Onnut

dat ik nooit iets zeg over anderen hun uiterlijk,
komt omdat ik wel eens in de spiegel kijk

aangezien het nu echt herfst wordt, heb ik een nieuwe trui gekocht
ik begon de dag met het aanschouwen van een Grote Bonte Specht in de achtertuin

er zijn mensen die vinden dat ik weer moet gaan zingen
maar ik heb daar zelf ernstige twijfels over

op de pier van Lauwersoog stond een hele rij vogelaars
maar zij, zij waren allemaal te laat

welk een tragiek op deze fraaie zondagmiddag
…lachen

© Lammert Voos

Advertenties

Tagebuch 25-11-2017

Ik lees een boek. Dat doe ik wel vaker. Dit boek lees ik al anderhalve week. Dat overkomt me bijna nooit. Niet alleen is het een heel dik boek, het boek is opgetrokken uit verschillende lagen, wordt verteld vanuit meerdere perspectieven, hangt aan elkaar van details, is een coming of ageverhaal, een essay over moderne kunst en toneel, een liefdesgeschiedenis en een familietragedie ineen. Volgens mij gaat het ook nog over verkeerde keuzes, het verloop van de geschiedenis en hoe die ons beïnvloedt en over verzandende vriendschappen. Het gaat over een obsessie voor de Vietnamoorlog en een film daarover. Het is, kortom, een complex boek.

Ik heb zelden dat zulke dikke boeken mij van begin tot einde boeien. Niet voor niets zijn een aantal van mijn favoriete boeken dunnetjes. Heart of Darkness, Titaantjes, Kaas, Bint, De ondergang van de Familie Boslowits/Werther Nielant, Het glazen meisje, De Rode Ruiterij. De auteurs mag u er zelf bij zoeken.

Mijn eigen boeken zijn ook niet zo dik. Dat is onvermogen. Ik ga meestal zonder omwegen op mijn doel af, zonder al te veel opsmuk en dat is mijn kracht en zwakte tegelijkertijd. Vaak ziet men opsmuk voor literatuur aan. Gebruik een beetje wollige taal, maak het wat geheimzinnig, laat de hoofdpersoon aan zeldzame bloemetjes ruiken en beschrijf dat uit den treuren, lardeer dat met romantiek, tragiek en desnoods wat tragische kinky seks, et voilà…als de auteur dwars is, aan de drank, of een mooie jongedame of een combi van die drie en bovendien een beroemde sporter of actrice, dan is de bestseller gegarandeerd, schijnt men te denken.

In mijn boeken dien je door sloten vol stront, bloed, alcohol, frustratie, onmacht, woede en absurde verhalen te worstelen, maar ik drink niet, ben wellicht een ietsiepietsie dwars, verre van aantrekkelijk of sporter, dus best een marginale schrijver. En dat bevalt me wel. Bij mij kan er tenminste nog vrij ongestoord een lijk uit de kast sodemieteren. Bovendien ben ik momenteel niet al te productief. Mijn energie gaat momenteel vooral zitten in het bedenken hoe verder te verbouwen en dat te betalen en het is op mijn werkkamer stervens koud. Ik lijd wel, maar de kunst komt mondjesmaat.

9200000072172149

Tijdens het lezen van het briljante boek, Max, Micha & het Tet Offensief van de Noor Johan Harstad, kwam ik tot een inzicht. Of dat pijnlijk is valt nog te bezien en of dat inzicht nog nut zal hebben, valt eveneens te bezien. In het boek vliegen de twee lijnvluchten Twin Towers binnen, met alle gevolgen van dien. Zoals bij zoveel van dit soort schokkende gamechangers weet je vaak  nog precies waar je was. De moord op JFK is me even ontschoten, want ik was nog een kleuter. Maar de landing van Apollo 11 op de maan weet ik nog, ik zat voor de buis met pa, broer en zwagers. Alsof Ajax moest spelen. Van de zeventiger jaren kan ik me vooral de rode terreur en de gijzelingen herinneren. Toen waren we nog voor de doodstraf. En de BH-verbrandingen, maar dat had meer met ontluikende hormonen dan met politieke bewustwording te maken, In de tachtiger jaren waren we overal tegen, deden aan kunst en hadden we niemand nodig, behalve als we geld konden verdienen.

