was, dus ik een schippersachterkleinzoon, maar ik herinnerde me pake als een gebroken man die de resten van zijn longen in een blikje spoog. Pake had stoflongen van het werk op de dorsmachine.  Pake had negen keer een hartaanval gehad, vertelde ma niet zonder een zweem van trots, maar een tiende zou er niet komen.

 III

Pa had een volière vol vogeltjes. Eerst gingen de zebravinkjes dood, later de kanaries en tenslotte de kwartels. Pa brak de zelfgetimmerde volière zuchtend af. Pa hield ook konijnen. Op een dag zaten die apathisch in hun hok. Etter druppelde uit hun ogen. Pa stond er tien minuten besluiteloos naar te kijken en belde toen de veearts. Na het gesprek met de veearts ging hij de hokken bij langs en draaide de konijnen de nek om. Hij maakte geen enkel geluid. Tranen liepen over zijn wangen.

Pa verzette zich lang tegen de aanschaf van een hond. Hij was er van overtuigd dat hij voor de verzorging van die hond zou opdraaien en dat wilde hij niet. Bovendien zou hij de hond niet kunnen uitlaten omdat hij slecht ter been was. Hij had het steeds over de consequenties van een hond. Broerlief bleef echter zeuren en bezwoer pa dat die er niet voor zou opdraaien.

Toen de hond, een bouvier, was aangeschaft was broerlief aanvankelijk druk in de weer met het beest. Tot de voetbalcompetitie weer begon. En hoewel pa koppig volhield niets met de hond van doen te willen hebben hield hij, als hij dacht dat niemand het hoorde, lange monologen tegen het dier. Maar als er anderen in de buurt waren deed hij net of hij het beest negeerde.

Regelmatig, als ik weer eens met de hond door de regen sjokte, dacht ik  bitter aan pa’s woorden: de consequenties van een hond.

© Lammert Voos