De muur viel. Weer nachten voor de buis en we herademenden, geen koude oorlog meer, ons leven kon beginnen en we kregen kinderen en banen enzo. En toen werden we wakker geschud door die vliegtuigen in het World Trade Center en op het Pentagon. Nine-Eleven. Ik zat bij iemand op de bank naar CNN te kijken en ik kon er niet af komen en dat kwam dan een keer niet van het blowen. Zo zag ik op CNN hoe een standbeeld van Saddam Hussein omver getrokken werd door tanks en hoe ze later een angstige man die op hem leek uit een kuil groeven. Allemaal mijlpalen in de geschiedenis, dacht ik.

Maar volgens mij ligt het anders. Die zogenaamde mijlpalen zijn slechts de uitvergroting van kleingeestigheid, jaloezie, onverdraagzaamheid, eigenlijk uit de hand gelopen burenruzies met enorme implicaties. Want leidt niet iedere stap, ieder gedachte van een mens, iedere actie veel directer tot verandering? Is wat jij zelf besluit niet veel belangrijker? Maken jouw besluiten en gedachten jou niet tot wie je bent? Want jij woont in Kathmandu, Helsinki, Vierhuizen, Borger of Goes en verdomd, het leven gaat gewoon door, ook na al die schokkende geschiedenis in de maak. En ook als men elders besluit jouw leven om te gooien met een nieuwe wet, dat gaat dat leven gewoon door. Op een andere manier. Maar het gaat door. En het blijft doorgaan tot je pech krijgt en/of je er geen zin meer in hebt.

Als je niet in die gebouwen of vliegtuigen zat, als er geen familie of geliefden inzaten, maakt het helemaal niet uit waar je was. En het is onzin dat ons leven radicaal veranderd is. Het militair industrieel complex maakte de dienst altijd al uit en doet dat nog steeds met op de tweede plaats de oliegiganten en daarna de andere multinationals. En dat gaat tijdens mijn leven niet meer veranderen.

Haalde ik dat uit dat boek? Nee, maar het boek zette me wel op het spoor van een andere manier van denken en dat is wat goede boeken doen, iets op gang brengen. Dus als je morgenvroeg koffie gezet hebt en daarna een dikke scheet laat, onthoudt dat dan, dat zou heel goed het moment kunnen zijn dat je leven definitief veranderd is.

© Lammert Voos

 

 

Tagebuch 19-11-2017

IMG_20171117_100121.jpg

 

Wie schreef dat toch? ‘Zit er in een gezin of familie een schrijver, dan is dat gezin en die familie dood.’ Dat kun je op twee manieren opvatten. Het is al gebeurd of het is een voorspelling. Ik noem mijzelf schrijver. Ik hoefde in de familie niet veel aan te richten, dat deden de geestelijk armoede en de alcohol al. Met de overlevenden, neven en nichten heb ik een leuk contact.

Binnen ons gezin heb ik inderdaad schade aangericht, maar niet uit wraaklust of ambitie. Alleen uit zelfbescherming. De processen die ik als zeer schadelijk voor mijn psyche ervoer heb ik afgebroken, daar werk ik niet meer aan mee. Dat daar personen aan verbonden zijn is pijnlijk, maar voor mijn welzijn is het noodzakelijk.

Ik heb geen leuke jeugd gehad, gebruik die voor het schrijven, maar wentel me niet in slachtofferschap. Het was zoals het was: niet leuk. En nu is het zoals het is: vaak wel leuk. Klaar.

Ik zal dus niet ontkennen dat ik dingen uit mijn familie gebruik om mijn boeken en gedichten op te leuken. Maar die verhalen zijn dan wel van de vorige generatie en als ze al herleidbaar zijn, gaat het om overleden personen. Ik zie er namelijk het nut niet van in om mensen te beschadigen en doden kunnen zich bovendien niet verdedigen.

Nu ben ik iemand die doorgaans zijn sores zonder gene uitgebreid op dit blog dondert, maar er zijn tijden dat ik dat juist niet doe. Dan zijn de gebeurtenissen te pijnlijk, te vers, te dichtbij, word je overweldigd door het verdriet van je dierbaren. Ik zit nu in zo’n week dat de machteloosheid over het verdriet van dierbaren me in een beklemmende wurggreep houdt. Ik ga er verder niets over zeggen, maar dat feit op zich, betekent eigenlijk dat ik zeg dat er veel leed om me heen is, ik daar last van heb en dat een mens vooral nooit moet denken dat hij of zij het leven onder controle heeft, want pech, domme, domme pech alleen al, kan aardig roet in het eten gooien.

Dat onze verbouwing op bepaalde punten afwijkt van onze oorspronkelijke plannen, zal me een zorg zijn. Dat regelt zich wel en anders maar niet. Ik kan me er niet echt druk om maken. Dezer dagen huil ik om zaken die niet materieel zijn.

© Lammert Voos

IMG_20171117_100129.jpg

 

 

Tagebuch 31-10-2017

‘Als ik aan de huidige tijdsgeest denk kom er steeds één woord bovendrijven: overkill!’ schreef ik op FaceBook. Dat is samen met Twitter dan ook bij uitstek de plaats van de overkill. Plekken waar iedere scheet tot uit den treuren uitvergroot wordt, waar iedereen fantastisch, briljant, interessant is of juist het slachtoffer van de wereld, waar weltschmerz en spleen welig woekert en het activistendom zich voornamelijk afspeelt door middel van petities waar geen mens warm of koud van wordt.

Mijn eigen social mediagedrag is niet anders dan dat van anderen, maar ik bespeur bij mezelf een groeiende irritatie over mijn eigen gedrag en dat van sommige anderen. Steeds vaker verwijder ik mijn eigen posts, steeds vaker druk ik mensen weg uit mijn tijdlijn. Steeds vaker denk ik: get a life, ook over mezelf.

Ook op televisie en in kranten worden de meest ridicule feitjes uitvergroot, wordt de smakeloosheid tot norm verheven en draait alles alleen nog om consumeren. Ik zal met die gedachtegang wel weer wat stappen overslaan, maar bedenk maar eens wat de invloed van verkoopcijfers en kijkcijfers zijn. Zonder kijkers geen reclame, zonder advertenties geen kranten. We zijn simpelweg doordrenkt door ons eigen corrumperende kapitalisme.

Reclame is de meest debiliserende uitvinding die er ooit gedaan is. Vrouwen worden neergezet als rolbevestigende niet nadenkende objecten. Zolang het getolereerd wordt dat men ons voorspiegelt dat aantrekkelijke vrouwen in lingerie hun jurkje staan te strijken terwijl er drie kwijlende mannen voor de voordeur staan te wachten, wat heeft een actie als Metoo dan eigenlijk voor zin? De implicaties van zo’n spotje heeft een reikwijdte die veel verder gaat dan de verkoop van ondergoed, maar geen mens die daarover wenst na te denken.

Ik zou uren kunnen doorgaan over reclame, maar het is allemaal zo zinloos. En hypocriet. Ik wil echter een spotje van een grote bank die reeds menig agrariër aan de bedelstaf heeft geholpen middels spiralen van verplichte investeringen om leningen af te kunnen lossen niet onvermeld laten. Deze bank presteert het nu zich op te werpen als de oplosser van het wereldvoedselprobleem, terwijl ze er juist een oorzaak van is door de overproductie in Europa te stimuleren en bovendien de grootste financier van de Bio-industrie.

Onze zeer bonafide en solide hypocriete bank heeft nu een spotje gemaakt waarin het zichzelf aanprijst als de stimulator van innovatieve landbouw. Dat is op zich al om te lachen, maar het mooiste is nog wel dat men allerlei mensen uit de Derde wereld laat zien als zijnde die innovatieve landbouwers. En daar zit dus een nomadische veehouder uit Oost-Afrika tussen: een Masai of Samburu. Zij worden door corrupte overheden die projectontwikkelaars helpen gedwongen heel innovatief van hun geboortegrond af te staan. En een groot deel van hun vee is toch al stervende vanwege de aanhoudende droogte en verwoestijning, want die projectontwikkelaars bouwen grote toeristenresorts op de drinkplaatsten voor vee en wild.

648df3e91b39ab7ee4c7b2aa0329cd6f--face-photography-african-beauty

Maar kennelijk is het volk zo stom dat ze in dit soort spotjes trappen. Ik word er woest van. Hou je ouwe moer voor de gek! Ouderdom is niet te stoppen met spul uit potjes op je bek te smeren. Incontinentie zul je nooit stoppen, is gewoon de leeftijd. Normale mensen komen niet fris gewassen en opgemaakt hun bed uit. Ongestelde vrouwen gaan niet bergbeklimmen terwijl jij uitgebreid in hun kruis mag kijken.  Als je geld leent kom je niet uit de problemen en word je niet gelukkiger. En die Nissan ziet er precies zo uit als je één jaar oude Renault. Van cola word je niet slank. Barbecue is niet lekker, dat is een misvatting. En echt, je hoeft niet voor iedere feestje een nieuwe garderobe aan te schaffen en je hoeft niet mee te doen aan al die rages, zoals Halloween nu weer. Dat is gewoon verzonnen door de middenstanders om jou geld uit je zak te kloppen.

En zo ben ik weer terug bij de overkill. Alles wordt eindeloos uitgemolken, iedere mening, iedere trend, iedere gebeurtenis tot je er echt schijtziek van bent. Het zou fijn zijn als mensen weer terug op aarde landden, gewoon weer met de voeten op de grond. Want uiteindelijk is dat de plek waar je eindigt, op of in de grond, dus maakt het allemaal heel weinig uit. Get a life.

© Lammert Voos

Tagebuch 28-10-2017

Ik loop weer. Deze week heb ik twee keer een tocht van meer dan vijf kilometer gelopen. Het is lang geleden dat ik dat kon. Ik heb nog wel pijn, maar de ontstekingen blijven weg. De reumatoloog had al voorspeld dat het steeds beter zou worden, dankzij die nieuwe dure medicijnen.

De eerste tocht, begin deze week, was het rondje rond de Zoutkamperril dat ik al eerder had gelopen. Nu was ik samen met S en beide honden en het regende, regende en regende. Ik was zo eigenwijs geweest om geen regenbroek aan te trekken, dus ik was nat tot op mijn ondergoed. Vandaag waren mijn hoed en wandelschoenen nog steeds vochtig.

Vandaag maakten we het ons wat gemakkelijker, want ik had even geen zin om weer door alle klei en blubber te glibberen. We liepen vandaag door het Marnerkinderbos in de buurt van recreatiepark Suyderoogh. Was de vorige keer nog een moeizaam gebeuren, nu was er reeds sprake van opgebouwde conditie.

Dat wandelen is ook wel nodig voor mijn geestelijk welzijn. Ik weet niet hoe het komt, maar ik heb momenteel weer van die peilloos diepe inzinkingen. Vandaag bedacht ik dat het tamelijk zinloos is om steeds te graven naar een oorzaak, ik heb dit immers mijn hele leven al en heb het maar te accepteren. Resistance is futile.

Van wandelen ga ik me echt beter voelen. Ik ken overigens meer mensen die het wandelen nodig hebben, zoals een bevriend schrijver uit Deventer die aanmerkelijk meer kilometers maakt dan ik. In Deventer liep ook altijd een magere man met wild haar en baard die we de wandelaar noemden. Hij was altijd onderweg, vaak met een gitaar waar hij helemaal niet op kon spelen. Zijn blik was gericht op een wereld ver voorbij de onze. Hij leek niet ongelukkig, maar ik weet wel heel zeker dat er sprake was van psychiatrische problematiek.

Deze zomer zag ik steeds een man die op hem leek tussen Leens, Ulrum en Zoutkamp lopen. Deze man had geen gitaar bij zich en buiten een onder of zwembroek verder geen kleren aan. Kennelijk kent men hem hier, want ik merkte niets van vreemde blikken of iets dergelijks. Ook hij lijkt me niet van deze wereld.

Ik zelf ben nog ver verwijderd van het ontkleden in het openbaar en dat is maar beter ook, ik zou toch niet graag hebben dat u met blindheid geslagen wordt door mijn nakend aangezicht. Of de rest. Maar het zou toch wel fijn zijn als ik kan blijven lopen.

© Lammert Voos

P1070574_bewerkt-1

 

 

 

 

 

 

 

Tagebuch 24-10-2017

Ik ben een wandelend cliché. Ik las terug wat ik al had geschreven had voor de roman Canisius en was maar matig tevreden. Dat ondanks het feit dat twee meelezers tamelijk positief waren. Je krijgt alle bevestiging in de wereld en toch is het niet genoeg. Nooit is het genoeg, niet alleen in schrijven.

Alles moet perfect, anders kijkt je kritische dode vader over je schouder mee en hij levert best commentaar hoor. Hij zwijgt echt niet. Ik weet allang niet meer waar zijn traumatiserende aandeel begint en mijn eigen neurotische afwijkingen eindigen.

Nu kon mijn vader wel aardig klussen, beter dan ik, maar schrijven kon hij absoluut niet en als het woord emotie gebezigd werd dan voelde hij zich als de Titanic die tegen een berg onbegrip opliep. Hij schreef als de ambtenaar die hij was: droog, feitelijk en veelal onbegrijpelijk. Dus als ik schrijf, heeft hij hier niks te zoeken met al zijn commentaar, kan ik hem niet gebruiken als excuus voor mijn gekte. Ik doe het allemaal zelf. Die duistere demotiverende ontevredenheid, dat ben ik zelf.

Het proces van steeds maar weer diep in mezelf te moeten graven om verder te kunnen komen kost me enorm veel moeite. De tijd dat mijn gedichten en verhalen zichzelf schreven ligt ver achter me. Dat weekend dat drie grote uitgevers tegelijk naar me lonkten (S en Rob van Essen waren erbij, anders had ik het niet geloofd) ligt ook ver achter me. Ik schreef een boek, meer een politiek pamflet, dat commercieel geen succes was, maar waar ik wel veel aanzien mee verworven heb.

Terug in het noorden dien ik nieuwe rituelen te verzinnen om te kunnen werken. Dat het schilderwerk niet klaar is , zit me in de weg. Maar buitenom kan het helemaal niet, te nat. Ik kan momenteel niet echt genieten van wat ik doe. Ik ben prikkelbaar en somber.
Waar sta ik, hoe moet ik verder? Ik heb hard zin de pen te droppen en dan maar echt in de groenvoorziening aan het werk te gaan. Maar ja, dat hou ik ook maar een uur per dag vol.

Dus ik hang hier maar wat rond en dominees hebben ze zat hier in de dorpen Leens en Ulrum en daar zal mijn achternaam ook weer geen aanbeveling zijn,  dominee

Er ligt hier nog een koevoet van mijn schoonpa in de schuur, misschien moet ik die eens gebruiken om wat gaten in mijn kop te maken, zodat de geest weer kan waaien. Mocht u het nog niet begrepen hebben: ik heb het deze week moeilijk.

© LammertVoos

 

 

 

 

 

 

 

Canisius (een fragment 2)

 

Wij zagen, roken, hoorden, huilden. Geschonden aangezichten van kinderen, vrouwen, ouden, mannen ook. Geknakte lichamen, brandende gebouwen, beurs gebeukt door stalen onweer. Purperrode olie, klonterend opgezogen door het vuil van de straat. Verweesde lichaamsdelen, weggesmeten, gescheiden van de oorsprong, geknakt, gebroken, verbloedt, zonder nut of doel.

De violatie van vrouwelijk geslacht, geen onderscheid in leeftijd, het is wraak en haat en macht, nergens lust. De kuilen met ongebluste kalk met daaronder kadavers. De kuilen zonder ongebluste kalk met daarin wat overschoot van eermalige normaliteit. Het zingende, fluitende, schreeuwende, krijsende staal en lood.

Honden die aan hun voormalige bazen knaagden. Standrecht. Wat danste in de wind, slordig aan takken en wegwijzers geknoopt. De zilveren dood in de lucht, wachtend achter wolken op open veld. Hamerende, hakkelende en haperende schoten. De angst op wielen die de wegen blokkeerde. De angst op voeten die de wegen blokkeerde.

De stank, het roet, besmeurd ondergoed. Honger, begeerte, smacht, lust, het knagen. Dorst en behoefte. Afmatting, inanitie, uitputting, apathie. Ongelukkigen die aan deuren gespijkerd zijn, meest vrouwen zonder directoires. Geratel van triomfantelijke rupsbanden. De vluchtende menigte die zichzelf verscheurt, vertrapt, uiteenrijt. Keurige burgers die bijten slaan, krabben, trappen, moorden.

Beklemming, bekommering, zorg, benauwdheid, benauwenis, bezorgdheid, bibberatie, nerveusheid, nervositeit, ongerustheid, ontzag, PANIEK, radeloosheid, schrik, spanning, verontrusting, vrees. Verwarring, chaos, confusie, consternatie, desorganisatie, disorde, janboel, onduidelijkheid, onrust, ontdaanheid, ontreddering, ontsteltenis, opschudding, opwinding, PANIEK, verdwazing, verontrusting, verwardheid, wanorde, warboel. Schrik, beklemming, bekommering, bekommernis, benauwdheid, bezorgdheid, huivering, afgrijzing, ongerustheid, onrust, ontsteltenis, ontzetting, opschudding, PANIEK, verbijstering, verontrusting, verschrikking. Onrust, agitatie, beroering, deining, gisting, ongerustheid, PANIEK!

En er was ook geen WiFi.

© Lammert Voos

auto-da-barca-do-inferno-gil-vicente-especificacoes-enredo-e-personagens

 

 

Canisius (fragment)

April is niet de wreedste maand, integendeel. In april stopten de clusterhoofdpijnaanvallen.  In april dronk ik het allerlaatste glas van mijn leven. Ik kwam mijn grote liefde in april tegen die nota bene een hond had, en toen we trouwden namen we er nog een. Mijn verhaal Leeuwenhart werd in een tijdschrift gepubliceerd. Ook in april.

Dat verhaal was gebaseerd op het leven van oom Petrus. Er was een vage kopie opgedoken van een interview met hem met een Belgisch tijdschrift. Hij had verteld dat hij dompteur geweest was in het Russisch Staatscircus en dat hij zijn arm verloren had door een aanval van zijn favoriete leeuw. De werkelijkheid was iets minder prozaïsch: hij was oppasser geweest in een klein circus, dronken geweest en had geprobeerd een leeuw te aaien.

49984326

Ik probeerde meer over hem te weten komen, maar mijn familie bleef schemerachtig. Hij zou in Antwerpen bij een hoerenmadam wonen, net als Zwarte Jan in de stad, hij had gevaren, was in Polen geweest in de oorlog en dat was het dan wel. Op internet was er buiten zijn geboorteakte niets over hem te vinden. Ik wist dat hij bestond of bestaan had, had hem een paar keer ontmoet, maar hij leek van de aardbodem verdwenen. Mijn moeder beweerde niet te weten waar hij gebleven was. Ik hield wel van een beetje fabuleren, was er zelf niet vies van, en zijn verhaal intrigeerde me in hoge mate.

Na veel zeuren bij mijn moeder kwam ik erachter dat hij in een kamp van collaborateurs had gezeten na de oorlog, maar dat hij was gerehabiliteerd omdat hij niet vrijwillig in buitenlandse krijgsdienst was geweest.

Schlemiel is een woord van Jiddische oorsprong en dat woord leek uitstekend van toepassing op deze nazaat van de joodse vleeshouwer Izaäk Abrahams Enema die zich in een nazi-uniform had laten hijsen. Ik oordeelde misschien hard, maar ik vond het wrang. En dan was er in de oorlog nog iets met zijn vriendin wat in eerste instantie onduidelijk bleef.

Ik vermoedde dat er een hoop schaamte bij de familie leefde en dat het verblijf in het kamp voor collaborateurs aan oom Petrus was blijven kleven. Dat was nogal hypocriet.  Zwarte Jan was inmiddels lieve ouwe Ome Jan geworden en dat was pas echt een misdadiger geweest en een pooier bovendien.

Ik bleef zoeken, maar vond niets, dus ik verzon zelf een geschiedenis van oom Petrus gebaseerd op de dingen die ik dan wel wist. Ik speelde ermee, irriteerde mijn familie daar mateloos mee en vond dat leuk. Ik had een enorme hekel aan de slavenmentaliteit en het slachtofferschap van mijn ouders. Ze bleven maar passief agressief zeuren over die slechte herenboeren die hen zo uitgebuit hadden. Ze hadden dat serviel ondergaan en waren nooit actief in verweer gekomen. Mijn vader was ondertussen ambtenaar geworden en mijn ouders waren absoluut niet arm meer, maar van enige solidariteit met minderbedeelden was geen enkele sprake. Mijn ouders keken neer op alles en iedereen die van hun normen afweek. En in die zin waren ze precies zoals de boeren waar ze zo’n hekel aan hadden: provinciaals, kleingeestig, dom, eng en gierig. Wat was er leuker dan verhalen en gedichten te verzinnen die als voertuigen voor mijn  misantropie dienden. Ik had er nog succes mee ook.

© Lammert Voos

Tagebuch 16-10-2017

IMG_20171015_175524Welgemoed begon ik vanochtend mijn spullen bij elkaar te zoeken om de laatste rij opschot te kappen. Ik had er twee goede redenen voor: we willen meer licht in de tuin en vorige week stond in de krant dat woningeigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het vrij houden van de afwateringsloten, dat als de gemeente dat zou doen we een fijne rekening zouden krijgen. Ik ben een hele plichtsgetrouwe burger en vooral een enorme krent.

Het was een fijn plan, maar toen ik de verlengkabel optilde voelde ik het direct; dit wordt niks vandaag. Alle energie trok uit mijn lichaam. Ik dacht dat ik gister helemaal opgeladen was, maar kennelijk was dat alleen geestelijk. Ik ben gister namelijk met mijn nu snel herstellende neef met zijn boot aan het vissen geweest. Voor mij was het vissen maar bijzaak, ik ben gewoon graag op het water.

We lieten de sloep in Wehe- den Hoorn te water in een zijtak van de Hoornse Vaart en voeren toen noordwaarts over de Pieterbuurstermaar richting het buurtschap Oosterhuizen. Onderweg legden we een aantal keren aan in de rietkragen om te kijken of we snoeken konden vangen. Niet dus.

Hoewel ik vlakbij deze vaart, in Eenrum, geboren ben, wist ik niet van de betoverende schoonheid van deze vaarten, hier tochten genoemd. Aan de oevers staan dikke rietkragen waarop grote pluimen wuiven, vol vogelleven, zoals karekieten, snippen, ijsvogels, maar dodelijk voor overstekende reeën die de oever niet meer op kunnen komen en dan verdrinken.

Vooral de terugtocht was fantastisch. De zakkende zon kleurde de hemel frambozenrood en eenden sprintten over het water voor ons uit. Op het pruttelen van de motor na was het doodstil. Ik voelde de altijd aanwezige spanning in nek en schouders wegzakken. Maar kennelijk word je daar ook moe van.

Vorige week hebben we een nieuw hondje gehaald. Het is een hondje dat uit Griekenland komt. Eigenlijk vind ik dat je niet met die dieren moet slepen, de asiels zitten hier ook al overvol en je creëert iets. Maar deze opvang liet het voorkomen alsof dit hondje geen plek kon vinden en zij het daarom maar opvingen. Het had al een plekje gehad, maar was onverwacht terug gebracht, zonder dat hen de reden daarvan verteld werd.

Inmiddels weten wij de reden wel. Het hondje ( we hebben haar Sheena gedoopt, Gabba Gabba Hey!) kan niet alleen zijn, raakt in paniek in een bench en als je haar in een kamer opsluit, probeert ze daar uit te komen en sloopt van alles. Bij ons was dat zeil en een deurpost. Voor ons geen reden haar terug te brengen, loyaliteit dient immers van twee kanten te komen.

Gelukkig hadden we Wimmie Blafstra al, die ondanks het feit dat hij zijn prinsjesstatus moet inleveren, een voorbeeldige oudere broer blijkt te zijn. Hij leert haar van alles en is ook allervriendelijkst tegen het hondje dat duidelijk getraumatiseerd is. Het is een zachtaardige ziel die schrikt van onverwachtse bewegingen en luide machines.

Ik merk dat ik zelf ook zachter en verdraagzamer van haar word. Eigenlijk ben ik een enorm zacht ei, maar gelukkig nog steeds geen bal.

© Lammert Voos

IMG_20171011_150031

 

 

 

 

 

 

 

Tagebuch 10-10-2017

Schuld, het is me met de paplepel ingegoten. Ik hoor dat overigens veel bij generatiegenoten. Je dient te presteren, aan verwachtingen te voldoen, het sowieso altijd beter te doen dan je ouders, want die hebben immers zoveel voor je gedaan en vooral nagelaten. Zij hebben offers gebracht, dat je dat maar even weet.

Schuld is een tweede natuur geworden, was het ook altijd al, en daarom heb altijd mijn stinkende best gedaan, ging grenzen over en deed dingen ten koste van mezelf. Ik wilde immers zo graag de goedkeuring van mijn ouders. Nou, die kwam niet. Tegen de buren werd er wel opgeschept met je zoveelste stukje in de krant of dat je zo belangrijk op je werk was, dat je een zware baan had en het zo goed deed en blablabla…

Pas toen mijn pa dood was vond ik een briefje van hem: de zegelring was voor zijn slimme zoon, in casu: moi. Te laat. Had bij je leven maar gezegd dat je me zo zag, in plaats van altijd dat negatieve commentaar te geven. Dat hou je toch niet vol. Ik leef er maar mee.

Mijn moeder was ook niet bepaald een bron van warmte en goedkeuring, ja tegen haar buren, maar de leegte daarachter…Als het maar status had wat ik deed. Ook dat doet zeer en ook daar leef ik maar mee.

Maar soms, godverdomme, vergeet ik gewoon dat ik daar afstand van heb genomen, dat ik doe wat ik doe en doe wat ik zelf wil. Het lijkt verdomme wel een liedje van Lennart Nijgh.

Een half jaar geleden kon ik niet lopen. Ik ben nog steeds altijd doodmoe, iedere stap kost me moeite. Als ik per dag een uurtje fysiek bezig kan zijn ben ik blij, want ik heb altijd pijn. En het kost me de nodige wilskracht om überhaupt ergens aan te beginnen. Ik vergeet vaak dat ik eigenlijk chronisch ziek ben. Ik wil sterk zijn, net als vroeger; ik wil nog alles kunnen, net als vroeger. Nu begin ik waarschijnlijk te klinken als een liedje van De Zangeres Zonder Naam…

De achterbuurman had met me afgesproken dat hij het hout dat ik aan de slootkant gekapt had en in de sloot en op het jaagpad lag zou opruimen als hij het als brandhout mocht hebben. Goeie deal, maar ik kon enige jaloezie toch niet onderdrukken toen ik zag dat hij dat in een uurtje voor elkaar had. Hij is voor in de dertig, fysieke arbeid gewend en voor zover ik weet niet ziek.

Vanochtend keek ik nog eens op de bijsluiter van mijn dure medicijnen. De spier en rugpijn, de stramheid en vermoeidheid, het hoort er allemaal bij. En ik realiseerde me dat ik al weken geen ontsteking meer gehad heb. Deze pijntjes zijn een lachertje vergeleken bij die van een ontsteking. En ik bedacht me dat ik mijn handen stijf dicht mag knijpen dat ik überhaupt weer een uurtje per dag bezig kan zijn, en dat ik me er niet schuldig over hoef te voelen voor het zo lang duurt dat ik iets af heb. En dat ik al best veel voor elkaar heb gekregen.

Nu begint het waarschijnlijk te klinken als een klef liedje van een gospelkoor. Voor een keertje voel me daar echter absoluut niet schuldig over.

© Lammert Voos

IMG_20171010_122327.jpg